Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1703

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
200.087.292/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gesloten plaatsing. Moeder niet aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 RV. Moeder ontheven van het gezag en minderjarige wordt niet door haar verzorgd en opgevoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 30 juni 2011

Zaaknummer 200.087.292

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. E.Tj. van Dalen, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

Bureau Jeugdzorg Groningen,

kantoorhoudende te Groningen,

geïntimeerde,

hierna te noemen: BJZ,

Belanghebbenden:

1. [kind],

thans verblijvende in [verblijfplaats],

hierna te noemen: [kind],

advocaat mr. R.F.M. Mullaart, kantoorhoudende te Groningen,

2. [vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

3. [pleegouders],

wonende te Wildervank,

hierna te noemen: de pleegouders.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 30 maart 2011 heeft de kinderrechter in de rechtbank Groningen aan BJZ een machtiging verleend om de minderjarige [kind], geboren [in 1995], in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te plaatsen met ingang van 30 maart 2011 tot 30 september 2011.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 10 mei 2011, heeft de moeder verzocht de beschikking van 30 maart 2011 te vernietigen en opnieuw beslissende alsnog het inleidend verzoek van BJZ af te wijzen.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 7 juni 2011, heeft BJZ het verzoek bestreden en verzocht het door de moeder ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van

10 juni 2011 met bijlagen van mr. Van Dalen.

Van [kind] is op 31 mei 2011 een brief ingekomen ter griffie van het hof, waarin hij aangeeft met de rechter te willen praten.

Op 16 juni 2011 is [kind], in aanwezigheid van zijn raadsman mr. Mullaart, (apart) gehoord door een raadsheer-commissaris.

Ter zitting van 16 juni 2011 is de zaak behandeld. Hoewel behoorlijk opgeroepen is de moeder niet verschenen. Ter zitting heeft mr. M.E. Derix (kantoorgenoot van

mr. Van Dalen) namens de moeder het woord gevoerd. Namens BJZ is mevrouw Kraaijeveld verschenen. Daarnaast zijn [kind], bijgestaan door mr. Mullaart, en de pleegmoeder verschenen. De vader is - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet ter zitting verschenen.

BJZ heeft, op verzoek van mr. Mullaart, ter terechtzitting in hoger beroep nog een verslag van de voortgangsbespreking van 8 juni 2011 overgelegd. Mr. Derix heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. [kind] is bij beschikking van 18 mei 2005 onder toezicht van BJZ gesteld. Bij beschikking van 23 november 2006 is een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing verleend. Sindsdien zijn de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing telkens verlengd.

2. BJZ heeft de kinderrechter - bij inleidend verzoek van 22 maart 2011 - verzocht een machtiging tot plaatsing van [kind] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. [kind] verblijft thans in [verblijfplaats]. [kind] verbleef, alvorens hij door middel van de machtiging gesloten plaatsing in [verblijfplaats] werd geplaatst, lange tijd bij de pleegouders.

3. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de kinderrechter beslist als hiervoor vermeld onder "Het geding in eerste aanleg". Het hoger beroep van de moeder richt zich tegen deze beslissing.

De overwegingen

4. De moeder is op 10 mei 2011 in hoger beroep gekomen tegen de verlening van een machtiging om [kind] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te plaatsen. Echter, de moeder is bij beschikking van de rechtbank Groningen van

13 april 2010 - welke uitvoerbaar bij voorraad is verklaard - ontheven van het ouderlijk gezag over [kind]. Deze beschikking is door dit hof bekrachtigd bij beschikking van 19 april 2011.

5. Het hof is van oordeel dat, nu de moeder niet met het gezag over [kind] is belast en [kind] evenmin door de moeder wordt verzorgd en opgevoed als een kind behorende tot haar gezin, de moeder niet is aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv. De beslissing betreffende de machtiging tot gesloten plaatsing heeft immers geen rechtstreekse betrekking op haar rechten en verplichtingen.

6. Gelet op het vorenstaande kan de moeder, naar het oordeel van het hof, niet in het door haar ingestelde hoger beroep worden ontvangen. Ter zitting is niet gesteld of gebleken dat de omstandigheden thans anders zijn, zodat de moeder in haar hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Groningen van 30 maart 2011.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P. den Hollander, voorzitter, A.W. Beversluis en Th.P.M. Moons, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 30 juni 2011 in bijzijn van de griffier.