Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0627

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
06-07-2011
Zaaknummer
24-002258-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ter zake van het telkens als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijven, legt het hof, conform de landelijke oriëntatiepunten, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002258-09

Uitspraak d.d.: 5 juli 2011

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 7 september 2009 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 19-621434-08 en 19-620055-09, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot een veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden . Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 19-621434-08:

feit:

hij op of omstreeks 20 oktober 2008 in de gemeente [gemeente], als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling was verklaard (zijnde de beschikking d.d. 16 april 2004 van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie waarbij verdachte tot ongewenst vreemdeling is verklaard, aan verdachte in persoon betekend/uitgereikt op 20 april 2004 (waartegen verdachte bezwaar heeft aangetekend en welk bezwaar op 18 februari 2008 door de Vreemdelingenkamer van de rechtbank in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond is verklaard en aan verdachte en/of zijn gemachtigde ter kennis is gebracht);

Zaak met parketnummer 19-620055-09 (gevoegd):

feit:

hij op of omstreeks 13 januari 2009 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift (beschikking van de IND, kenmerk 9702-05-8029, V-nummer 255.001.0579, d.d. 16 april 2004), tot ongewenst vreemdeling was verklaard;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 19-621434-08 en in de zaak met parketnummer 19-620055-09 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 19-621434-08:

feit:

hij op omstreeks 20 oktober 2008 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, zijnde de beschikking d.d. 16 april 2004 van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie waarbij verdachte tot ongewenst vreemdeling is verklaard, aan verdachte in persoon betekend op 20 april 2004;

Zaak met parketnummer 19-620055-09 (gevoegd):

feit:

hij op 13 januari 2009 in de gemeente [gemeente], als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, (beschikking van de IND, kenmerk 9702-05-8029, V-nummer 255.001.0579, d.d. 16 april 2004), tot ongewenst vreemdeling was verklaard;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 19-621434-08 en in de zaak met parketnummer 19-620055-09 bewezenverklaarde levert telkens op:

als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof is niet gebleken van nieuwe omstandigheden anders dan die ten tijde van de beoordeling van de feiten door de politierechter bekend waren en ziet daarom geen reden om af te wijken van de door de politierechter conform de landelijke oriëntatiepunten opgelegde en thans door de advocaat-generaal geëiste straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 197 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 19-621434-08 en in de zaak met parketnummer 19-620055-09 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 19-621434-08 en in de zaak met parketnummer 19-620055-09 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. K. Lahuis en mr. J.A.A.M. van Veen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G.G. Eisma, griffier,

en op 5 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. K. Lahuis voornoemd, buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.