Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2601

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-09-2011
Datum publicatie
26-09-2011
Zaaknummer
24-002891-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake mishandeling veroordeeld tot een geldboete van 750 euro, welke mag worden voldaan in maandelijkse termijnen van 150 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002891-10

Uitspraak d.d.: 26 september 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 november 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde tot een geldboete van EUR 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J.A.C. van den Brink, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij het vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het aan hem onder 1 ten laste gelegde. Derhalve zal het hof hem in zoverre niet ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep - voor zover aan hoger beroep onderworpen - vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover aan hoger beroep onderworpen - ten laste gelegd dat:

2.

hij op of omstreeks 12 juli 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), éénmaal (met kracht) met zijn, verdachtes, elleboog in het gezicht heeft gestoten, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging omtrent het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte aangevoerde verweer strekkende tot vrijspraak wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.

Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij op 12 juli 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), éénmaal met kracht met zijn, verdachtes, elleboog in het gezicht heeft gestoten, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft [slachtoffer] een elleboogstoot tegen zijn gezicht gegeven, waardoor hij pijn heeft ondervonden en enig letsel heeft bekomen. Dit terwijl het slachtoffer een ander trachtte te beschermen tegen het gedrag van verdachte. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de fysieke integriteit van [slachtoffer].

Blijkens een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 juli 2011 is hij niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit.

Daarnaast heeft het hof gelet op hetgeen verdachte en zijn raadsman omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte naar voren hebben gebracht.

Het hof heeft tevens in aanmerking genomen de landelijk geldende oriëntatiepunten voor straftoemeting en het gegeven dat de mishandeling enig letsel tengevolge heeft gehad. Gelet op het voorgaande dient aan verdachte een hogere geldboete te worden opgelegd dan in eerste aanleg. De geldboete van na te melden hoogte acht het hof passend.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot EUR 150,00 (honderdvijftig euro).

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. J.M. Rowel-van der Linde en mr. J.P. van Stempvoort, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 26 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.P. van Stempvoort is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.