Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9921

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
30-06-2011
Zaaknummer
24-001408-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van belediging van een politieambtenaar en wederspannigheid veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis. Het hof legt de helft van deze werkstraf, te weten 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, in voorwaardelijke vorm op, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001408-10

Uitspraak d.d.: 30 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 31 mei 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. S.R. Heeg, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij in of omstreeks de nacht van 30 april op 1 mei 2010 te [plaats], meermalen opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], hoofdagent van de regiopolitie Groningen, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, hem in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord "Kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

feit 2:

hij op of omstreeks de nacht van 30 april op 1 mei 2010 te [plaats], toen een of meer aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren (te weten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekte strafbare feiten, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, althans vast had, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die ambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden en door te slaan in de richting van politieambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en te schoppen in de richting van politieambtenaar [verbalisant 2].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 1 mei 2010 te [plaats], opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], hoofdagent van de regiopolitie Groningen, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord "Kankerlijer".

feit 2:

hij op 1 mei 2010 te [plaats] toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren, te weten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], verdachte als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die ambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden en door te slaan in de richting van die politieambtenaren.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

wederspannigheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 1 mei 2010 hoofdagent van politie [verbalisant 1] opzettelijk beledigd en heeft zich vervolgens jegens [verbalisant 1] en diens collega [verbalisant 2] schuldig gemaakt aan wederspannigheid. Politieambtenaren verdienen, gezien de rol die zij in de samenleving vervullen, respect en moeten hun werk kunnen uitoefenen zonder dat zij hier op een dergelijke manier in worden belemmerd. Verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect en heeft [verbalisant 1] in zijn goede naam en eer aangetast. Dit gedrag is onacceptabel en strafwaardig.

Ten nadele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 20 april 2011, in het verleden meermalen ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. De straffen die hem in dat kader zijn opgelegd, hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te begaan.

Bij de bespreking van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, is ter terechtzitting van het hof door verdachte naar voren gebracht dat hij doende is zijn leven te beteren. Verdachte heeft in dit kader aangegeven weinig tot niet meer uit te gaan. Voorts is gebleken dat verdachte niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, zal het hof - in plaats van de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf - een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, opleggen. Deze straf is passend en doet voldoende recht aan de ernst van de feiten. Het hof zal de helft van voornoemde werkstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, met een proeftijd van twee jaren, hetgeen tevens dient als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. G.J. Niezink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 30 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.J. Niezink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.