Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8027

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
24-002113-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging met de dood en ter zake van het voorhanden hebben van een veerdrukpistool, dat sprekend leek op een echt vuurwapen, veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €100,-, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002113-08

Uitspraak d.d.: 14 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 20 februari 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 31 maart 2010, 3 februari 2011 en 31 mei 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, en ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit tot een geldboete van € 60,-, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. T. van der Goot, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het tot een andere beslissing komt.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 29 september 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente],

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (een kunststof veerdrukpistool) op die [slachtoffer] gericht, in elk geval heeft hij, verdachte opzettelijk dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (een kunststof veerdrukpistool) zichtbaar voor die [slachtoffer] voorhanden gehad;

feit 2:

hij op of omstreeks 29 september 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], een wapen van categorie I onder 7°, te weten een (kunststof) veerdrukpistool (merk en type onbekend), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (te weten een pistool, merk Sig Sauer, model P228, kaliber 9 x 19 Para) voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De raadsman heeft met betrekking tot de verklaring die verdachte op 29 september 2007 bij de politie heeft afgelegd, een beroep gedaan op de zogenoemde 'Salduz-jurisprudentie'. Voornoemde verklaring dient uitgesloten te worden van het bewijs aangezien verdachte voorafgaand aan het verhoor niet is gewezen op zijn recht om een advocaat te raadplegen, aldus de raadsman. Zonder deze verklaring van verdachte bij de politie blijft er, volgens de raadsman, onvoldoende bewijs over dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en dient hij daarvan te worden vrijgesproken.

Het hof stelt vast dat uit het dossier inderdaad niet blijkt dat verdachte voorafgaande aan het verhoor van 29 september 2007 is gewezen op zijn recht op bijstand van een advocaat. Dit brengt mee dat deze verklaring van verdachte niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Met de raadsman is het hof van oordeel dat er vervolgens onvoldoende wettig bewijs overblijft dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 2:

hij op 29 september 2007, te [plaats], een wapen van categorie I onder 7°, te weten een (kunststof) veerdrukpistool (merk en type onbekend), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde meteen vuurwapen (te weten een pistool, merk Sig Sauer, model P228, kaliber 9 x 19 Para) voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 29 september 2007 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een veerdrukpistool, dat sprekend leek op een echt vuurwapen. Ook het ongecontroleerde bezit van dergelijke (namaak)vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee en veroorzaakt een gevoel van onveiligheid in de samenleving. Door aldus te handelen heeft verdachte hieraan bijgedragen.

Ten nadele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 7 april 2011, in het verleden veelvuldig ter zake van strafbare feiten is veroordeeld. De straffen die hem in dat kader zijn opgelegd - waaronder langdurige gevangenisstraffen - hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te begaan.

Op basis van de persoonlijke omstandigheden zoals die ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gekomen, heeft het hof evenwel de indruk gekregen dat verdachte tot inkeer is gekomen en een omslagpunt in zijn leven lijkt te hebben bereikt. Verdachte is in 2009 verhuisd en heeft op die manier bewust afstand genomen van zijn vroegere omgeving en leven als drugsverslaafde. Sindsdien woont verdachte met zijn vriendin in [plaats 2] en gebruikt hij naar eigen zeggen geen drugs meer, anders dan een dagelijkse kleine dosering methadon. Dat verdachte serieus doende is zijn leven goed op orde te krijgen blijkt voorts uit het feit dat hij heeft verklaard zich bij de Gemeentelijke Kredietbank te hebben aangemeld om zijn schulden in kaart te brengen en hier een regeling voor te treffen. Verdachte en zijn vriendin worden begeleid door de Verslavingszorg Noord Nederland.

Gelet op voornoemde positieve ontwikkelingen in het leven verdachte en in aanmerking genomen dat het bewezen verklaarde feit dateert van enkele jaren geleden, acht het hof oplegging van een voorwaardelijke geldboete van € 100,-, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis, een passende bestraffing. Deze straf biedt verdachte de kans de door hem ingeslagen weg voort te zetten en dient tevens als stok achter de deur teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan een (soortgelijk) strafbaar feit.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikel 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. P. Koolschijn, voorzitter,

mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. G.N. Roes, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 14 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.N. Roes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.