Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT5849

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-08-2011
Datum publicatie
29-09-2011
Zaaknummer
200.058.297/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoor en wederhoor. Bij schriftelijk pleidooi is artikel 4.7 van het Landelijk Procesreglement niet in acht genomen. Herkansing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 2 augustus 2011

Zaaknummer 200.058.297/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M.R. van der Veen, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

de stichting Stichting Woningmaatschap XXXVIII,

gevestigd te 's-Gravenhage,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: de stichting,

advocaat: mr. G. Janssen, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 16 maart 2010 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De bij bedoeld vonnis bevolen comparitie van partijen is gehouden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

[appellant] heeft, onder overlegging van een productie, de memorie van grieven genomen, met als conclusie:

"het vonnis van de Rechtbank Groningen, sector Kanton, locatie Winschoten, d.d. 18 augustus 2009 tussen partijen gewezen te vernietigen en opnieuw rechtdoende al dan niet onder verbetering en/of aanvulling van de gronden, voorzover wettelijk mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij arrest, eiseres in eerste aanleg, thans geïntimeerde niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, dan wel deze af te wijzen, één en ander met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van de procedure in beide instanties."

De stichting heeft, onder overlegging van producties, geconcludeerd van antwoord, met als conclusie:

"[appellant] dient in zijn vorderingen niet ontvankelijk te worden verklaard dan wel dient deze hem te worden ontzegd, met bekrachtiging van het vonnis in eerste aanleg en met veroordeling van [appellant] in de kosten van deze procedure zowel in eerste aanleg als in hoger beroep."

[appellant] heeft op 15 februari 2011 schriftelijk gepleit, onder overlegging van producties.

De stichting heeft op 15 maart 2011 schriftelijk gepleit, eveneens onder overlegging van producties.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling

1. Krachtens het bepaalde in artikel 4.7 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven dienen de advocaten van partijen, als er schriftelijk pleidooi is gevraagd, elkaar twee weken voorafgaande aan de roldatum waarop de pleitnota’s zullen worden overgelegd de pleitnota’s toe te zenden, zodat over en weer op de inhoud daarvan kan worden gereageerd door onder de eigen pleitnota een beknopte reactie op te nemen.

2. Het hof stelt vast dat partijen op 21 december 2010 pleidooi hebben gevraagd en dat zij vervolgens 15 februari 2011 als roldatum hebben gekregen waarop schriftelijk kon worden gepleit. [appellant] heeft op genoemde datum zijn pleitnota overgelegd. Na eenstemmig aanhoudingsverzoek is aan de stichting termijn gegund voor het harerzijds overleggen van de schriftelijke pleitnota, hetgeen uiteindelijk op 15 maart 2011 is geschied.

3. Nu aldus gehandeld is in strijd met het geldende procesreglement en dientengevolge niet op de juiste wijze hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden, zal het hof de stukken in handen van partijen stellen, teneinde een en ander alsnog op de juiste wijze te doen plaatsvinden. Aan partijen zal de gelegenheid worden geboden bij korte akte (te nemen op dezelfde roldatum) op elkaars standpunten, als neergelegd in de pleitnota’s, te reageren, waarbij tevens een korte reactie kan worden gegeven op de te nemen akte. In verband met dat laatste wordt bepaald dat partijen elkaar de akte uiterlijk 14 dagen voor genoemde roldatum toezenden.

4. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

Het gerechtshof:

stelt de stukken in handen van partijen en verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 13 september 2011 voor het over en weer nemen van een korte akte (maximaal twee pagina’s A4);

bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken voor genoemde roldatum elkaar de akte toezenden , zodat zij in staat worden gesteld in hun uiteindelijk te nemen akte beknopt op elkaar te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, H. de Hek en

M.C.D. Boon-Niks en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 2 augustus 2011 in bijzijn van de griffier.