Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2932

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-07-2011
Datum publicatie
25-07-2011
Zaaknummer
24-000693-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 9, tweede lid, WVW 1994. Strafmaatappel. Gelet op de recidive van verdachte ziet het hof in de door en namens verdachte aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding een werkstraf op te leggen in plaats van een gevangenisstraf.

Gevangenisstraf van 4 weken, w.v. 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000693-11

Uitspraak d.d.: 25 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 10 december 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Noord, gevangenis [PI]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 juli 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. D.C. Keuning, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 februari 2010 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 17 februari 2010 te [plaats], terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorie B ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 17 februari 2010 als bestuurder in een personenauto gereden, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. In februari 1999 is het rijbewijs door het CBR ongeldig verklaard. Desondanks is verdachte wederom een auto gaan besturen. Het is het hof gebleken dat verdachte zich niets aantrekt van de jegens hem getroffen maatregel van ongeldigverklaring.

Het hof heeft daarbij gelet op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 mei 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder ten aanzien van soortgelijke feiten is veroordeeld en desondanks blijft recidiveren.

Voorts heeft het hof bij oplegging van de straf rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht.

Bovendien houdt het hof rekening met de strafoplegging in de strafzaak jegens verdachte met parketnummer 24-000692-11, welke strafzaak gelijktijdig met de onderhavige strafzaak door het hof is behandeld.

Gelet op het vorenstaande - in onderling verband en samenhang bezien - acht het hof de in eerste aanleg opgelegde en thans door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden. Anders dan de raadsman heeft bepleit, ziet het hof geen aanleiding om een werkstraf op te leggen in plaats van een gevangenisstraf. Gelet op de recidive van verdachte en in aanmerking genomen dat een in een andere strafzaak aan verdachte opgelegde werkstraf recentelijk is geretourneerd, acht het hof een werkstraf geen passende bestraffing voor verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en

de artikelen 9, 176 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. H. Heins, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper, griffier,

en op 25 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.