Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5351

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-08-2011
Datum publicatie
18-08-2011
Zaaknummer
24-000357-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht met een minderjarige. Het hof heeft op basis van de inhoud van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, niet de overtuiging bekomen dat verdachte (en aangeefster met hun gezamenlijk gedrag) een seksuele intentie heeft nagestreefd. Veeleer is het beeld ontstaan dat deze twee kinderen, gelet op hun nog zeer beperkt sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau, en voor zover verdachte betreffend, zijn verstandelijke beperking, niet meer hebben beoogd dan een spelletje te spelen. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel verdachte van het aan hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000357-11

Uitspraak d.d.: 18 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 11 februari 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1995],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde, waarbij verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf, en tot het niet ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij in haar vordering. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. Th. Pluijter, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2007 tot en met 21 april 2009, in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2] en/of [gemeente 3], meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten/aanraken van de borsten en de vagina van die [slachtoffer] en/of het met ontbloot (onder)lichaam liggen op het ontblote (onder)lichaam van die [slachtoffer].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Ter terechtzitting van het hof heeft de advocaat-generaal betoogd dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te komen. De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit.

Het hof overweegt als volgt.

Tegenover de politie en ter terechtzitting van de rechtbank en die van het hof heeft verdachte verklaard dat hij en [slachtoffer] hun broek hebben uitgetrokken en dat zij vervolgens kort met hun blote buiken op elkaar hebben gelegen. Dit heeft volgens verdachte maar eenmaal plaatsgevonden en wel in de caravan in [plaats]. Het hof acht de verklaring van verdachte die hij ter terechtzitting van het hof heeft afgelegd, authentiek en geloofwaardig. Vast is komen te staan dat voornoemd gedrag zich in de ten laste gelegde periode heeft voorgedaan. Niet is komen vast te staan dat er op een ander moment soortgelijke handelingen tussen beiden hebben plaatsgevonden.

Het hof ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of dergelijk handelen kan worden gekwalificeerd als ontuchtig in de zin van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor dient vastgesteld te worden dat de handelingen in strijd zijn met de

sociaal-ethische norm. Onder meer de leeftijd van het slachtoffer en het leeftijdsverschil tussen de verdachte en het slachtoffer kunnen hierbij van belang zijn. Het ontuchtige karakter kan ontbreken wanneer sprake is van vrijwillig seksueel contact tussen leeftijdsgenoten of tussen personen die in leeftijd in geringe mate van elkaar verschillen.

Verdachte bezoekt een ZMLK-school en zijn intelligentie is vastgesteld op 50. Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte ten tijde van het voorval een sterke ontwikkelingsachterstand had en nog steeds heeft. Uit het dossier is tevens gebleken dat bij [slachtoffer] hiervan ook sprake was, zij het in minder ernstige mate. De kalenderleeftijd van [slachtoffer] bedroeg ten tijde van het voorval ongeveer 6 jaar en die van verdachte ongeveer 13 jaar. Daarmee is weliswaar sprake van een verschil in kalenderleeftijd, echter, in aanmerking genomen de cognitieve ontwikkeling van verdachte, is het werkelijke verschil in ontwikkeling tussen beiden beperkt te noemen. Voor de beoordeling of de handeling als ontuchtig kunnen worden aangemerkt, kan de kalenderleeftijd in deze zaak daarmee niet doorslaggevend zijn.

Andere omstandigheden kunnen ook een rol spelen bij de beoordeling of een handeling ontuchtig is. Van belang is voorts of verdachte met zijn gedrag een seksuele intentie heeft beoogd. Verdachte heeft verklaard dat hij het 'vader en moedertje spelen', zoals hij het noemde, maar vies vond. Hierbij heeft het hof mede acht geslagen op de brief van

M. Lubbert, psychiater, van 11 oktober 2010, waarin deze op basis van psychiatrisch onderzoek stelt dat bij verdachte sprake is van ernstige mentale retardatie en ontwikkelingsachterstand en dat hierdoor zijn verlangen en lusten ook beleefd worden op een veel jonger leeftijdsniveau.

Het hof heeft op basis van de inhoud van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, niet de overtuiging bekomen dat verdachte (en aangeefster met hun gezamenlijk gedrag) een seksuele intentie heeft nagestreefd. Veeleer is het beeld ontstaan dat deze twee kinderen, gelet op hun nog zeer beperkt sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau, en voor zover verdachte betreffend, zijn verstandelijke beperking, niet meer hebben beoogd dan een spelletje te spelen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel verdachte van het aan hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. H.J. Deuring, voorzitter,

mr. B.J.J. Melssen en mr. E. de Witt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 18 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.