Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5174

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-01-2011
Datum publicatie
19-05-2011
Zaaknummer
200.064.514
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wijziging gezag. Moeder alleen belast met gezag. Geen communicatie met name als gevolg van psychiatrische problematiek vader. Ook sprake geweest van ernstig geweld van de vader naar de moeder toe. In raadsrapport komt aantal zorgpunten naar voren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 25 januari 2011

Zaaknummer 200.064.514

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[naam moeder],

wonende op een geheim adres,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. B.C. Pfeifle, kantoorhoudende te Schiedam,

tegen

[naam vader],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. W.A. Bruinsma-Woudstra, kantoorhoudende te Leeuwarden,

Belanghebbende:

Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: BJZ.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 17 februari 2010 heeft de rechtbank Leeuwarden het verzoek van de moeder om alleen te worden belast met het gezag over [kind 1] (hierna: [kind ]), geboren op [2006], afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 28 april 2010, heeft de moeder verzocht de beschikking van 17 februari 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat zij alleen met het gezag zal worden belast over [kind ].

De vader heeft, alhoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweerschrift ingediend.

Het hof heeft verder kennisgenomen van de overige stukken, waaronder de brieven van 11 mei 2010 en 6 december 2010 van BJZ, een brief van 26 mei 2010 van

mr. Pfeifle, de brieven van 12 mei 2010 en 24 juni 2010 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad) en een faxbericht van

30 november 2010 van mr. Bruinsma-Woudstra.

Ter zitting van 16 december 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de moeder en haar advocaat, de vader en zijn advocaat en zijn begeleider van het GGZ, mevrouw Warmerdam, en mevrouw D. Bunk namens de raad.

De beoordeling

De feiten

1. Bij beschikking van de rechtbank Leeuwarden van [2008] is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op [2008] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2. Uit het huwelijk van partijen is [kind ] geboren. Bij de beschikking waarvan beroep is het verzoek van de moeder om alleen te worden belast met het gezag over [kind ] afgewezen.

3. Bij beschikking van 3 februari 2010 heeft de rechtbank Leeuwarden de ondertoezichtstelling van [kind ] uitgesproken

4. De vader is in 2010 veroordeeld voor poging tot doodslag. Hij is door de strafrechter ontoerekeningsvatbaar verklaard en in oktober 2010 in een gesloten instelling te Franeker geplaatst op basis van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht. Hij zal daar tot september 2011 verblijven.

De beoordeling

5. Uitgangspunt van de wetgever is dat ouders in geval van ontbinding van het huwelijk door echtscheiding het gezag gezamenlijk blijven uitoefenen, tenzij het in het belang van de minderjarige is dat het gezag aan één van hen alleen toekomt.

6. Het enkele feit dat één van de ouders zulks wenst, is onvoldoende grond om te bepalen, dat het gezag over een kind aan één van de ouders alleen toekomt. Een dergelijke beslissing is slechts dan gerechtvaardigd, indien de rechter na onderzoek tot het oordeel komt dat deze in het belang van het kind is.

7. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders, in het bijzonder in de periode waarin de echtscheiding en daarmee verband houdende kwesties nog niet (zolang geleden) zijn afgewikkeld, brengt niet zonder meer mee dat in het belang van het kind het ouderlijk gezag aan een van de ouders moet worden toegekend. Dit kan anders zijn indien de bestaande communicatieproblemen zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders, die het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen, zonder dat te verwachten is dat in die problemen binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. In dat geval kan de conclusie gerechtvaardigd zijn dat aan één van de ouders alleen het ouderlijk gezag over het kind toekomt.

8. Uit de processtukken en de behandeling ter zitting is het hof gebleken dat er van -een goede - communicatie tussen partijen geen sprake is en dat de communicatie met name ernstig wordt verstoord als gevolg van de psychiatrische problematiek van vader. De ouders hebben een zeer belast gezamenlijk verleden waarbij sprake is geweest van ernstig geweld van de vader naar de moeder toe. De moeder is bang voor de vader en voelt zich ernstig bedreigd door de vader.

Uit het op verzoek van de rechtbank door de raad uitgebrachte rapport van

14 januari 2010 komt ten aanzien van de vader het volgende naar voren:

- hij is sinds 1998 een aantal keren opgenomen geweest in psychiatrische instellingen en er is sprake geweest van psychoses in het kader van schizofrenie, de situatie van de vader werd in 2007 beoordeeld als stabiel;

- de vader laat zich tijdens een gesprek op kantoor van de raad zeer respectloos en grensoverschrijdend uit over de moeder;

- de vader laat in de contacten met de raad zich zien als een man die in de war is en grillig en grensoverschrijdend kan zijn;

- de vader is fors gepreoccupeerd met de moeder en moeders leven en heeft allerlei ideeën over het leven van de moeder die niet gebaseerd zijn op feiten.

Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de observaties zoals door de raad gedaan. Hierbij speelt onder meer een rol dat ter zitting de vader eveneens afwijkend gedrag liet zien.

9. Het hof verwacht niet dat binnen afzienbare tijd verandering komt in voornoemde omstandigheden temeer nu is gebleken dat de vader psychisch niet stabiel is gebleven en inmiddels voor langere duur in verband met een veroordeling wegens poging tot doodslag gedwongen is opgenomen in een psychiatrische instelling. Daarom moet worden aangenomen dat er niet langer voldoende basis is voor het door de vader en de moeder gezamenlijk uitoefenen van het gezag over het kind.

10. Het hof acht anders dan de rechtbank het feit dat een ondertoezichtstelling over [kind ] is uitgesproken onvoldoende reden om anders te oordelen. Nog daargelaten dat er nog steeds geen bemoeienis is geweest van een gezinsvoogd zal deze zich indien mogelijk met name richten op hulp en begeleiding bij het (weer) opstarten van een omgangsregeling tussen [kind ] en de vader. Het hof schat in dat hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling eerder bemoeilijkt wordt door gezamenlijk gezag. Hulpverlening gericht op het in goede banen leiden van gezamenlijke gezagsuitoefening acht het hof gezien de hiervoor genoemde langdurig aanwezige psychiatrische- en gedragsproblematiek van de vader en met name diens preoccupatie met de moeder en moeders leven, niet realistisch.

11. Gelet op het bovenstaande dient de beslissing van de rechtbank te worden vernietigd en acht het hof het meest in het belang van [kind ] dat de moeder alleen het ouderlijk gezag toekomt.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover dit betreft de beslissing over het gezag;

bepaalt dat de moeder alleen het gezag toekomt over [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [2006];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, voorzitter, A.H. Garos en M.P. den Hollander en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van

25 januari 2011 in bijzijn van de griffier.