Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1351

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
24-003080-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1. Verwerping verweer verdediging ter zake van poging tot diefstal (feit 6). Geen ondeugdelijke poging bij het invoeren van een foutieve pincode.

2. Veroordeling wegens diefstal (feit 1 en 4), mishandeling (feit 2 en 3), diefstal met valse sleutels (feit 5) en poging tot diefstal met valse sleutels (feit 6).

3. Overweging ten aanzien van samenloop eerder opgelegde ISD-maatregel en strafoplegging.

4. Straf: voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde het betalen van een € 650,- als schadevergoeding aan de benadeelde van feit 5 en een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

5. Beslissing op vordering tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummers: 24-003080-08 en 17-602298-06 (tul)

Uitspraak d.d.: 12 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 25 augustus 2008 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 17-602298-06, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1968],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande,

thans uit anderen hoofde verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren, en een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken zal afwijzen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. G.M. van der Ent, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 24 augustus 2007 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een aldaar aan het [straat] gevestigde winkel genaamd [bedrijf 1] twee shirts, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

feit 2:

hij op of omstreeks 24 augustus 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), met zijn tot vuist gebalde hand (met kracht) een klap tegen diens hoofd heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

feit 3:

hij op of omstreeks 24 augustus 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), (met kracht) een kopstoot heeft gegeven tegen het hoofd van die [slachtoffer 2], waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

feit 4:

hij op of omstreeks 24 augustus 2007 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een aldaar aan de [straat] gevestigde winkel (genaamd [bedrijf 2] een verpakking Hugo Boss, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

feit 5:

hij op of omstreeks 24 augustus 2007 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aldaar aan het [straat] gevestigde geldautomaat heeft weggenomen in totaal E 800,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 6:

hij op of omstreeks 23 augustus 2007 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (aldaar aan de [straat] gevestigde) geldautomaat weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, meermalen, althans eenmaal, een pinpas in de geldautomaat heeft gebracht en/of meermalen, althans eenmaal, een verkeerde pincode heeft ingevoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bespreking verweer feit 6

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte van het onder 6 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, nu hij pinde met een pinpas waarvan de code door de eigenaar van de pas recent was gewijzigd, zodat hij de code niet kende.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte heeft gepind met de altijd gekende en gebruikte code, zodat van een ondeugdelijke poging geen sprake kan zijn.

Het hof is van oordeel dat het invoeren van een pinpas in een geldautomaat en het daarbij intoetsen van een pincode onder de omstandigheden van dit geval een begin van uitvoering van het strafbare feit oplevert. Immers, de verdachte verkeerde in de veronderstelling dat hij de (juiste) pincode van de pas kende, nu hij met die pincode vaker had gepind van de rekening van zijn toenmalige vriendin, zijnde de eigenaar van de pas waarmee hij op

23 augustus 2007 opnieuw geld probeerde op te nemen. Zijn toenmalige vriendin had de code echter kort daarvoor gewijzigd. Dat de gehanteerde pincode achteraf onjuist bleek te zijn, maakt dat het voorgenomen misdrijf door omstandigheden gelegen buiten de wil van de verdachte niet is voltooid. Een en ander kan derhalve niet de conclusie rechtvaardigen dat sprake is geweest van een ondeugdelijke poging. Het hof komt derhalve tot een bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 24 augustus 2007 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in een aldaar aan het [straat] gevestigde winkel genaamd [bedrijf 1] twee shirts toebehorende aan [bedrijf 1];

feit 2:

hij op 24 augustus 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1], met zijn tot vuist gebalde hand met kracht een klap tegen diens hoofd heeft gegeven, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

feit 3:

hij op 24 augustus 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2], met kracht een kopstoot heeft gegeven tegen het hoofd van die [slachtoffer 2], waardoor deze pijn heeft ondervonden;

feit 4:

hij op 24 augustus 2007 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in een aldaar aan de [straat] gevestigde winkel genaamd [bedrijf 2] een verpakking Hugo Boss toebehorende aan [bedrijf 2];

feit 5:

hij op 24 augustus 2007 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aldaar aan het [straat] gevestigde geldautomaat heeft weggenomen E 800,- toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 6:

hij op 23 augustus 2007 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aldaar aan de [straat] gevestigde geldautomaat weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 4] en die weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel een pinpas in de geldautomaat heeft gebracht en meermalen een pincode heeft ingevoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 en 4 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

het onder 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

het onder 6 bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 24 augustus 2007 tweemaal schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers hinder en schade oplevert. Voorts heeft verdachte zich op dezelfde datum tweemaal schuldig gemaakt aan mishandeling. Hij heeft [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met een vuist tegen het gezicht geslagen respectievelijk een kopstoot gegeven. Hiermee heeft hij een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van beide personen.

Ook heeft verdachte zich op 24 augustus 2007 schuldig gemaakt aan diefstal van een hoeveelheid geld van [slachtoffer 3], een persoon die hij - naar eigen zeggen - beschouwde als zijn zoon. Hij heeft gebruik gemaakt van de pinpas van [slachtoffer 3] en heeft daarmee 800 euro van diens rekening opgenomen. Eén dag eerder, op 23 augustus 2007, had verdachte hetzelfde geprobeerd met de pinpas van zijn toenmalige vriendin. Hij slaagde echter niet in zijn poging, omdat zij de pincode had gewijzigd. Verdachte heeft door zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van anderen. Het hof rekent het verdachte bovendien aan dat hij door zijn handelen het vertrouwen van deze twee personen, bij wie hij in huis woonde, ernstig heeft beschaamd.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van

24 mei 2011, waaruit blijkt dat verdachte vele malen eerder wegens strafbare feiten is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te begaan.

De gedragingen van verdachte geven in beginsel aanleiding tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het onderzoek ter terechtzitting is echter gebleken dat verdachte ingaande 21 december 2010 een ISD-maatregel ondergaat. Kenmerkend voor een ISD-maatregel is dat het accent wordt verschoven van de in het strafrecht gebruikelijke zaaksgerichte aanpak naar een persoonsgerichte aanpak. Deze aanpak is gericht op doorbreking van het patroon van delictgedrag door middel van een tweejarig traject, waarbij behandeling van de achterliggende problematiek een belangrijke rol speelt. Deze aanpak verhoudt zich slecht met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het effect van een ISD-maatregel zou kunnen frustreren. Het hof dient het belang dat de verdachte en de samenleving hebben bij een geslaagde ISD-maatregel af te wegen tegen de noodzakelijke vergelding van de door verdachte begane strafbare feiten. Naar het oordeel van het hof maakt het belang van een geslaagde ISD-maatregel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf thans niet op zijn plaats is.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren, en een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, passend en geboden is. Hierbij heeft het hof tevens rekening gehouden met de ouderdom van de bewezen verklaarde feiten. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient tevens als stok achter de deur, teneinde verdachte er - na afloop van de ISD-maatregel - van te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Met de werkstraf dient te worden aangevangen eerst nadat verdachte - in het kader van de ISD-maatregel - extramuraal wordt geplaatst.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangegeven bereid te zijn tot betaling van de door [slachtoffer 3] ter zake van feit 5 geleden schade. Gelet hierop verbindt het hof aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde dat verdachte het bedrag dat hij heeft gestolen van [slachtoffer 3] dient terug te betalen als schadevergoeding, met dien verstande dat hij van de door hem gestolen € 800,- reeds € 150,- heeft terugbetaald, waardoor er een bedrag van € 650,- resteert. Deze betaling dient te geschieden op de hieronder aangegeven wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 24 mei 2006, parketnummer 17-602298-06, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen ten aanzien van de ongewenstheid van combinatie van een ISD-maatregel met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de onderhavige strafzaak, zal de vordering tot tenuitvoerlegging - zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd - worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 45, 57, 63, 300, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte binnen 12 (twaalf) maanden na het ingaan van de proeftijd de schade, die door het onder 5 bewezen verklaarde is veroorzaakt, vergoedt door betaling van een bedrag van EUR 650,- (zeshonderdenvijftig) aan

[slachtoffer 3], ten bewijze waarvan de verdachte binnen die termijn het daarop betrekking hebbende betalingsbewijs dient toe te zenden aan de advocaat-generaal bij dit hof, onder vermelding van het parketnummer 24-003080-08.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Leeuwarden van

2 juli 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 24 mei 2006, parketnummer 17-602298-06, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Aldus gewezen door

mr. H.J. Deuring, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. H.K. Elzinga, raadsheren,

in tegenwoordigheid van S. van Krugten, griffier,

en op 12 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H.K. Elzinga is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.