Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2949

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-07-2011
Datum publicatie
25-07-2011
Zaaknummer
24-002310-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor drie inbraken, verlaten plaats ongeval en wapenbezit. Strafmaatappel.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden bestaat aanleiding een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en een forse werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002310-10

Uitspraak d.d.: 25 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 24 september 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 juli 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal stellen onder Reclasseringstoezicht.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] volledig worden toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] ten dele wordt toegewezen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. R.J.J. Bosma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kerkgebouw aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of blikjes redbull, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan gereformeerde kerk "[benadeelde 1]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand van een fietsenwinkel heeft weggenomen 13, althans een aantal fietsen en/of een hoeveelheid geld en/of een laptop (merk Acer) en/of een camera (merk Canon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 18 tot en met 19 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een clubgebouw van een tennisvereniging heeft weggenomen een hoeveelheid snoep (marsen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tennisvereniging "de beperkte slag", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 22 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straat], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [naam]) letsel en/of schade was toegebracht;

5.

hij in of omstreeks de maand februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, te weten een gaspistool (merk Umarex) kaliber 8mm, voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 22 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kerkgebouw aan de [straat] heeft weggenomen een hoeveelheid geld en blikjes redbull, toebehorende aan gereformeerde kerk "[benadeelde 1]", waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op een tijdstip in de periode van 11 tot en met 12 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand van een fietsenwinkel heeft weggenomen 13 fietsen en een hoeveelheid geld en een laptop (merk Acer) en een camera (merk Canon), toebehorende aan [benadeelde 3] waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij op een tijdstip in de periode van 18 tot en met 19 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een clubgebouw van een tennisvereniging heeft weggenomen een hoeveelheid snoep (marsen), toebehorende aan tennisvereniging "de beperkte slag", waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij op of omstreeks 22 februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de [straat], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander

(te weten [naam]) schade was toegebracht;

5.

hij in de maand februari 2010 te [benadeelde 2], gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, te weten een gaspistool (merk Umarex) kaliber 8mm, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in de maand februari 2010 tezamen met anderen schuldig gemaakt aan een drietal inbraken. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen. Daarnaast heeft verdachte niet alleen goederen weggenomen om zichzelf en zijn mededader(s) te bevoordelen, maar hebben verdachte en zijn mededader(s) daarbij ook onnodig vernielingen aangericht in de gebouwen waar werd ingebroken. Aldus heeft verdachte extra schade en overlast veroorzaakt aan de benadeelden.

Voorts is verdachte als bestuurder betrokken geweest bij een verkeersongeval - verdachte is tegen een tuinprieel gereden - waarbij schade was ontstaan aan derden. Vervolgens is verdachte doorgereden en kort daarna staande gehouden door de politie. Aangezien verdachte is doorgereden, terwijl hij wist of kon vermoeden dat schade was toegebracht aan eigendom van een ander, heeft verdachte bemoeilijkt dat de eigenaar van het tuinprieel de schade kon verhalen op de veroorzaker ervan.

Ook aan het voorhanden hebben van een gaspistool wordt verdachte schuldig bevonden. Dergelijk wapenbezit vergroot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 30 mei 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Tevens houdt het hof bij de strafoplegging rekening met de omstandigheid dat verdachte na het plegen van het onderhavige feit is veroordeeld.

Het hof houdt in het voordeel van verdachte rekening met zijn inmiddels in gunstige zin gewijzigde persoonlijke omstandigheden, zoals daarvan is gebleken uit de over hem uitgebrachte rapporten van Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 1 september 2010 en

- met name - 16 juni 2011. Op grond van deze rapporten - met name het laatste rapport - lijkt de voorzichtige conclusie gerechtvaardigd dat verdachte serieus bezig is zijn leven een positieve wending te geven en afscheid te nemen van zijn justitieverleden.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden. Het hof zal aan de verdachte derhalve een werkstraf opleggen van na te melden duur. Ter bevordering dat verdachte zich niet opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten, zal het hof aan verdachte tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van na te melden duur, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal stellen onder toezicht van de reclassering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (t.a.v. dhr. [naam])

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 1.233,12. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (t.a.v. dhr. [benadeelde 3])

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 3.546,38. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (t.a.v. [naam])

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 1.574,25. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 7, 176 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994 en

de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Verslavingszorg Noord Nederland te Assen en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze namens deze instelling te geven.

Geeft deze instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (t.a.v. dhr. [naam])

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 1], terzake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.233,12 (duizend tweehonderddrieëndertig euro en twaalf cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] (t.a.v. dhr. [naam]), een bedrag te betalen van EUR 1.233,12 (duizend tweehonderddrieëndertig euro en twaalf cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (t.a.v dhr. [benadeelde 3])

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 3] terzake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1500,- (duizend vijfhonderd euro) en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk, met bepaling, dat de benadeelde partij haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] (t.a.v. dhr. [benadeelde 3]), een bedrag te betalen van

EUR 1.500,00 aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (t.a.v. [naam])

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 2], terzake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.574,25 (duizend vijfhonderdvierenzeventig euro en vijfentwintig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2][naam], een bedrag te betalen van EUR 1.574,25 (duizend vijfhonderdvierenzeventig euro en vijfentwintig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper, griffier,

en op 25 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.