Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9093

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
24-000236-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van valsheid in geschrift. Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de handtekening van zijn toenmalige partner valselijk onder een kredietovereenkomst heeft geplaatst. Het N.F.I. heeft een vergelijkend onderzoek gedaan naar de betwiste handtekening en door middel van een schrijfproef verkregen handtekeningen van aangeefster. Afgezien van het onmiskenbare voorbehoud dat door het N.F.I. is gemaakt, is er ook overigens geen wettig bewijs voor de aanname dat de betwiste handtekening van verdachte afkomstig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000236-10

Uitspraak d.d.: 23 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 8 januari 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1948],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en tot een werkstraf van 70 uren, subsidiair 35 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen, voor zover niet betrekking hebbende op de post "verkoop aandelen" nu deze post geen rechtstreekse schade betreft, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 28 februari 2003, althans in de periode van 1 februari 2003 tot en met

1 maart 2003, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Assen, althans in Nederland, een geschrift, dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een overeenkomst van doorlopend krediet, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken, uit welk gebruik enig nadeel kon ontstaan, hebbende verdachte (valselijk) in het vakje "kredietnemer 2" een handtekening geplaatst die moest doorgaan voor de handtekening van [benadeelde].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het strafrechtelijk verwijt dat verdachte wordt gemaakt is dat hij ter verkrijging van een doorlopend krediet onder de betreffende overeenkomst, naast de eigen handtekening, de handtekening van zijn toenmalige partner (hierna te noemen: [benadeelde]) valselijk heeft geplaatst.

Tegenover de daartoe strekkende aangifte van [benadeelde] staat de ontkennende verklaring van verdachte, inhoudende - kort gezegd - dat het [benadeelde] zelf is geweest die in februari 2003 de kredietovereenkomst mede heeft ondertekend en tevens dat zij haar handtekening in de loop der jaren meermalen heeft gewijzigd.

Ter terechtzitting van de politierechter van 18 januari 2008 werd het onderzoek geschorst en is bevolen dat door het Nederlands Forensisch Instituut een vergelijkend onderzoek zou worden gedaan naar de betwiste handtekening en de door [benadeelde] door middel van een schrijfproef verkregen handtekeningen alsmede door haar bij andere gelegenheden - in 2002, 2006 en 2007 - geplaatste handtekeningen. De conclusie van het N.F.I., neergelegd in een op 23 juli 2009 uitgebracht rapport, luidt dat de resultaten van het vergelijkend handschriftonderzoek geen steun geven aan de stelling (van verdachte) dat de betwiste handtekening door [benadeelde] zelf is geplaatst. Uit de toelichting op deze conclusie begrijpt het hof dat het onderzoek aanwijzingen heeft opgeleverd dat het betwiste handschrift niet van dezelfde hand is als het vergelijkingshandschrift, maar dat de verschillen niet van dien aard zijn dat de onderzoeker een uitspraak "waarschijnlijk niet geschreven door dezelfde persoon" of sterker gerechtvaardigd acht.

Afgezien van dit onmiskenbare voorbehoud stelt het hof vast dat er (ook) overigens geen wettig bewijs is voor de aanname dat de betwiste handtekening van de hand van verdachte afkomstig is.

Gelet op het vorenstaande acht het hof het verdachte ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Hieruit volgt dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats], heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 295,91. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], niet ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding.

Aldus gewezen door

mr. K.J. van Dijk, voorzitter,

mr. J.J. Beswerda en mr. G.J. Niezink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 23 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.J. Niezink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.