Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0319

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
200.074.717/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de (gewijzigde) leeftijd van de kinderen en de gebleken praktische bezwaren bij de uitvoering van de omgangsregeling wél een wijziging van de omstandigheden vormen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 14 juni 2011

Zaaknummer: 200.074.717

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. J. Dam-de Haan, kantoorhoudende te Emmen,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. H.D. Jager-van den Berg, kantoorhoudende te Dordrecht.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van de rechtbank Assen van 7 juli 2010, voor zover hier van belang, zijn partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot wijziging van de bij beschikking van 18 juli 2007 vastgelegde omgangsregeling (thans verdeling van zorg- en opvoedingstaken dan wel zorgregeling genoemd).

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 4 oktober 2010, heeft de vrouw verzocht die beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende de bij beschikking van 18 juli 2007 vastgestelde zorgregeling op zodanige manier te wijzigen dat:

- de in die beschikking vastgelegde vakantieregeling wordt aangepast, daar waar

het de kortere vakanties van twee weken betreft, in die zin dat de kinderen dan één hele week bij de man zullen verblijven, in onderling overleg nader vast te stellen;

- indien de omgang in de kortere vakantie ingaat op woensdag, het tijdstip van aanvang van de omgangsregeling aan te passen van 9.00 uur naar 11.00 uur;

- daarnaast aan te passen de haal- en brengregeling, in die zin dat de man tijdens de vakanties de kinderen zal moeten halen uit en brengen naar [woonplaats];

- voorts te bepalen dat de kinderen hun eigen verjaardag mogen doorbrengen op het adres waar zij hun hoofdverblijf hebben, ook indien zulks in een omgangsweekend valt, waarbij het gehele omgangsweekend komt te vervallen;

- te bepalen dat indien de kinderen in de laatste drie weken van de zomervakantie bij man zijn, de kinderen op zaterdag worden teruggebracht bij de vrouw.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 16 november 2010, heeft de man het verzoek van de vrouw bestreden en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing van het verzoek.

Tevens heeft de man daarbij incidenteel appel ingesteld tegen de bestreden beschikking en daarin verzocht de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de compensatie van de proceskosten en opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties.

Bij verweerschrift, binnengekomen bij het hof op 17 december 2010, heeft de vrouw het verzoek van de man in incidenteel appel bestreden en geconcludeerd tot afwijzing ervan.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 7 oktober 2010 waarin is opgemerkt dat de raad geen bemoeienis heeft gehad met partijen, afgezien van een bemiddelingspoging.

Ter zitting van 10 mei 2011 is de zaak behandeld. De vrouw is daarbij in tegenwoordigheid van haar advocaat verschenen. De man is zonder zijn advocaat verschenen.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. Partijen zijn op 21 juni 1997 in de gemeente [woonplaats] met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, namelijk [in 2000] [kind 1] en [in 2002] [kind 2] (hierna genoemd: [kind 1] en [kind 2] of de minderjarigen dan wel de kinderen). Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 1] en [kind 2].

2. Bij beschikking van de rechtbank [woonplaats] van 14 juni 2006 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw bepaald en de beslissing omtrent de zorgregeling aangehouden.

3. De echtscheidingsbeschikking is op 18 oktober 2006 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, waardoor het huwelijk van partijen is ontbonden.

4. Bij beschikking van 6 september 2006 heeft de rechtbank een zorgregeling tussen de man en de kinderen vastgesteld inhoudende, kort gezegd, een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag 15.15 tot zondag 18.30 en verdeling van de vakanties in onderling overleg.

5. Op 1 april 2007 is de vrouw met de kinderen naar [woonplaats] verhuisd. De man is in [woonplaats] blijven wonen.

6. Bij beschikking van 18 juli 2007 heeft de rechtbank Assen het verzoek van de man tot wijziging van de beschikking van 6 september 2006 van de rechtbank [woonplaats] toegewezen en een zorgregeling tussen de man en de kinderen vastgesteld luidende:

- "bepaalt dat de minderjarige kinderen van partijen (..) de man eens per veertien dagen bezoeken vanaf vrijdagmiddag 15.15 uur tot zondag om 17.00 uur, waarbij de man de kinderen op vrijdag om 15.15 uur bij school haalt en op zondag om 17.00 uur weer

terugbrengt bij de broer van de vrouw;

- bepaalt dat de voornoemde minderjarige kinderen ingaande de zomervakantie

2008 de helft van de zomervakanties bij de man verblijven; in de even jaren de

eerste drie weken en in de oneven jaren de laatste drie weken. De man zal de

kinderen dan halen op vrijdag om 15.15 uur bij de broer van de vrouw (en)

terugbrengen op zondag om 17.00 uur bij de broer van de vrouw;

- bepaalt dat de voornoemde minderjarige kinderen in de andere schoolvakanties

drie dagen aansluitend aan het omgangsweekend bij de man verblijven, aldus dat

wanneer de vakantie eindigt met een omgangsweekeinde de woensdag,

donderdag en vrijdag daaraan voorafgaand, en dat wanneer de vakantie begint

met een omgangsweekeinde de maandag, dinsdag en woensdag daarop volgend.

De man zal de kinderen wanneer de omgangsregeling begint op een woensdag

om 09.00 uur halen bij de broer van de vrouw en wanneer de omgangsregeling

eindigt op een woensdag, om 17.00 uur terugbrengen bij de broer van de vrouw."

7. Bij beschikking van 10 december 2008 heeft het hof de beschikking van 18 juli 2007 bekrachtigd en de vrouw bevolen de omgangsregeling na te komen op verbeurte van een dwangsom van € 750,- voor iedere keer dat zij in gebreke blijft, met dien verstande dat boven de € 15.000,- geen dwangsom meer wordt verbeurd.

8. Bij inleidend verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank Assen op 2 april 2010, heeft de vrouw onder meer verzocht ten aanzien van de omgangsregeling de beschikking van 18 juli 2007 te wijzigen dan wel aan te vullen op zodanige manier dat:

- "de in de beschikking vastgelegde vakantieregeling wordt aangepast, daar waar het de kortere vakanties van twee weken betreft, in die zin dat de kinderen dan één hele week bij de vader zullen verblijven, in onderling overleg nader vast te stellen;

- indien de omgang in de kortere vakantie ingaat op woensdag, het tijdstip van aanvang van de omgangsregeling aan te passen van 09.00 uur naar 11.00 uur;

- daarnaast aan te passen de haal- en brengregeling, in die zin dat de man tijdens de vakanties de kinderen zal moeten halen uit en brengen naar [woonplaats];

- voorts te bepalen dat de kinderen hun eigen verjaardag mogen doorbrengen op het adres waar zij hun hoofdverblijf hebben, ook indien zulks in een omgangsweekend valt, waarbij het gehele omgangsweekend komt te vervallen;

- te bepalen dat indien de kinderen in de laatste drie weken van de zomervakantie bij vader zijn, de kinderen op zaterdag worden teruggebracht bij de vrouw".

9. De man heeft verweer gevoerd en daarbij zelfstandige verzoeken geformuleerd.

10. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, besloten als hiervoor omschreven onder het kopje "Het geding in eerste aanleg".

11. Het principaal appel van de vrouw strekt tot betoog dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in haar wijzigingsverzoek en dat de wijzigingen alsnog dienen te worden gehonoreerd.

De overwegingen van het hof

12. Op grond van artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

13. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat geen aanleiding bestaat te concluderen tot niet-ontvankelijkheid op de grond dat geen sprake is van een wijziging van omstandigheden dan wel daartoe onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangedragen. De (gewijzigde) leeftijd van de kinderen en de gebleken praktische obstakels bij de uitvoering van de huidige omgangsregeling kunnen niet anders worden gezien als wijzigingen van omstandigheden die ertoe moeten leiden dat het wijzigingsverzoek inhoudelijk wordt beoordeeld en de thans geldende omgangsregeling in het belang van de kinderen wordt aangepast en wel als volgt.

14. Ter zitting van het hof is gebleken dat zijdens de man geen bezwaren bestaan tegen de aanpassing van het tijdstip van aanvang van de zorgregeling (van 09.00 uur naar 11.00 uur) indien de omgang in de kortere vakantie ingaat op woensdag. Het hof acht de betreffende door de vrouw voorgestelde wijziging redelijk, mede gelet op de reisafstand tussen [woonplaats] en [woonplaats] (dan wel [woonplaats]).

15. Het hof acht het voorts in het belang van de kinderen dat zij in plaats van op zondag om 17.00 uur, op zaterdag om 17.00 uur worden teruggebracht bij de vrouw indien de kinderen in de laatste drie weken van de zomervakantie bij de vader zijn. Op die manier kunnen de kinderen nog een dag 'acclimatiseren' bij de vrouw voordat zij weer naar school gaan, hetgeen de rust en stabiliteit voor de kinderen ten goede komt. Ook tegen deze aanpassing heeft de man op zichzelf, mits gecompenseerd, geen bezwaar blijkens zijn toelichting ter zitting van het hof. Het hof acht de compensatie redelijk en zal de regeling ook daarop aanpassen.

16. Het hof is het met partijen eens dat de kortere vakanties van twee weken thans voor een groot deel bestaan uit halen en brengen en dat dit niet in het belang is van de kinderen. Dit brengt met zich dat deze twee-wekelijkse vakanties worden aangepast, waarbij ook rekening wordt gehouden met de huidige omvang van de omgang in die twee weken. Verder acht het hof het redelijk dat het halen en brengen van de kinderen ook ten aanzien van de andere schoolvakanties gelijkelijk door partijen wordt verricht in plaats van alleen door de vrouw. Het hof zal daarom de geldende omgangsregeling ook op dat punt aanpassen in de zin als hierna in het dictum van deze beschikking vermeld.

17. Het hof kan de man volgen in zijn standpunt dat het redelijk is dat hij wordt gecompenseerd voor de aanpassingen van de geldende zorgregeling en verwerpt het andersluidende standpunt van de vrouw. Het hof zal daarom in afwijking van de geldende omgangsregeling bepalen dat de man de kinderen in de andere schoolvakanties vijf dagen aansluitend aan het omgangsweekend bij de man verblijven in plaats van drie dagen als navermeld.

18. Voor verdere aanpassingen van de geldende omgangsregeling ziet het hof geen aanleiding. Met name ziet het hof geen aanleiding te bepalen dat de kinderen altijd hun verjaardag bij de vrouw moeten vieren en dat het gehele omgangsweekend van de man in dat geval komt te vervallen.

19. Ter zitting van het hof is verder duidelijk geworden dat partijen ten opzichte van elkaar weinig toegeeflijk zijn waar het gaat om het zoeken naar en het vinden van een oplossing bij de onvermijdelijke eventualiteiten, zoals een verjaardagsfeestje van de kinderen of een sterfgeval in de familie. Beide partijen zijn in beginsel wel bereid tot overleg omtrent een incidentele aanpassing van de omgangsregeling maar houden daarbij strikt vast aan het eigen uitgangspunt, namelijk in het geval van de man dat hij wordt gecompenseerd en in het geval van de vrouw dat geen afbreuk wordt gedaan aan wat zij noemt haar 'quality time' met de kinderen. Het hof betreurt deze houding van partijen omdat het belang van de kinderen daarmee ogenschijnlijk wordt gediend maar in feite wordt geschaad. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de ouders om in onderling overleg tot oplossingen te komen, gericht op het belang van de kinderen. Dit betekent dat in een voorkomend geval de andere ouder iets zal moeten worden gegund ten koste van het eigen belang en vice versa.

De slotsom

20. Het voorgaande betekent dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en het hof opnieuw zal beslissen als na te melden. Het hof verstaat dat de dwangsom zoals die door het hof bij beschikking van 10 december 2008 is opgelegd ter bekrachtiging en naleving van de beschikking van 18 juli 2007, onverkort geldt voor de thans bij deze beschikking daarop aangebrachte wijzigingen.

Proceskosten

21. Ten aanzien van het verzoek om een proceskostenveroordeling overweegt het hof dat weliswaar lichtvaardig is besloten tot procederen - gelet op de geringe wijzigingen had ook op andere wijze tot een oplossing kunnen worden gekomen -, maar na ampel beraad ziet het hof daarin thans nog geen aanleiding om de vrouw in de proceskosten te veroordelen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Assen van 7 juli 2010 voor zover aan dit hoger beroep onderworpen en behoudens de beslissing omtrent de proceskosten;

en in zoverre opnieuw beslissende:

wijzigt de bij beschikking van 18 juli 2007 vastgestelde zorgregeling tussen de man en de kinderen op zodanige manier dat:

- de voornoemde minderjarige kinderen van partijen de man eens per veertien dagen bezoeken vanaf vrijdagmiddag 15.15 uur tot zondag om 17.00 uur, waarbij de man de kinderen op vrijdag om 15.15 uur bij school haalt en op zondag om 17.00 uur weer terugbrengt bij de broer van de vrouw;

- bepaalt dat de kinderen in de zomervakantie de helft van deze zomervakantie bij de man verblijven; in de even jaren de eerste drie weken en in de oneven jaren de laatste drie weken. De man zal de kinderen in de even jaren halen op vrijdag om 15.15 uur bij de school (en) terugbrengen op zondag om 17.00 uur bij de broer van de vrouw en in de oneven jaren halen op donderdag om 15.15 uur bij de broer van de vrouw en op zaterdag om 17.00 uur terugbrengen bij de vrouw in [woonplaats];

- bepaalt dat de voornoemde minderjarige kinderen in de tweewekelijkse schoolvakanties de helft van deze vakantie bij de man verblijven in het even jaar de eerste week en in het oneven jaar in de tweede week, waarbij het halen en brengen op dezelfde wijze is geregeld als in de zomervakantie;

- bepaalt dat in de andere vakanties de kinderen aansluitend of volgend op het omgangsweekend drie dagen bij de man verblijven, waarbij indien de omgang op woensdag begint de man de kinderen om 11.00 uur bij de broer van de vrouw haalt en op zondag om 17.00 uur bij de vrouw in [woonplaats] terugbrengt. Begint de omgang met een omgangsweekend dan haalt de man de kinderen op vrijdag om 15.15 uur bij school en breng ze terug op woensdag om 17.00 uur bij de broer van de man;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Aldus gegeven door mrs. A.W. Beversluis, voorzitter, A.H. Garos en B. Maan

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 14 juni 2011 in bijzijn van de griffier.