Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6803

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
01-06-2011
Zaaknummer
200.077.406
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Machtiging. In de fase van beroep bij de kantonrechter is de officier van justitie niet bevoegd te vragen om een machtiging. Wenst de kantonrechter een machtiging, dan moet hij daar zelf om vragen. Vernietiging beslissing van de kantonrechter en terugwijzing van de zaak.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 2:1
Algemene wet bestuursrecht 6:6
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 10
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.077.406

9 maart 2011

CJIB 137869687

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Dordrecht

van 3 november 2010

betreffende

[bedrijf A] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats]

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Op 19 januari 2011 is nog een brief van de betrokkene ontvangen.

De zaak is behandeld ter zitting van 23 februari 2011. De betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen W.K. Vlietstra.

Beoordeling

1. Ingevolge artikel 9, eerste lid, WAHV kan tegen de beslissing van de officier van justitie beroep worden ingesteld door degene die administratief beroep heeft ingesteld.

2. Blijkens de beslissing van de officier van justitie d.d. 6 april 2010 is administratief beroep ingesteld door [bedrijf A]

3. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is ingesteld door [bedrijf B], derhalve door een ander dan de hiervoor onder 2 bedoelde beroepsgerechtigde.

4. Indien een ander dan de beroepsgerechtigde beroep instelt, kan de kantonrechter overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn.

5. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen geldige machtiging was overgelegd. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat de indiener van het beroepschrift bij brief van 28 juli 2010 in de gelegenheid is gesteld dit verzuim binnen een termijn van vier weken te herstellen, doch dat van die mogelijkheid geen gebruik is gemaakt.

6. De betreffende brief waarop de kantonrechter doelt is op 28 juli 2010 door de CVOM namens de officier van justitie verstuurd naar [bedrijf B], nadat deze namens [bedrijf A] beroep had ingesteld bij de kantonrechter. Het hof is evenwel van oordeel dat aan deze brief niet de werking toekomt die de kantonrechter daaraan heeft toegekend. Uit het systeem van de wet, zoals dat voortvloeit uit de artikelen 9, 10 en 11 WAHV, is de bevoegdheid van de officier van justitie in de fase waarin beroep is ingesteld bij de kantonrechter beperkt tot het in ontvangst nemen van het beroepschrift, de correspondentie omtrent en de inning van de zekerheidstelling en het ter kennis van de rechtbank brengen van de stukken die op de zaak betrekking hebben. Verdergaande bevoegdheden, meer in het bijzonder het vragen naar een machtiging, heeft de officier van justitie niet.

7. Indien derhalve de kantonrechter het van belang acht dat door degene die namens de betrokkene een beroepschrift heeft ingediend een machtiging wordt overgelegd, dient hij zelf gebruik te maken van zijn hiervoor onder 5 weergegeven bevoegdheid. Nu moet worden vastgesteld dat de kantonrechter [bedrijf B] niet de gelegenheid heeft geboden om binnen een daartoe gestelde termijn het door hem geconstateerde verzuim te herstellen, is het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

8. Het hof zal daarom de bestreden beslissing vernietigen en ingevolge het bepaalde in artikel 20d , tweede lid, WAHV, de zaak terugwijzen naar de kantonrechter.

9. Nu de betrokkene zelfstandig hoger beroep heeft ingesteld en niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, zal het hof het kostenverzoek afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Dordrecht ter

behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.