Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT1908

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2011
Datum publicatie
19-09-2011
Zaaknummer
24-000384-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens mishandeling van voormalige vriendin tot een hogere geldboete dan in eerste aanleg opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd, namelijk € 750,-, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis, in de plaats van € 450,-, subsidiair 9 dagen vervangende hechtenis, wegens de ernst van de mishandeling en de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij meermalen is veroordeeld voor misdrijven met een geweldsaspect.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000384-11

Uitspraak d.d.: 5 september 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 8 februari 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1975],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof

van 22 augustus 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een geldboete van € 450,-, subsidiair negen dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. J.J. Lieftink, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 14 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), op/tegen het gezicht/hoofd, in ieder geval op/tegen het bovenlichaam heeft geslagen/gestompt en/of op de grond heeft gegooid/geduwd en/of aan haar haren heeft getrokken/vastgehouden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 14 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], op het gezicht heeft gestompt en aan haar haren heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn voormalige vriendin.

Uit het dossier leidt het hof af dat hij aangeefster op straat op dwingende wijze heeft aangesproken en haar, toen zij niet op zijn vragen wilde ingaan, vervolgens een vuistslag tegen het linkeroog heeft gegeven. In het daarop ontstane handgemeen is aangeefster op pijnlijke wijze op de grond gevallen. Uit haar aangifte, bevestigd door een getuige, blijkt tevens dat verdachte haar hard aan de haren heeft getrokken. Dat aangeefster enige verdedigingshandelingen heeft verricht, doet niet af aan het feit dat, anders dan de raadsman wil doen voorkomen, het incident te wijten is aan het optreden van verdachte en niemand anders dan verdachte daarvan de initiator is geweest.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 augustus 2011, waaruit blijkt dat verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld is voor - onder meer - misdrijven met een geweldsaspect.

Het hof is van oordeel dat - mede gelet op de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting in dergelijke zaken - de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde geldboete van € 450,- onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit, daarbij tevens de relevante documentatie van verdachte in aanmerking nemende. Het hof zal daarom aan verdachte een geldboete opleggen van na te melden hoogte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. J. Dolfing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 5 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.