Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8954

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
24-000208-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolging en veroordeling in hoger beroep wegens vernieling van de ruit van een kerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000208-11

Uitspraak d.d.: 8 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden van 20 januari 2011 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 17-675846-09, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1995],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een werkstraf van tien uren, subsidiair vijf dagen jeugddetentie, alsmede tot toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk aan verdachte opgelegde werkstraf. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. G.C. Pol, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 5 september 2010 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een (thermopane)ruit van een kerkgebouw/pand (perceel [adres], aldaar), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [gedupeerde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 september 2010 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een thermopaneruit van een kerkgebouw (perceel [adres], aldaar), toebehorende aan de [gedupeerde], heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vernielen van een van de thermopaneruiten van een kerk. Hij heeft met dit handelen schade en overlast berokkend aan de gedupeerden en hij heeft er blijk van gegeven destijds onvoldoende respect te hebben voor de eigendomsrechten van die gedupeerden.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf tevens rekening gehouden met het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 april 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van een anderssoortig strafbaar feit.

Het hof heeft voorts gelet op hetgeen de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting van het hof hebben aangevoerd met betrekking tot de (ook sinds het verweten strafbare feit opgetreden) persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met hetgeen daaromtrent overigens is gebleken uit het strafdossier.

Met name de omstandigheid dat verdachte reeds eerder werd veroordeeld, en dus gewaarschuwd was, maakt dat naar het oordeel van het hof niet kan worden afgezien van oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf van na te melden duur.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter te Leeuwarden van 4 maart 2010, parketnummer 17-675846-09, opgelegde voorwaardelijke werkstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij met name de huidige persoonlijke omstandigheden een rol spelen, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 10 (tien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Leeuwarden van 29 oktober 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Leeuwarden van 4 maart 2010, parketnummer 17-675846-09, voorwaardelijk opgelegde werkstraf.

Aldus gewezen door

mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. M.F.H.M. van Haastert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 8 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.F.H.M. van Haastert is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.