Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT5839

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
29-09-2011
Zaaknummer
107.001.090/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Depotverzoek. Hof heeft vertoning video tijdens pleidooi geweigerd, want niet tijdig vooraf bekend bij wederpartij. Na intrekken pleidooiverzoek wenst partij video bij akte ter griffie te deponeren. Depot akte geweigerd vanwege omvang, onduidelijke ondertekening en ontbreken van een deugdelijke toelichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 9 augustus 2011

Zaaknummer 107.001.090/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Bermeltec B.V.,

gevestigd te Hilversum,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: Bermeltec B.V.,

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden

tegen

1. [geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers en reconventie,

hierna gezamenlijkte noemen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudend te Leeuwarden

Aanleiding tot deze beschikking is het door [geïntimeerden] gedane verzoek om depot van digitale gegevensdragers met video-informatie en om een akte te mogen nemen.

Rechtsoverwegingen

1. De onderhavige zaak is sinds 14 juni 2006 bij dit hof aanhangig en er zijn meerdere tussenarresten gewezen, enquêtes gehouden en memories genomen. Op de rolzitting van 10 mei 2011 werd de zaak geplaatst voor fourneren. Gelijktijdig verzochten [geïntimeerden] om pleidooi. Na opgave verhinderdata heeft het hof pleidooi bepaald op 21 juli 2011 te 10:30 uur.

2. In een H-16 formulier van 1 juli 2011 vraagt de advocaat van [geïntimeerden], mr. G.A. Pots, of het hof bezwaar heeft tegen het ter zitting pleiten door

mr. G. de Hoogd, advocaat te Aruba. Op 5 juli 2011 heeft de griffier telefonisch laten weten dat het hof daartegen bezwaar heeft omdat mr. G. de Hoogd in Nederland niet als advocaat staat ingeschreven. [geïntimeerden] mogen zelf hun zaak bepleiten dan wel dit laten doen door een in Nederland ingeschreven advocaat.

3. In een H-16 formulier van 8 juli 2011 deelt mr. Pots het hof mee dat een getekende volmacht door [geïntimeerden] aan mr. De Hoogd wordt overgelegd en dat [geïntimeerden] tijdens het pleidooi een video willen vertonen. Bijgevoegd zijn: een ongetekende "volmacht ex artikel 134 lid 3 Rv" en twee producties (een e-mailbericht van 12 maart 2006 van Bos aan [geïntimeerden] en een foto).

4. Bij brief van 12 juli 2011 heeft het hof het telefoongesprek van 5 juli 2011 schriftelijk bevestigd en meegedeeld dat het mr. De Hoogd vrij staat ter zitting te verschijnen, maar dat hij niet het recht heeft het woord te voeren of proceshandelingen te verrichten.

5. In een H-16 formulier van 15 juli 2011 schrijft de advocaat van Bermeltec B.V.,

mr. J.V. van Ophem:

Cliënte is niet bekend met een video en heeft uiteraard ter gelegenheid van het pleidooi geen mogelijkheden de waarde van bedoelde video te beoordelen en/of nader onderzoek naar de herkomst van de video te doen. Gelet op het vorenstaande en gezien het feit dat de video niet ten minste 14 dagen voor de datum van het pleidooi is overgelegd (conform het rolreglement), maak ik namens cliënte, Bermeltec B.V. bezwaar tegen het vertonen van de video ten pleidooie.

6. Het hof heeft partijen telefonisch meegedeeld dat vertoning van de video ter zitting niet zal worden toegestaan nu het hof noch Bermeltec B.V. daarvan vooraf kennis hebben kunnen nemen.

7. Bij H-16 formulier van 18 juli 2011 heeft mr. Pots een uitgebreide brief van mr. De Hoogd overgelegd waarin deze betoogt dat hem dient te worden toegestaan namens [geïntimeerden] te pleiten. Bij brief van 18 juli 2011 heeft het hof laten weten geen aanleiding te zien terug te komen op zijn standpunt.

8. Bij H-16 formulier van 19 juli 2011 heeft mr. Pots meegedeeld:

Namens mijn opdrachtgever bericht ik u hierbij dat ik het pleidooi intrek. Ik verzoek u de zaak te verwijzen naar de rol voor het nemen van een akte tevens akte depot.

9. Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol van 2 augustus 2011 voor beraad. Op die roldatum heeft Bermeltec B.V. bezwaar gemaakt tegen het nemen van een nadere akte en het depot en het hof gevraagd zijn beslissing dienaangaande mee te delen.

10. Het hof heeft daarmee te beslissen op de toelaatbaarheid van de akte en het depot. Nu het procesreglement (art. 2.22) partijen ongeclausuleerd de mogelijkheid biedt voorwerpen ter griffie te deponeren zal het door [geïntimeerden] gewenste depot worden toegestaan. De griffie zal van het depot een akte opmaken, die aan het griffiedossier toevoegen en in kopie aan partijen ter beschikking stellen. Het hof zal aan de gedeponeerde zaak als bewijsmiddel echter geen aandacht schenken om in het navolgende te noemen reden.

11. Ten aanzien van de akte die [geïntimeerden] willen nemen overweegt het hof het volgende. De omvang van dit door een niet nader genoemde kantoorgenoot van mr. Pots ondertekende processtuk, dat is gesteld op briefpapier van het Arubaanse advocatenkantoor van mr. De Hoogd is niet een korte mededeling (art. 1.2. onder g procesreglement) maar een meerdere bladzijden omvattend betoog door

[geïntimeerden], terwijl bij overlegging daarvan reeds is aangekondigd "dat een verbeterde versie volgt". Aan de akte zijn voorts meerdere nieuwe producties gehecht. Het hof zal daarom geen aandacht schenken aan de door [geïntimeerden] gedeponeerde voorwerpen, nu deugdelijke toelichting daarop niet op juiste wijze in het proces is gebracht.

Beslissing

Het gerechtshof

weigert de akte door [geïntimeerden] op de rolzitting van 2 augustus 2011 genomen akte en verwijst de zaak naar de rol van 16 augustus 2011 voor fourneren door beide partijen, waarna arrest zal worden bepaald.

Deze beschikking is gewezen door mrs. K.E. Mollema, J.H. Kuiper en G. van Rijssen en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 9 augustus 2011 in bijzijn van de griffier.