Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2767

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-09-2011
Datum publicatie
27-09-2011
Zaaknummer
24-002519-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontnemingszaak. Het hof schat het wederrechtelijk verkregen voordeel dat veroordeelde met zijn hennepkwekerij heeft verkregen op € 19.840,89. Het hof legt veroordeelde de verplichting op dit bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen. Het draagkracht verweer wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002519-10

Uitspraak d.d.: 22 september 2011

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 september 2010 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

Vordering

De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot schatting van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op € 61.501,08 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 28.600,- en dat het hof het door de veroordeelde aan de Staat te betalen bedrag ook vaststelt op dit bedrag.

De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeelde is bij vonnis van politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 september 2010 (parketnummer 07-601705-08) terzake van het in de periode van 1 februari 2008 tot en met 8 mei 2008 opzettelijk telen, bereiden, bewerken en verwerken van een hoeveelheid van ongeveer 360 hennepplanten veroordeeld tot straf.

In het rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van de rapporteur [verbalisant], brigadier van politie, d.d. 12 augustus 2008, wordt uitgegaan van 2 geslaagde oogsten. Op grond van het rapport "Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen van het BOOM" (BOOM-rapport) van april 2005 is berekend dat veroordeelde een wederrechtelijk voordeel van € 61.501,08 heeft behaald.

In tegenstelling tot voornoemd rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel gaat het hof bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de ter terechtzitting van de politierechter d.d. 1 juni 2010 afgelegde verklaring van veroordeelde, dat er één oogst is geweest. Veroordeeldes verklaring ter terechtzitting van het hof, inhoudende dat deze oogst geheel is mislukt en hij er derhalve niets aan heeft verdiend, acht het hof niet aannemelijk geworden. Voor het overige sluit het hof zich aan bij het rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, met dien verstande dat het hof voor de verkoopprijs van een kilo hennep (ook) uitgaat van hetgeen daaromtrent in het BOOM-rapport is vermeld, en niet van de door [verbalisant] gehanteerde prijzen van het Nationaal Netwerk Drugsexpertise.

Het voorgaande leidt tot de volgende berekening:

Bruto opbrengst

Kweekruimte A:

191 planten x 1 oogst x 28,2 (gram hennep per plant) = 5386,20 gram (totale hoeveelheid hennep kweekruimte A) .

5386,20 gram x € 2,37 (gemiddelde opbrengst per gram) = € 12.765,29 (opbrengst kweekruimte A)

Kweekruimte B:

169 planten x 1 oogst x 28,2 (gram hennep per plant) = 4765,80 gram (totale hoeveelheid hennep kweekruimte B).

4765,80 gram x € 2,37 (gemiddelde opbrengst per gram) = 11.294,94 (opbrengst kweekruimte B).

Kosten

De in voornoemd rapport berekende kosten (voor 2 oogsten) van € 4.893,- : 2 = € 2.446,50.

Opbrengst kweekruimte A: € 12.765,29

Opbrengst kweekruimte B: € 11.294,94 +

Opbrengst kweekruimte A en B: € 24.060,23

Berekende kosten: € 2.446,50 -

Totaal: € 21.613,73

Naast de kosten die in het Rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel zijn berekend, dienen de elektriciteitskosten die veroordeelde thans aan het energiebedrijf terugbetaalt - zoals ter terechtzitting van het hof is gebleken -, nog op voornoemd bedrag te in mindering te worden gebracht:

Totaal € 21.613,73

Kosten energiebrijf Nuon € 1.772,84 -

Netto verkregen voordeel: € 19.840,89

Het hof schat het wederrechtelijk verkregen voordeel derhalve op een bedrag van €19.840,89.

Het hof zal aan de veroordeelde de verplichting opleggen om dit bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.

Draagkracht

Het hof verwerpt het gevoerde draagkrachtverweer, omdat niet aannemelijk is geworden dat de veroordeelde geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 19.840,89 (negentienduizend achthonderdenveertig euro en negenentachtig cent).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 19.840,89 (negentienduizend achthonderdveertig euro en negenentachtig cent).

Aldus gewezen door

mr. H. Heins, voorzitter,

mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. T.H. Bosma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 22 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.