Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2899

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-09-2011
Datum publicatie
28-09-2011
Zaaknummer
24-000234-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het rijden tijdens een rijontzegging en het onverzekerd rijden. Het wettige bewijs ontbreekt dat verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest weten dat hij reed tijdens een ontzegging. Het hof kan niet onomstotelijk vaststellen dat het voertuig dat verdachte bestuurde onverzekerd was. Veroordeling voor rijden onder invloed tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren, een geldboete van € 800,-- en een OBM van 10 maanden. Hof gelast de TUL, te weten een werkstraf van 20 uren, subsidiair te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2011/119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000234-11

Uitspraak d.d.: 9 september 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 8 december 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 17-754766-08, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1962],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde en veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde tot een geldboete van € 1.000,--, subsidiair te vervangen door 20 dagen hechtenis, een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 10 maanden en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren, en ter zake van het onder 3 ten laste gelegde tot een geldboete van € 450,--, subsidiair te vervangen door 9 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging toegewezen zal worden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. B.P.M. Canoy, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 725 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

feit 2:

hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

feit 3:

hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straatnaam], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het dossier bevat niet de stukken waaruit kan volgen dat het Openbaar Ministerie de stukken van de ontzegging van de rijbevoegdheid, welke de ten laste gelegde datum omvat, op juiste wijze kenbaar heeft gemaakt aan verdachte. Hiermee ontbreekt ter zake van het onder 2 ten laste gelegde het wettige bewijs dat verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest weten dat hij reed tijdens een rijontzegging.

Daarnaast kan het hof op basis van het dossier niet onomstotelijk vaststellen dat het voertuig dat verdachte bestuurde op 27 augustus 2009 onverzekerd was, zodat het wettige bewijs ontbreekt voor hetgeen onder 3 ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 27 augustus 2009 te [plaats], als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 725 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 27 augustus 2009 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte heeft met een auto gereden, terwijl hij onder invloed van een forse hoeveelheid alcohol verkeerde. Door in een dergelijke toestand aan het verkeer deel te nemen, heeft de verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en heeft hij zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 14 juni 2011, waaruit blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld ter zake van het rijden onder invloed.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting van het hof zijn gebleken.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met een proeftijd van

2 jaren en een geldboete van € 800,--, te betalen in 8 maandelijkse termijnen van € 100,--, passend en geboden is. Daarnaast zal het hof een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 10 maanden.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Leeuwarden van 13 februari 2009, parketnummer 17-754766-08, opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair te vervangen door 10 dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 22c, 22d, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 800,00 (achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, elke termijn groot EUR 100,00 (honderd euro).

Ontzegt de verdachte terzake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 (tien) maanden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 13 februari 2009, parketnummer 17-754766-08, te weten van:

taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. S. Zwerwer en mr. J. Dolfing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K.J. Reinke, griffier,

en op 9 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.