Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6469

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-05-2011
Datum publicatie
30-05-2011
Zaaknummer
24-000422-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging van het vonnis waarvan beroep met overneming van gronden, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan. Anders dan de rechtbank ziet het hof aanleiding om van de op te leggen gevangenisstraf van twee jaren een deel (acht maanden) voorwaardelijk op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000422-11

Uitspraak d.d.: 26 mei 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 21 februari 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1953],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 april 2011, 12 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en veroordeling ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde tot gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en verbeurdverklaring van het mesje met bijbehorend foedraal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. ing. B. Jans, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden te worden bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan.

Gezien het vorenstaande zal het vonnis waarvan beroep op die onderdelen worden vernietigd en zal in zoverre opnieuw worden rechtgedaan.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag op zijn kennis [slachtoffer]. Na een uit de hand gelopen woordenwisseling heeft verdachte [slachtoffer] tijdens de daaropvolgende worsteling met een mesje in de hals gestoken. Verdachte heeft door zijn manier van handelen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig aangetast. Door het steken in de hals van [slachtoffer] had deze het leven kunnen verliezen.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 maart 2011 - eerder onherroepelijk is veroordeeld. Deze veroordelingen betroffen echter geen geweldsdelicten. Het hof zal deze eerdere veroordelingen daarom niet laten meewegen bij de strafoplegging. Het hof heeft tevens gelet op het rapport van de reclassering d.d. 22 december 2010, de persoon van verdachte betreffende.

Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de advocaat-generaal. Dit werkt door in de strafoplegging.

Gelet op de ernst van het feit is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals opgelegd door de eerste rechter (twee jaren) in beginsel een passende bestraffing. Daarbij is rekening gehouden met de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Evenals de rechtbank acht het hof met name van belang dat verdachte en het slachtoffer beiden zwaar onder invloed van alcohol waren en dat er in die situatie een ruzie is ontstaan waarin het slachtoffer zich ook niet onbetuigd heeft gelaten. Anders dan de rechtbank ziet het hof echter aanleiding om van de op te leggen gevangenisstraf een deel (8 maanden) voorwaardelijk op te leggen. Het hof beoogt met het opleggen van het voorwaardelijke deel tevens verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, en/of artikel 27a Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. K.J. van Dijk en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,

en op 26 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.