Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9918

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
30-06-2011
Zaaknummer
24-001090-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk handelen met het in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, nu niet is gebleken van enig bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij dat feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001090-08

Uitspraak d.d.: 30 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 april 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1958],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 december 2009, welk onderzoek heeft geleid tot het tussenarrest van 17 december 2009, het onderzoek op de terechtzitting van het hof op 16 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode de maand augustus 2006 tot en met 22 mei 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van ongeveer 249, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is - evenals de rechter in eerste aanleg - van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde feit, nu niet is gebleken van enig bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij dat feit.

Het hof overweegt hiertoe dat verdachte gedurende de gehele procedure elke vorm van betrokkenheid bij de in zijn schuur aangetroffen hennepkwekerij heeft ontkend. Verdachte heeft telkens aangegeven dat voornoemde schuur was verhuurd aan ene [huurder], en dat die [huurder] derhalve de eigenaar van de kwekerij moet zijn geweest. De huurovereenkomst met [huurder] is volgens verdachte tot stand gekomen op 1 januari 2007 toen [huurder]

- een voor hem tot op dat moment volslagen onbekende - verdachte, die op zijn erf aan het werk was, aansprak en vroeg of hij de schuur van verdachte mocht huren. Nadat verdachte hiermee had ingestemd, is een schriftelijke overeenkomst opgesteld en is de sleutel overhandigd. Verdachte heeft gesteld [huurder] hierna nooit meer te hebben gezien en niets gemerkt te hebben van hetgeen zich in de schuur afspeelde. De huur is volgens verdachte maandelijks in een envelop door de brievenbus gegooid. Niet alleen verdachte, ook de andere gezinsleden hebben [huurder] nooit op het erf gezien en nooit iets van de kwekerij gemerkt. Nader onderzoek van zowel de politie als van verdachte naar de identiteit en/of verblijfplaats van [huurder] heeft niets opgeleverd.

Hoewel het hof - evenals de advocaat-generaal - voornoemde verklaring van verdachte omtrent de verhuur van de schuur, gelet op de wijze van totstandkoming en de overige omstandigheden ervan, ongeloofwaardig acht, bevat het dossier niets waar een daadwerkelijke betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij uit blijkt, alleen noch samen met een ander. Hetgeen de officier van justitie in zijn appelschriftuur heeft aangevoerd, levert geen redengevende feiten of omstandigheden op voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, terwijl verdachte niet de enige persoon is die voor betrokkenheid bij de hennepkwekerij in aanmerking kwam.

Nu wettig bewijs voor het ten laste gelegde feit ontbreekt, zal verdachte daarvan worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. G.J. Niezink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 30 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.J. Niezink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.