Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8041

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
24-002360-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van vernieling en het kappen zonder kapvergunning veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan de helft voorwaardelijk en een geldboete. Verdachte heeft - zonder toestemming - een groot aantal struiken en bomen van de buren vernield door deze te kappen dan wel te snoeien. Het hof is van oordeel dat een geldboete voor de vernieling in deze zaak geen passende straf is, aangezien het slachtoffer fundamenteel in zijn woongenot is aangetast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002360-10

Uitspraak d.d.: 15 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 24 september 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het aan hem onder 1 ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis en ter zake het aan hem onder 2 ten laste gelegde tot een geldboete van 750 euro, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. H. Anker, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk (nabij een woning gelegen aan of bij de [adres], aldaar) een groot aantal bomen en/of struiken (te weten (in totaal) 40 bomen en/of (in totaal) 12 struiken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 16 februari 2010, te [plaats], in de gemeente [gemeente], zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, houtopstand, te weten (in totaal) 40 bomen en/of (in totaal) 12 struiken, in elk geval een groot aantal bomen en/of struiken (perceel [adres] kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie B, Perceel [nummer]), heeft geveld, anders dan bij wijze van dunning, immers werd toen aldaar genoemde houtopstand gekapt en/of gerooid.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 16 februari 2010 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk (nabij een woning gelegen aan de [adres], aldaar) een groot aantal bomen en struiken toebehorende aan [slachtoffer], heeft vernield;

2.

hij op 16 februari 2010, te [plaats], in de gemeente [gemeente], zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, houtopstand, te weten een groot aantal bomen en struiken (perceel [adres] kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie B, Perceel [nummer]), heeft geveld, anders dan bij wijze van dunning, immers werd toen aldaar genoemde houtopstand gekapt en/of gerooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Bomenverordening 1996 van de gemeente Achtkarspelen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 16 februari 2010 op zeer brutale wijze - zonder toestemming van de rechthebbende [slachtoffer] - opzettelijk een groot aantal bomen en struiken vernield door deze te kappen dan wel te snoeien. Verdachte heeft zich zonder toestemming op het erf van de rechthebbende begeven en heeft niets ontziend bomen en struiken gekapt en gesnoeid. Binnen korte tijd heeft verdachte kaalslag gepleegd op het erf dat aan een ander toebehoort. Verdachte heeft door zijn handelen die [slachtoffer] fundamenteel in het woongenot aangetast.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van de feiten, een geldboete geen passende straf is. Slechts een (onvoorwaardelijke) werkstraf doet recht aan hetgeen bewezen is verklaard. Daarom zal het hof aan verdachte een werkstraf van na te noemen duur opleggen.

Daarnaast zal aan verdachte een geldboete worden opgelegd wegens het kappen zonder de daarvoor benodigde kapvergunning.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 62 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 154 van de Gemeentewet en artikelen 2 en 20 van de Bomenverordening 1996 van de Gemeente Achtkarspelen.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. S. Zwerwer, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,

en op 15 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.