Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9697

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
24-002958-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van belediging van een treinconducteur tot een werkstraf. De vordering benadeelde partij van de beledigde treinconducteur wordt deels toegewezen. De vordering benadeelde partij van zijn collega wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002958-10

Uitspraak d.d.: 24 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 26 november 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een werkstraf van 20 uren, subsidiair te vervangen door 10 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen tot een bedrag van € 100,--, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en voor het overige af te wijzen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 24 maart 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), althans (een) perso(o)n(en) met een publieke taak, te weten [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], beiden steward bij [bedrijf]/buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "racisten, motherfuckers, klootzakken" en/of "jullie motherfuckers, jullie zijn racisten, wij zwarten worden altijd door jullie slecht behandeld", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 maart 2010 te [plaats], opzettelijk beledigend een persoon met een publieke taak, te weten [benadeelde 1], steward bij [bedrijf]/buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "racist en/of motherfucker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 24 maart 2010 schuldig gemaakt aan belediging van

[benadeelde 1], steward bij [bedrijf] Dit gedrag is onacceptabel en strafwaardig. Het handelen van verdachte getuigt niet alleen van een gebrek aan respect tegenover een persoon die zijn werk deed en in dat kader met zijn collega een vriend van verdachte staande hield ter zake van zwart rijden, ook heeft verdachte [benadeelde 1] in zijn eer en goede naam aangetast.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een de verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 8 april 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder contacten heeft gehad met justitie, onder meer ter zake van belediging.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 265,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Van de zijde van de verdachte is de vordering niet, althans onvoldoende onderbouwd bestreden, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Dat tot een hoger bedrag schade door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt, is niet gebleken. De vordering van de benadeelde partij zal daarom voor het overige worden afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 265,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 1] terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 100,00 (honderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], een bedrag te betalen van EUR 100,00 (honderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 2], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter,

mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. J.H. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K.J. Reinke, griffier,

en op 24 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. J.H. Bosch zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.