Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1284

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-03-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
WAHV 200.066.619
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Samenloop van strafrechtelijke en administratiefrechtelijke feiten in één gebeurtenis. Vernietiging inleidende beschikking omdat in strijd met de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften op de aankondiging van beschikking niet is vermeld dat ook proces-verbaal is opgemaakt voor een strafrechtelijke overtreding.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 160
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 3
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2011/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.066.619

21 maart 2011

CJIB 132185014

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad

van 22 april 2010

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “niet voldoen aan aanwijzing van bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar” (feitcode R630a), welke gedraging zou zijn verricht op 5 juli 2009 om 18.48 uur op de Hardenbergerweg te Brucht met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].

2. In het dossier bevinden zich tevens stukken,waaruit blijkt dat op voormelde datum om 18.47 uur, dus één minuut vóór het onder 1 vermelde tijdstip, is geconstateerd dat de betrokkene ter plaatse heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 129 kilometer per uur terwijl maximaal 80 kilometer per uur was toegestaan. Ter zake hiervan is een proces-verbaal opgemaakt.

3. Ten aanzien van samenloop van strafrechtelijke en administratiefrechtelijke feiten, houdt de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften d.d. 15 februari 2009, in werking getreden op 1 mei 2009 en gepubliceerd in de Staatscourant 2009, nummer 40, (hierna: de Aanwijzing), voor zover hier van belang, het volgende in: "Indien een gebeurtenis uit gedragingen en overtredingen bestaat, wordt aan betrokkene/verdachte voor ten hoogste drie feiten een administratieve sanctie opgelegd, wordt tegen hem een strafbeschikking uitgevaardigd of proces-verbaal opgemaakt of wordt hem een transactie aangeboden. Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal. Van deze mogelijkheid mag slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt. (…)."

4. Voorts staat in de Aanwijzing als achtergrond ervan vermeld: "Gelet op de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is het van belang dat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) door de bij de uitvoering van deze wet betrokken instanties op uniforme wijze wordt toegepast. Immers, in de Memorie van Toelichting bij de WAHV wordt het waarborgen van een deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene als één van de drie doelstellingen genoemd. Daartoe is op basis van artikel 3, lid 4 WAHV deze aanwijzing opgesteld."

5. In het proces-verbaal (c.q. de kennisgeving van bekeuring) ter zake van de onder 2 vermelde -strafrechtelijke- overtreding staat als toelichting vermeld: "verdachte negeerde mijn stopteken en reed met onverminderde snelheid door. omdat ik nagenoeg naast de weg stond geen gevaar voor mij. verdachte heeft mij wel gezien. ook mini voor negeren stopteken." Daarentegen staat in het brondocument (c.q. de aankondiging van beschikking) ter zake van de onder 1 vermelde -administratiefrechtelijke- gedraging niet vermeld dat ook een proces-verbaal voor een ander (strafrechtelijk) feit is opgemaakt.

6. Het hof constateert dat, gelet op de samenhang van de strafrechtelijke overtreding en het negeren van het stopteken, sprake is van "een gebeurtenis" als bedoeld in de Aanwijzing.

7. Aldus staat vast dat de betrokken politieambtenaar heeft verzuimd te handelen conform het in de Aanwijzing geformuleerde uitgangspunt, dat in een dergelijk geval afdoening langs één traject dient te worden gekozen. Indien hij immers zou hebben gemeend, dat in casu sprake was van een gebeurtenis waarin bij uitzondering zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke wijze van afdoening zou moeten plaatsvinden had hij dit (ook) moeten vermelden op de aankondiging van de beschikking (vergelijk het arrest van dit hof d.d. 8 januari 2003, WAHV 02-0855, te vinden op www.rechtspraak.nl, LJN-nummer AF3243).

8. Mede gelet op de -in overwegingen 3 en 4 vermelde- achtergrond en doelstelling van de Aanwijzing, acht het hof het van essentieel belang dat de Aanwijzing strikt wordt nageleefd. Immers, alleen dan wordt de rechter aan wie de zaak wordt voorgelegd in staat gesteld zich een oordeel te vormen over de vraag of het om verschillende gebeurtenissen gaat of dat er sprake is van samenloop, of het al dan niet gerechtvaardigd is dat zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke wijze van afdoening heeft plaatsgevonden en of in die zaak of (in dat complex van) zaken een passende sanctie, straf of maatregel is opgelegd.

Het hof acht het naleven van de Aanwijzing dermate essentieel, dat ook in een geval als het onderhavige, waarin door van het toeval afhankelijke omstandigheden in de procedure de gang van zaken duidelijk is geworden, de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.

9. Een en ander brengt mee, dat naar het oordeel van het hof de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

10. Het hof overweegt ten overvloede dat uit de gang van zaken blijkt, dat door de verbalisant kennelijk is beoogd op grond van artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) de bestuurder van het motorrijtuig te doen stilhouden ter vaststelling van zijn identiteit, nu sprake was van verdenking van een overtreding krachtens de WVW 1994. Dat betreft een andere gedraging dan die bedoeld in artikel 82, eerste lid juncto Bijlage II RVV 1990, waarop feitcode R630a is toegesneden.

11. Het hof ziet geen aanleiding een kostenveroordeling uit te spreken nu niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 22 oktober 2009, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 132185014 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 156,- door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Beswerda en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.