Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6513

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-05-2011
Datum publicatie
30-05-2011
Zaaknummer
24-003155-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte wegens zware mishandeling van 73-jarige man. Na een avond stappen met buitensporig alcoholgebruik en het nemen van een XTC-pil stompt verdachte het slachtoffer - vroeg in de ochtend - zonder enige aanleiding in het gezicht. Het slachtoffer heeft een gebroken oogkas en een afgebroken voortand en heeft daarvoor een ziekenhuisbehandeling moeten ondergaan. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een werkstraf van 240 uren. De voorwaardelijke straf wordt - overeenkomstig het advies van de reclassering -

opgelegd met bijzondere voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij wordt geheel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-003155-08

Uitspraak d.d.: 30 mei 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 11 december 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1989],

volgens eigen opgave wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 mei 2010 en 16 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het primair ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en contact met de AFPN. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. A.R.H. Baas, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken (linker)oogkas en/of beschadigd (linker)oog), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, met kracht in het gezicht, althans op/tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen, en/of het bij/in de nek vast te pakken en/of te trekken en/of te duwen, en/of waardoor die [benadeelde] op/tegen de rijbaan/grond is komen te vallen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde], welk geweld bestond uit het met kracht slaan en/of stompen in het gezicht, althans op/tegen het hoofd, van die [benadeelde] en/of het bij/in de nek vastpakken van die [benadeelde] en/of het trekken en/of duwen van die [benadeelde], en/of waardoor die [benadeelde] op/tegen de rijbaan/grond is gevallen, waarbij hij, verdachte, die [benadeelde] met kracht in het gezicht, althans op/tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt, en welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (gebroken (linker)oogkas en/of beschadigd(linker)oog), althans enig lichamelijk letsel voor die [benadeelde] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, die [benadeelde] (met kracht) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt, en/of bij/in de nek heeft/hebben vastgepakt en/of heeft/hebben getrokken en/of geduwd, en/of waardoor die [benadeelde] op/tegen de rijbaan/grond is gevallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging meteen ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), (met kracht) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of bij/in de nek heeft/hebben vastgepakt en/of heeft/hebben geduwd en/of getrokken, en/of waardoor die [benadeelde] op/tegen de rijbaan/grond is gevallen, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (gebroken (linker)oogkas en/of beschadigd (linker)oog), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 augustus 2008 in de gemeente [gemeente], aan een persoon genaamd

[benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken (linker)oogkas en beschadigd (linker)oog), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, met kracht in het gezicht te stompen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 15 augustus 2008 schuldig gemaakt aan zware mishandeling van

de toen 73-jarige [benadeelde]. Verdachte heeft die [benadeelde] - na een avond stappen met buitensporig alcoholgebruik en het nemen van een XTC-pil - zonder enige aanleiding met de vuist in het gezicht gestompt, waardoor de bodem van de oogkas van die [benadeelde] is weggeslagen. Het plaatsen van een stuk heupbot was noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het oog van het slachtoffer niet zou verzakken. Bovendien is die [benadeelde] door verdachtes vuistslag op de straat gevallen waardoor de voortand van het slachtoffer is afgebroken. [benadeelde] heeft als gevolg van verdachtes optreden een ziekenhuisbehandeling moeten ondergaan en ondervindt nog steeds lichamelijke gevolgen van de mishandeling

De ervaring leert dat slachtoffers van geweldsmisdrijven daarvan lange tijd psychisch nadelige gevolgen kunnen ondervinden. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat [benadeelde] zich niet meer in de binnenstad van [plaats] begeeft en het incident herbeleeft.

Zware mishandeling is bovendien een ernstig geweldsdelict dat een voor de rechtsorde schokkend karakter draagt en kan leiden tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof mede acht geslagen op de zich in het dossier bevindende rapportages, in het bijzonder het reclasseringsrapport betreffende verdachte, opgesteld door [deskundige], op 10 februari 2011. Uit het rapport komt naar voren dat verdachte weinig tot geen inzicht heeft in zijn delictgedrag en dat het alcoholgebruik van verdachte ten aanzien van de toekomst zorgelijk is, des te meer omdat verdachte zijn alcoholgebruik als 'normaal' omschrijft. Daarom wordt geadviseerd om verdachte een (gedeeltelijke) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden, waaronder een drugs- en/of alcoholverbod, een meldingsgebod en een behandelverplichting. De rapportage meldt voorts dat de kans op recidive hoog is.

Het hof heeft tevens gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 16 mei 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op bovenstaande acht het hof het passend en geboden om een voorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur op te leggen en dat verdachte zich gedurende langere tijd zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland, ook indien deze voorschriften en aanwijzingen inhouden omtrent het volgen van een ambulante behandeling bij het AFPN, een en ander om te voorkomen dat hij zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan een (soortgelijk) misdrijf.

Om voldoende recht te doen aan de ernst van het feit zal het hof daarnaast aan verdachte een werkstraf opleggen van de maximale duur.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente. Deze bedraagt

EUR 5.469,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland te Groningen en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven, ook indien deze voorschriften en aanwijzingen inhouden omtrent het volgen van een ambulante behandeling bij het AFPN of een soortgelijke instelling.

Geeft eerstgenoemde instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde] terzake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 5.469,50 (vijfduizend vierhonderdnegenenzestig euro en vijftig cent) bestaande uit EUR 1.469,50 (duizend vierhonderdnegenenzestig euro en vijftig cent) materiële schade en EUR 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 5.469,50 (vijfduizend vierhonderdnegenenzestig euro en vijftig cent) bestaande uit EUR 1.469,50 (duizend vierhonderdnegenenzestig euro en vijftig cent) materiële schade en EUR 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 (tweeënzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. J.P. van Stempvoort, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,

en op 30 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.