Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR4394

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-08-2011
Datum publicatie
08-08-2011
Zaaknummer
24-002764-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van de ten laste gelegde mishandeling ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002764-10

Uitspraak d.d.: 5 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 8 november 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1933],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 juli 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging van verdachte, vanwege een geslaagd beroep op noodweer, en dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal afwijzen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.D. Witteveen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep redenen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 7 februari 2010 te en in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend [benadeelde], meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 februari 2010 te [plaats] opzettelijk mishandelend [benadeelde], tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Van de zijde van de verdediging is ter terechtzitting van het hof een beroep gedaan op noodweer. Hiertoe is - kort gezegd - aangevoerd dat verdachte zich uit zelfverdediging tegen de aanval van aangever [benadeelde] heeft verweerd op de wijze zoals die is bewezen verklaard. Ook de advocaat-generaal heeft betoogd dat er sprake is van een noodweersituatie, en heeft in dat kader gevorderd dat verdachte ontslagen wordt van alle rechtsvervolging.

Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting stelt het hof het navolgende vast.

Op 7 februari 2010 bevindt verdachte zich in zijn woning als er op een gegeven moment langdurig wordt aangebeld. Verdachte is - zo heeft hij ter terechtzitting van het hof verklaard - in de veronderstelling dat er iemand in nood is en haast zich naar de voordeur. Op het moment dat verdachte de deur een stukje heeft geopend, wordt de deur verder open geduwd en stormt iemand - naar later bleek [benadeelde] - naar binnen. Verdachte wordt meteen door deze persoon tegen zijn hoofd geslagen. Verdachte 'stuitert' hierdoor naar achteren en geeft [benadeelde] een stomp terug.

Uit de hiervoor beschreven gang van zaken blijkt, dat verdachte totaal onverwacht door aangever [benadeelde] werd aangevallen. Het hof acht aannemelijk geworden dat verdachte [benadeelde] daarop (met de vuist) heeft geslagen ter noodzakelijke verdediging van zijn lijf tegen de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door die [benadeelde]. Gelet op de feitelijke situatie ter plaatse en het zeer korte tijdsbestek waarin een en ander zich afspeelde, kon in redelijkheid niet worden gevergd dat verdachte anders handelde dan hij heeft gedaan. Het door verdachte gebruikte geweld is niet als disproportioneel aan te merken.

Nu het beroep op noodweer slaagt, zal verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 300,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Nu verdachte niet schuldig wordt verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt, kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter,

mr. B.J.J. Melssen en mr. J.J. Beswerda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 5 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. J.J. Beswerda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.