Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5801

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-08-2011
Datum publicatie
29-08-2011
Zaaknummer
24-001675-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden wegens witwassen van een hoeveelheid geld. Voorts het in beslag genomen geld verbeurd verklaard. Niet aannemelijk is gemaakt dat verdachte de hoeveelheid geld in het casino had gewonnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001675-09

Uitspraak d.d.: 26 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 23 juni 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1981],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het primair aan hem tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van het voorarrest.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het in beslaggenomen geldbedrag van 21.631,40 euro verbeurd zal worden verklaard. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. B.P.J. van Riel, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 november 2007, althans in het jaar 2007, te [plaats], en/of (elders) in Nederland, (in een door verdachte bewoonde woning gelegen aan of bij de [straat], aldaar,) van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van 21.631,40 euro, althans een hoeveelheid geld, bestaande uit meerdere bankbiljetten (in verschillende coupures) en/of een hoeveelheid munten, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/een voorwerp(en), te weten dat geldbedrag van 21.631,40 euro, althans die hoeveelheid geld, bestaande uit meerdere bankbiljetten (in verschillende coupures) en/of een hoeveelheid munten, was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten dat geldbedrag van 21.631,40 euro, althans die hoeveelheid geld, bestaande uit meerdere bankbiljetten (in verschillende coupures) en/of een hoeveelheid munten, voorhanden had, terwijl hij wist dat dat geldbedrag van 21.631,40 euro, althans die hoeveelheid geld,

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig(e) misdrijf/misdrijven (de handel in verdovende middelen en/of anderszins uit enig(e) misdrijf/misdrijven);

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 6 november 2007, althans in het jaar 2007, te [plaats], en/of (elders) in Nederland, (in een door verdachte bewoonde woning gelegen aan of bij de [straat], aldaar,) van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van 21.631,40 euro, althans een hoeveelheid geld, bestaande uit meerdere bankbiljetten (in verschillende coupures) en/of een hoeveelheid munten,

A.

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp was, of wie bovenomschreven voorwerp voorhanden had en/of

B.

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijsmoest vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig(e) misdrijf/misdrijven.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte van het aan hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft aangevoerd dat het geldbedrag van 21.631,40 euro op legale wijze in handen van verdachte is gekomen. Verdachte heeft naar voren gebracht dat hij op 8 juni 2007 een geldbedrag van 45.000 euro heeft gewonnen in het Holland Casino te Nijmegen. Het geldbedrag van 21.631,40 euro, dat tijdens de huiszoeking op 6 november 2007 in de woning en in de auto van verdachte is aangetroffen, is een restant van voornoemd gewonnen geldbedrag.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Bij de doorzoeking van verdachtes woning te [plaats] op 6 november 2007 heeft de politie op verschillende (ongebruikelijke) plaatsen in de woning, waaronder in de kelderkast, in een traptrede, en in de auto van verdachte (papier)geld aangetroffen, in coupures van 5, 10, 20, 50, 100 en 500 euro en een klein bedrag aan los muntgeld. In totaal ging het om 21.631,40 euro.

Het hof acht niet aannemelijk geworden dat het aangetroffen geldbedrag afkomstig is van een door verdachte door gokken verkregen geldbedrag. Daarbij heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen.

Verdachte heeft wisselend en tegenstrijdig verklaard omtrent de herkomst van het geldbedrag. Hij sprak in dit verband over zijn zus en over een vriend, genaamd [naam]. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte gepersisteerd bij zijn verklaring dat hij een geldbedrag van 45.000 euro heeft gewonnen in Holland Casino te Nijmegen. Dit bedrag is aan hem uitgekeerd in (90) coupures van 500 euro. Van dat bedrag zou verdachte direct een bedrag van 16.000 euro apart hebben gehouden om zijn schuld aan ene [naam] te kunnen inlossen. Deze toedracht komt het hof niet aannemelijk voor nu het geldbedrag van ruim 16.000 euro, dat is aangetroffen in de kelderkast en verborgen was in de achterzijde van een traptrede, (nog) slechts 11 coupures van 500 euro telde. Voor het overige zijn geen coupures van 500 euro aangetroffen. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat het voorhanden hebben van zoveel contant geld in woning of auto grote risico's meebrengt en bovendien hoogst ongebruikelijk is in het geval dat geld op legale wijze is verkregen. Verdachtes bewering dat hij het geld op deze wijze thuis had omdat hij diefstal vreesde, stelt het hof als ongeloofwaardig terzijde, aangezien gedeelten van het geld zich bevonden op de tafel, in het dressoir, in zijn broekzak en in zijn auto.

Voorts neemt het hof in aanmerking dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde een bescheiden WAO-uitkering van 950 euro per maand ontving, gokverslaafd was en (grote) schulden had.

Alles afwegend kan het niet anders zijn dan dat het onderhavige geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 november 2007, te [plaats], aan de [straat], aldaar, van een voorwerp, een geldbedrag van 21.631,40 euro, bestaande uit meerdere bankbiljetten (in verschillende coupures) en een hoeveelheid munten, de werkelijke aard, de herkomst en de vindplaats heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist dat dat geldbedrag van 21.631,40 euro, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig(e) misdrijf/misdrijven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

witwassen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen, doordat hij een van enig misdrijf afkomstig geldbedrag, te weten 21.613,40 euro, heeft verborgen in zijn woning aan de [straat] te [plaats] en in zijn auto en heeft verhuld dat het crimineel geld betrof. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Uit de inhoud van een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie

d.d. 10 augustus 2011 (omvattende 15 pagina's) blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten, waaronder ook vermogensdelicten. Hem is onder meer een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden opgelegd.

Alles afwegende, waaronder de recidive van verdachte en de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden uitgesproken, is het hof van oordeel dat oplegging van de door de rechter in eerste aanleg opgelegde en de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf van hierna te melden duur passend en geboden is. Een andere, mildere strafmodaliteit komt niet meer in aanmerking.

Het hof stelt vast dat in de appèlfase de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM zonder aanwijsbare reden is overschreden met ruim twee maanden, aangezien niet binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel (op 2 juli 2009) een eindarrest is gewezen. Gezien de geringe overschrijding zal worden volstaan met de constatering dat inbreuk is gemaakt op artikel 6 van het EVRM.

Verbeurdverklaring van het in beslag genomen voorwerp

Het primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp (een geldbedrag). Het behoort de veroordeelde toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een geldbedrag van 21.631,40 euro.

Aldus gewezen door

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. P. Koolschijn en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,

en op 26 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.