Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9767

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
24-000892-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde oplichtingen heeft begaan. In het bijzonder is er ten aanzien van beide feiten geen wettig bewijs voorhanden dat verdachte het oogmerk had om niet te betalen voor de gebruikte maaltijden en consumpties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000892-10

Uitspraak d.d.: 24 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 22 maart 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1955],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, een gevangenisstraf voor de duur van één maand, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. A. Allersma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 16 oktober 2008 tot en met 22 oktober 2008 te [plaats 1], althans in Nederland, meermalen, op meerdere tijdstippen (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, zalencentrum-restaurant '[benadeelde]' heeft bewogen tot de afgifte van een maaltijd (te weten ontbijt en/of diner) en/of consumpties, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich gepresenteerd als een gast met voldoende saldo om een maaltijd en/of consumpties te betalen, althans zich voorgedaan als een persoon die tegen betaling een maaltijd en/of consumpties wilde gebruiken, waardoor zalencentrum-restaurant '[benadeelde]' werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 14 november 2008 tot en met 18 november 2008 te [plaats 2], gemeente [gemeente], althans in Nederland, meermalen, op meerdere tijdstippen (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf]' heeft bewogen tot de afgifte van een maaltijd (te weten ontbijt en/of diner) en/of consumpties, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, - zich voorgedaan als zijnde woonachtig aan de [adres] [woonplaats] en/of - zich gepresenteerd als een gast met voldoende saldo om een maaltijd en/of consumpties te betalen, althans zich voorgedaan als een persoon die tegen betaling een maaltijd en/of consumpties wilde gebruiken, waardoor [bedrijf]' werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. In het bijzonder is er ten aanzien van beide feiten geen wettig bewijs voorhanden dat verdachte het oogmerk had om niet te betalen voor de gebruikte maaltijden en consumpties. Verdachte behoort daarom van de gehele tenlastelegging te worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 1.554,65. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 476,65. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. J.F. Aalders, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter, griffier,

en op 24 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. Aalders voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.