Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2083

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
19-07-2011
Zaaknummer
WAHV 200.076.902
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Officiersappel. Artikel 5.6.38, lid 2, RV. Wijze van controleren van de remvertraging van een bromfiets. De verbalisant heeft niets verklaard over de remvertraging van het samenstel van voor- en achterrem. Zijn verklaring is daarom onvoldoende voor vaststelling van de gedraging met feitcode N380n. Op de gedraging met feitcode N380m is voor bromfietsen geen sanctie gesteld.

Wetsverwijzingen
Regeling voertuigen 5.6.38
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.076.902

16 maart 2011

CJIB 136354977

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage

van 13 september 2010

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging”, welke gedraging zou zijn verricht op 4 november 2009 om 20.52 uur op de Europaweg te Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [AB-000-A].

2. De betrokkene heeft niet ontkend als bestuurder van voormelde bromfiets te hebben gereden. Hij heeft zich echter op het standpunt gesteld dat, hoewel de afstelling van de achterrem beter had gekund, aan de vereiste remvertraging werd voldaan. Het voertuig was immers in staat om bij een aanvangssnelheid van 40 km/h binnen 16.20 meter tot stilstand te komen. De betrokkene acht het onjuist dat de gedraging is vastgesteld enkel op basis van een vluchtige en subjectieve waarneming van de werking van de achterrem.

3. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat de verbalisant zijn bevindingen heeft gedaan in overeenstemming van de voorgeschreven keuringswijze, zodat niet in voldoende mate is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

4. De officier van justitie heeft onder verwijzing naar het arrest van dit hof van 27 januari 2005 (LJN: AS8925) aangevoerd dat ook zonder gebruikmaking van een voorgeschreven meetmethode kan worden vastgesteld dat een bromfiets niet aan de vereiste remvertraging voldoet. De wijze waarop de verbalisant de remvertraging van de bromfiets heeft gecontroleerd volstaat derhalve.

5. De gedraging met de feitcode N380n berust ten aanzien van een bromfiets op overtreding van het bepaalde in artikel 5.6.38 Regeling voertuigen (RV). Dit artikel luidt voor zover hier van belang:

"2. Bromfietsen op twee wielen in gebruik genomen voor 1 januari 2007 moeten zijn voorzien van twee bedrijfsremmen met onafhankelijke bedieningsorganen en overbrengingen, waarvan de één tenminste op het voorwiel en de ander tenminste op het achterwiel werkt. De remvertraging van de voorwielrem en de achterwielrem tezamen moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 4,0 m/s2 bedragen."

6. Uit de via de website van de RDW te raadplegen voertuiggegevens blijkt dat de betreffende bromfiets in gebruik is genomen op 31 augustus 2005.

7. De verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het proces-verbaal d.d. 24 juli 2010 houdt onder meer het volgende in:

"Op de plaats van de staandehouding heb ik, verbalisant, een remproef uitgevoerd met de betreffende bromfiets. Ik constateerde dat de voorrem naar behoren werkte en de vereiste remvertraging had. Ik constateerde dat de achterrem niet naar behoren werkte en derhalve niet de gewenste remvertraging had. Ik kneep de remhendel van de achterrem volledig in, tegen het stuur aan, waarna ik zag en voelde dat de bromfiets niet tot nauwelijks afremde en dus niet de vereiste remvertraging had."

8. Hoewel de vaststelling of het samenstel van voor- en achterrem van een bromfiets voldoet aan de vereiste remvertraging in het algemeen zal berusten op het resultaat van apparatuur waarmee de remvertraging wordt gemeten, is niet uitgesloten dat ook zonder gebruik te maken van een voorgeschreven meetmiddel kan worden vastgesteld dat een bromfiets niet aan de vereiste remvertraging voldoet. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen, wanneer bij het gelijktijdig gebruiken van beide remmen geen of nagenoeg geen vertraging wordt waargenomen. Eveneens kan, wanneer van één van beide remmen totaal geen werking bezit, zonder meting worden vastgesteld dat de bedrijfsrem niet op alle wielen werkt, hetgeen de onder feitcode N380m omschreven gedraging oplevert. Op deze gedraging is echter in de bijlage bij de WAHV ten aanzien van de voertuigcategorie "bromfietsen" geen sanctie gesteld.

9. Hetgeen blijkens het onder 7 overwogene door de verbalisant is verricht volstaat niet om vast te stellen dat het door de verbalisant onderzochte voertuig niet voldeed aan de vereiste remvertraging, nu slechts ten aanzien van de achterrem is geconstateerd dat deze niet of nauwelijks vertraagde. Derhalve kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dit betekent dat de kantonrechter terecht het beroep gegrond heeft verklaard en de inleidende beschikking heeft vernietigd.

10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.