Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5124

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
17-08-2011
Zaaknummer
200.089.563/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2011:BQ6059, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kort geding. Geen retentierecht op geparkeerde vrachtwagens op een niet afgesloten parkeerterrein wegens niet betalen parkeergeld en gepleegd onderhoud.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 16 augustus 2011

Zaaknummer 200.089.563/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante],

gevestigd te Leeuwarden,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie

hierna te noemen: [B.V. Y],

advocaat: mr. I.J. Woltman, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

1. Truck & Trailerservice Roden V.O.F.,

gevestigd te Roden, gemeente Noordenveld,

hierna te noemen: TTS,

alsmede haar vennoten

2. [vennoot 1],

wonende te [woonplaats],

3. [vennoot 2],

wonende te [woonplaats],

en

4. [vennoot 3],

gevestigd te Westerbroek,gemeente Hoogezand-Sappemeer,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: TTS c.s.,

advocaat: mr. V.J.M. Verlinden- Masson, kantoorhoudende te Groningen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kortgedingvonnis uitgesproken op 25 mei 2011 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen, waarbij naast [B.V. Y] ook [B.V. X] te Leeuwarden als eiseres optrad en als (enige) verweerster in reconventie.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 17 juni 2011, uitgebracht aan het kantoor van de advocate van TTS c.s., is door [B.V. Y] hoger beroep (spoedappel) ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van TTS c.s. tegen de zitting van 28 juni 2011.

De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep, die tevens de grieven bevat, luidt:

"bij arrest zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. deze procedure te behandelen als een spoedappèl in kort geding;

2. te vernietigen het vonnis op 25 mei 2011 door de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen in voorlopige voorziening gewezen en opnieuw rechtdoende te beslissen:

Primair:

1. Geïntimeerden, hoofdelijk, te gebieden om binnen twee uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis de door geïntimeerden weggenomen sleutels en vrachtwagens en opleggers met kenteken [kenteken 1], [kenteken 2], [kenteken 3] en [kenteken 4] in ongeschonden staat aan [B.V. Y] terug te geven middels het in bezit stellen van de sleutels en vrachtwagens en opleggers aan [B.V. Y] op de [adres], dit op straffe van een door geïntimeerden, hoofdelijk, te verbeuren dwangsom van

€ 10.000,- per vrachtwagen per 4 uur, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom, althans de begrootte dwangsom te matigen tot een in goede justitie te bepalen bedrag indien gedaagden in gebreke blijven de sleutels en vrachtwagens in het bezit te stellen van [B.V. Y] en daarbij een maximum van € 250.000,- danwel een daarbij in goede justitie te bepalen maximum bedrag;

Subsidiair:

2. Geïntimeerden, hoofdelijk, te gebieden om binnen twee uur na, betaling van een bedrag van € 1.739,33 dan wel een bedrag dat uw Hof in goede justitie zal vermenen te behoren, door [B.V. Y] aan geïntimeerden, de door geïntimeerden weggenomen sleutels en vrachtwagens en opleggers met kenteken [kenteken 1], [kenteken 2], [kenteken 3] en [kenteken 4] in ongeschonden staat aan [B.V. Y] terug te geven middels het in bezit stellen van de sleutels en vrachtwagens en opleggers aan [B.V. Y] op de [adres], dit op straffe van een door geïntimeerden, hoofdelijk, te verbeuren dwangsom van

€ 10.000,- per vrachtwagen per 4 uur, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom, althans de begrootte dwangsom te matigen tot een in goede justitie te bepalen bedrag indien gedaagden in gebreke blijven de sleutels en vrachtwagens in het bezit te stellen van [B.V. Y] en daarbij een maximum van € 250.000,- danwel een daarbij in goede justitie te bepalen maximum bedrag;

Primair en subsidiair:

3. met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide procedures."

[B.V. Y] heeft dienovereenkomstig van eis gediend. Bij de appeldagvaarding zijn producties in het geding gebracht.

TTS c.s. hebben aanvankelijk verstek laten gaan.

Nadat [B.V. Y] om arrest had verzocht hebben TTS c.s. het verstek gezuiverd en hebben zij bij memorie van antwoord van 26 juli 2011, onder overlegging van producties, verweer gevoerd met als conclusie:

"bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, opnieuw rechtdoende:

Verhuur in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans, deze aan haar te ontzeggen als zijnde ongegrond en/of onbewezen, en - zo nodig onder aanvulling of verbetering van de gronden - te bevestigen het vonnis van de voorzieningenrechter te Assen d.d. 25 mei 2011 tussen partijen gewezen onder zaak/rolnummer: 86780/KG ZA 11-127,

met veroordeling van Verhuur in de kosten van beide instanties."

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

1. [B.V. Y] heeft geen genummerde grieven opgeworpen. Evenals TTS c.s. zal het hof uitgaan van twee te onderscheiden grieven tegen het oordeel van de voorzieningenrechter en één grief die is gericht tegen de feitenvaststelling.

De beoordeling

Ten aanzien van de feiten

2. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.8) van genoemd vonnis is, behoudens ten aanzien van de vaststelling sub 2.3 waartegen een grief betreffende de kwalificatie van de parkeerovereenkomst is gericht, geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan, zulks met inachtneming van hetgeen hierna met betrekking tot die kwalificatie zal worden overwogen.

Het hof zal die feiten, voor zover voor de beoordeling van het appel van belang, hierna herhalen, aangevuld met enige feiten die in hoger beroep tevens als vaststaand hebben te gelden.

2.1. [B.V. Y] is eigenares van diverse vrachtwagen(combinatie)s. Deze verhuurde zij aan de aan haar gelieerde (concern)vennootschap S[B.V. X] (verder te noemen [B.V. X]).

2.2. TTS verrichtte voor [B.V. X] incidenteel onderhoud aan de vrachtwagens.

2.3. TTS is huurster van de werkplaats en het omliggende onbebouwde terrein aan de [adres].

2.4. [B.V. X] parkeerde (maximaal) een zestiental vrachtwagens op dit onbebouwde, niet omheinde terrein, tegen betaling van een vergoeding daarvoor aan TTS.

2.5. [B.V. X] huurde op hetzelfde terrein een kantoor (met kantineruimte) van een derde. In deze kantineruimte bevonden zich de sleutels van de vrachtwagens van [B.V. X]. [B.V. X] heeft een sleutel van de kantineruimte verstrekt aan TTS, opdat TTS toegang zou hebben tot de sleutels van de vrachtwagens wanneer zij deze nodig had in verband met het plegen van onderhoud aan de vrachtwagens.

2.6. [B.V. X] heeft in de loop van 2011 een aantal facturen van TTS tot een bedrag van € 59.544,76 (inclusief kosten) onbetaald gelaten.

2.7. TTS heeft [B.V. X] meermalen gesommeerd tot betaling van de openstaande facturen.

2.8. Op 21 mei 2011 heeft TTS 18 vrachtwagens die in gebruik waren bij [B.V. X] verplaatst en de sleutels tot zich genomen, zodat [B.V. X] daarover niet meer kon beschikken. Deze vrachtwagens waren deels geplaatst op het door TTS gehuurde terrein, deels op de openbare weg en deels op een ander, tegenover het door TTS gehuurde terrein gelegen, parkeerterrein.

2.9. [B.V. X] en [B.V. Y] hebben op 21 mei 2011 aangifte gedaan van diefstal en afpersing.

2.10. Na sommaties van de advocaat van [B.V. Y] heeft TTS de meeste vrachtwagens weer vrij gegeven, waaronder alle die zich volgens TTS oorspronkelijk niet op het door haar gehuurde terrein aan de [adres] hadden bevonden.

2.11. Drie vrachtwagens heeft TTS onder zich gehouden met een beroep op een haar toekomend retentierecht.

2.12. Nadat de voorzieningenrechter het beroepen vonnis had gewezen, is [B.V. X] op 31 mei 2011 failliet verklaard, met benoeming van [de curator] tot curator.

Ten aanzien van de feitelijke grief omtrent de parkeerovereenkomst

3. Deze grief betreft de kwalificatie van de overeenkomst op grond waarvan [B.V. X] het recht had om 16 vrachtwagens op het terrein van TTS te parkeren. Volgens [B.V. Y] heeft de voorzieningenrechter deze overeenkomst ten onrechte niet gekwalificeerd als één van huur en verhuur, waartoe zij verwijst naar de uitspraak van het HvJ EG van 14 december 2000, C-446/98 (Câmera Municipal do Porto).

3.1. Het hof overweegt dat genoemd arrest, dat is gewezen in een BTW-geschil en de uitleg behelst van de zesde BTW-richtlijn (met name over de vraag of een overheidsorgaan dat parkeergelegenheid verhuurt daarover BTW dient af te dragen) niet gaat over de, nog steeds naar nationaal recht te beantwoorden, vraag of het ter beschikking stellen van parkeerplaatsen moet worden gekwalificeerd als een huurovereenkomst dan wel als een andersoortige overeenkomst.

3.2. Met TTS c.s. is het hof van oordeel dat de overeenkomst waarbij TTS zich tegen betaling verplichtte om [B.V. X] in staat te stellen 16 vrachtwagencombinaties op het door haar gehuurde terrein te parkeren, niet kan worden aangemerkt als een onderhuurovereenkomst op grond waarvan [B.V. X] dit terrein als parkeerterrein onderhuurt van TTS. TTS heeft gesteld dat niet was gespecificeerd op welke plekken [B.V. X] mocht parkeren - hetgeen [B.V. Y] niet heeft weersproken - zodat [B.V. Y] niet aannemelijk heeft gemaakt dat is voldaan aan het voor het bestaan van een huurovereenkomst vereiste dat het moet gaan om het gebruik van een bepaalbare zaak (vgl. HR 9 maart 1964, NJ 1964, 215).

3.3. De grief faalt.

De beslissing in eerste aanleg

4. [B.V. Y] heeft in eerste aanleg de afgifte van de door TTS onder zich genomen vrachtwagens en sleutels gevorderd, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

In reconventie heeft TTS van [B.V. X] de betaling van openstaande facturen gevorderd.

5. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat TTS veel te ver is gegaan door feitelijk het grootste deel van het wagenpark van [B.V. Y] in beslag te nemen zonder voorafgaand verlof. Ten aanzien van twee van de vrachtwagens die TTS ten tijde van het nemen van de beslissing in eerste aanleg feitelijk nog onder zich had, heeft de voorzieningenrechter evenwel geoordeeld dat TTS zich terecht jegens [B.V. X] op een retentierecht kon beroepen en dat dit retentierecht ook gold (op grond van artikel 3:291 BW, eerste lid) jegens [B.V. Y]. De derde vrachtwagencombinatie moest TTS van de voorzieningenrechter teruggeven aan [B.V. X].

5.1. In reconventie heeft de voorzieningenrechter [B.V. X] veroordeeld tot betaling van het grootste gedeelte, namelijk € 53.700,68, van de hiervoor onder 2.6 omschreven vordering van TTS.

Het spoedeisend belang en de behandeling van het spoedappel

6. Het hof overweegt dat, nu TTS zich jegens [B.V. Y] nog steeds op een geldig retentierecht beroept met betrekking tot de aan [B.V. Y] toebehorende vrachtwagencombinaties met de kentekennummers [kenteken 3] /[kenteken 4] en [kenteken 1]/ [kenteken 2], het spoedeisend belang voldoende is gebleken.

Heeft TTS een retentierecht (jegens [B.V. X]) op de in geding zijnde vrachtwagens?

7. In de eerste grief, zoals door TTS c.s. wordt onderscheiden, keert [B.V. Y] zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat TTS feitelijk de macht over deze combinaties kon uitoefenen doordat TTS een sleutel had van de kantineruimte en daarmee ook toegang had tot alle sleutels van de in de nabijheid geparkeerde vrachtwagencombinaties van [B.V. Y].

8. Niet in geding is dat voor beide betrokken vrachtwagencombinaties nog reparatienota's en parkeergeldnota's openstonden, zij het voor betrekkelijk geringe bedragen. Het laatste onderhoud aan deze combinaties was meer dan drie weken voor 21 mei 2011 verricht.

9. De voorzieningenrechter heeft terecht getoetst aan artikel 3:290 BW. Dit artikel omschrijft het retentierecht als de bevoegdheid die in de bij de wet genoemde gevallen aan een schuldeiser toekomt om de nakoming van de verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. Uit de standpunten van TTS c.s. valt te destilleren dat zij zich beroepen op artikel 6:52 BW, gelijk ook de voorzieningenrechter heeft aangenomen. Dit artikel bepaalt dat de schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, bevoegd is de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt. Gaat het daarbij om de verbintenis tot afgifte van een zaak, dan houdt dit tevens een retentierecht in.

10. Indien het in dit geschil zou gaan om twee vrachtwagencombinaties die zich in het kader van een reparatieopdracht op 21 mei 2011 in de werkplaats van TTS hadden bevonden, dan was naar 's hofs oordeel stellig sprake van een verplichting tot afgifte van TTS aan [B.V. X] die zich leent voor opschorting.

Van die situatie is evenwel blijkens de stellingen van partijen geen sprake geweest. Het ging om geparkeerde combinaties die reeds weken geleden voor het laatst door TTS waren onderhouden. Het hof kan TTS c.s. niet volgen in hun stelling dat sprake is van een opschorting van de verplichting van TTS tot afgifte uit de parkeerovereenkomst, die volgens hen als stallingsovereenkomst moet worden aangemerkt. De parkeerovereenkomst hield niet meer in, gelijk het hof hiervoor al heeft overwogen, dan het recht van [B.V. X] om maximaal 16 combinaties ergens op een verder niet omheind of anderszins afgeschermd terrein van TTS te parkeren. Van enige verplichting tot afgifte van de geparkeerde vrachtwagencombinaties die TTS kan opschorten, is dan ook geen sprake. TTS mocht weliswaar in voorkomende gevallen gebruik maken van de sleutels van de geparkeerde vrachtwagens om deze in verband met onderhoud aan het wagenpark en daarmee samenhangende werkzaamheden te verplaatsen doch deze bevoegdheid is haar niet verleend om zich een machtspositie te verschaffen, gelijk zij heeft gedaan. Het gebruik van de sleutel van de kantine en vervolgens van de sleutels van het wagenpark van [B.V. X], teneinde [B.V. X] onder druk te zetten de facturen van TTS te betalen, moet dan ook als onrechtmatig jegens [B.V. X] worden aangemerkt.

11. Het hof is van oordeel dat, anders dan de voorzieningenrechter heeft aangenomen, TTS op 21 mei 2011 geen retentierecht had jegens [B.V. X] en zich onrechtmatig de beschikkingsmacht over de beide in geding zijnde vrachtwagencombinaties heeft toegeëigend. Het onderdeel van de grief dat zich tegen dat oordeel keert, slaagt, en maakt dat het vonnis waarvan beroep niet in stand kan blijven. [B.V. Y] heeft verder geen belang meer bij bespreking van het tweede onderdeel van haar grief dat betrekking heeft op de werking van artikel 7:291 BW.

De slotsom

12. Nu de grief terecht is voorgedragen, dient het vonnis te worden vernietigd.

Het hof zal, opnieuw rechtdoende, de vordering van [B.V. Y] toewijzen, zij het met aanpassing van de gevorderde dwangsom en de gevorderde termijn.

TTS c.s. zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg in conventie en in appel, voor wat het salaris in appel betreft te begroten op 1 punt naar tarief II.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt TTS c.s. om binnen 48 uur na betekening van dit arrest de vrachtwagens en respectievelijke opleggers, met kenteken [kenteken 1]/[kenteken 2] en [kenteken 3]/[kenteken 4] en de bijbehorende sleutels aan [B.V. Y] terug te geven door aflevering van de vrachtwagencombinaties en sleutels op het adres [adres], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per vrachtwagencombinatie per dag of gedeelte van een dag dat TSS c.s. in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, zulks met een totaalmaximum van € 200.000,--.

veroordeelt TTS c.s. in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [B.V. Y]

in eerste aanleg op € 651,41 aan verschotten en € 816,--aan geliquideerd salaris voor de advocaat,

in hoger beroep op € 725,31 aan verschotten en € 894,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, J.H Kuiper en R.A. Zuidema, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 16 augustus 2011 in bijzijn van de griffier.