Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5025

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-05-2011
Datum publicatie
18-05-2011
Zaaknummer
24-000342-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongeregeldheden na voetbalwedstrijd Cambuur-Roda JC op 3 juni 2009. Minderjarige verdachte heeft zowel aan het geweld in het stadion als aan het geweld daarbuiten deelgenomen. Volgt veroordeling tot voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf. Daarnaast worden de vorderingen van 28 benadeelde partijen (deels) toegewezen en wordt één benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000342-10

Uitspraak d.d.: 17 mei 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden van 13 november 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1991],

wonende te 9063 JJ [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een werkstraf voor de duur van honderd uren, subsidiair vijftig dagen jeugddetentie. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.M.J.C. van Lee, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

verdachte op of omstreeks 3 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten het stadion van [voetbalclub], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of (een) goed(eren), welk geweld bestond uit

- duwen en/of drukken tegen (een) container(s) en/of

- het rukken en/of trekken aan en/of schoppen/trappen tegen (een) (stalen) (drang)hek(ken) en/of

- het duwen en/of drukken van (een) container(s) tegen en/of in de richting van die aldaar aanwezige personen (stewards)

- het gooien en/of werpen en/of smijten van (een) (stalen (drang)hek(ken), althans (een) zwa(a)r(e) en/of hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en) tegen en/of naar of in de richting van die, aldaar, aanwezige personen (stewards en/of politiefunctionarissen) en/of

- het vastgrijpen van één van die, aldaar, aanwezige personen (steward);

feit 2 primair:

verdachte op of omstreeks 3 juni 2009 en/of 4 juni 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan (een) politiefunctionaris(sen) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meer ste(e)n(en) of gro(o)t(e) stuk(ken) steen, althans (een) hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en), tegen of naar of in de richting van die politiefunctionaris(sen) heeft gegooid of geworpen of gesmeten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 subsidiair:

verdachte op of omstreeks 3 juni 2009 en/of 4 juni 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], op de de openbare weg, te weten het [straat 1] en/of de [straat 2], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer, aldaar, aanwezige politiefunctionarissen, welk geweld bestond uit het opzettelijk gooien of werpen of smijten van een of meer ste(e)n(en) of gro(o)t(e) stuk(ken) steen, althans (een) hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en), tegen of naar of in de richting van die politiefunctionaris(sen).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging ten aanzien van het bewijs

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat geen sprake is van de onder 2 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van de betrokken politiefunctionarissen. Zij voert daartoe aan dat niet alleen niet gericht is gegooid op kwetsbare lichaamsdelen van die politiefunctionarissen, maar ook dat deze functionarissen waren uitgerust met beschermende kleding en helmen. Verdachte en zijn mededaders hebben bij het gooien met stenen eenvoudig letsel op de koop toe genomen, maar zij hadden zeker niet het doel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Het hof verwerpt dit verweer. Uit de verschillende verklaringen van betrokken politiefunctionarissen1 blijkt dat op 3 juni 2009 tussen 23.15 uur en 00.30 uur deze mensen nagenoeg onophoudelijk en massaal werden bekogeld met stenen door (een) grote groep(en) relschoppers. De niet aflatende hoeveelheid stenen was daarbij zodanig groot dat het voor de betrokkenen niet mogelijk was om voortdurend alle stenen af te weren. Bij het met kracht gooien van een dergelijk grote hoeveelheid stenen, gedurende een zo lange tijd kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat de plegers van dat feit op zijn minst genomen de kans hebben aanvaard, dat een of meer slachtoffers door die stenen zodanig geraakt zou(den) worden dat daardoor zwaar letsel zou ontstaan. De omstandigheid dat de meeste mensen op wie wordt gemikt beschermende kleding dragen maakt dit niet anders. Verdachte stelt niet dat hij zich ervan heeft vergewist dat alle politiefunctionarissen beschermende kleding droegen, en dat hij daarna pas met stenen heeft gegooid. Daar komt bij dat de beschermende kleding het lichaam van de drager ervan niet voor 100 % afdekt en beschermt. Uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt immers dat sommige delen van hun lichaam, ondanks de gedragen beschermende kleding, niet beschermd waren.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

verdachte op 3 juni 2009 te [plaats], met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het stadion van [voetbalclub], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en goederen, welk geweld bestond uit

- duwen en drukken tegen containers en

- het rukken en trekken aan en schoppen tegen stalen dranghekken en

- het duwen en drukken van containers in de richting van die aldaar aanwezige personen (stewards) en

- het gooien van een stalen dranghek in de richting van die aldaar aanwezige personen (stewards) en

- het vastgrijpen van één van die aldaar aanwezige personen (steward).

feit 2 primair:

verdachte op of omstreeks 3 juni 2009 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, aan politiefunctionarissen opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet stenen in de richting van die politiefunctionarissen heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van poging tot zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft, nadat een voetbalwedstrijd met een voor hem teleurstellende uitslag was afgelopen, deelgenomen aan een massale openlijke geweldpleging, zowel in als buiten het stadion. De menigte waar verdachte deel van uitmaakte richtte zich aanvankelijk massaal tegen een aantal stewards. Deze stewards trachtten te voorkomen dat het publiek van de thuisclub - waartoe verdachte behoorde - in contact zou komen met het publiek van de bezoekende club. Blijkens de stukken in het dossier heeft verdachte, samen met een grote groep medeverdachten, enige tijd luidkeels en dreigend geschreeuwd naar en tegen genoemde stewards. De stewards gebruikten dranghekken om de dreigende menigte tegen te houden. Op enig moment ging de groep - waar verdachte niet alleen deel van uitmaakte maar waar hij ook mede het initiatief in nam - ertoe over om aan deze dranghekken te rukken en trekken. Ook schopte en trapte men tegen die hekken. Toen de groep raddraaiers uiteindelijk enkele van de dranghekken had bemachtigd gooide men met die hekken in de richting van de stewards. De groep heeft ook door duwen en trekken grote rolcontainers van de stewards afgepakt en die containers vervolgens als een soort stormram tegen de stewards gebruikt. Deze gehele gang van zaken is voor de stewards erg dreigend en intimiderend geweest.

Nadat de onregelmatigheden in het stadion onder controle waren gebracht, ontstond buiten het stadion een nog groter en gewelddadiger oproer. Vele tientallen losgeslagen personen hebben daarbij gedurende lange tijd met kracht een enorme hoeveelheid stenen gegooid in de richting van politiefunctionarissen die, als lid van de Mobiele Eenheid, belast waren met het beveiligen van (de bussen van) het publiek van de bezoekende club en met het handhaven van de orde en veiligheid in het algemeen. Verdachte heeft deelgenomen aan dit geweld tegen de politiefunctionarissen door met stenen naar hen te gooien. De niet aflatende dreiging vanuit de met stenen gooiende groep personen is voor de betrokken politiefunctionarissen intimiderend en bedreigend geweest en heeft inbreuk gemaakt op hun lichamelijke - en persoonlijke integriteit.

Daar komt bij dat zowel het geweld in als buiten het stadion een groot gevoel van onveiligheid teweeg brengt in de maatschappij in z'n algemeen en ook in de maatschappelijke beleving rond een sportief evenement als een voetbalwedstrijd.

Het hof rekent het verdachte aan dat hij aan de vorenomschreven handelingen heeft deelgenomen. Verdachte heeft er ter terechtzitting van het hof wel blijk van gegeven dat hij inzicht heeft in de ernst van zijn eigen gedragingen. Verdachte wenst daar ook verantwoordelijkheid voor te nemen.

Anders dan de advocaat-generaal, ziet het hof in het tijdsverloop in de onderhavige zaak geen aanleiding om de op te leggen straf te matigen. Het hof is met de raadsvrouw van oordeeld dat, gelet op de minderjarigheid van verdachte, sprake is van een overschrijding van een redelijke vervolgingstermijn. Het feit heeft zich immers afgespeeld op 3 juni 2009, en de uitspraak in hoger beroep is op 17 mei 2011. De totale termijn komt daarmee op ruim drieëntwintig maanden. Verdachte heeft op 26 november 2009 hoger beroep ingesteld. Nu het een jeugdzaak betreft had het hof binnen zestien maanden arrest moeten wijzen, in casu uiterlijk op 26 maart 2011. Deze termijnoverschrijding is zodanig gering, dat naar het oordeel van het hof kan worden volstaan met de vaststelling ervan.

Het hof heeft acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 15 maart 2011. Hieruit vloeit voort dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Voorts is kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 11 november 2009. In dat rapport wordt verdachte beschreven als een jongen die geen zorgpunten kent.

Gelet op al het voorgaande acht het hof oplegging de na te melden straffen passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 400,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 150,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 315,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Deze vordering bestaat uit een post aan immateriële schade tot een bedrag van EUR 250,00 en aan materiële schade, betreffende een defecte telefoon, tot een bedrag van EUR 65,00.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 200,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 200,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 1.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Het hof heeft in hoger beroep dus te oordelen over de gehele gevorderde schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 200,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 200,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 21]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 200,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 25]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 27]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 28]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort.

Overweging ten aanzien van de vorderingen van voormelde benadeelde partijen

Van de zijde van verdachte is aangevoerd dat de grondslag van de vorderingen, te weten de onrechtmatige daad, een zeer omvangrijk civielrechtelijk leerstuk betreft. Daarom moeten de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Voorts is door en namens verdachte gesteld dat er niet sprake is van een groot groepsgebeuren, en dat verdachte zelf een beperkt aantal stenen heeft gegooid.

De enkele stelling dat de grondslag voor een vordering tot schadevergoeding een omvangrijk civielrechtelijk leerstuk betreft, vormt op zichzelf niet een grond om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Nu deze stelling door de raadsvrouw niet nader is onderbouwd, en het hof ook ambtshalve geen aanleiding ziet om tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen over te gaan, zal het hof op de vorderingen beslissen. Het enkele, niet nader onderbouwde verweer dat de schade van de benadeelde partijen mogelijk niet is ontstaan door het persoonlijk handelen van verdachte staat in het onderhavige geval niet aan toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen in de weg. Ten aanzien van verdachte is immers bewezenverklaard dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een delict waarbij ieder van de medeplegers van dat delict verantwoordelijk én aansprakelijk is voor het geheel van de door de groep of groepen gepleegde geweld en de gevolgen daarvan. Verdachte is op grond van deze groepsaansprakelijkheid tot vergoeding van alle voormelde immateriële schade gehouden zodat de vorderingen zullen worden toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat alle voornoemde benadeelde partijen als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit rechtstreeks de door hen gestelde immateriële schade hebben geleden. De benadeelde partijen hebben hun respectievelijke vordering voldoende onderbouwd.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof telkens de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

Het hof acht, gelet op alle omstandigheden, toewijzing van de gevorderde immateriële schade tot een bedrag van EUR 500,00 redelijk en billijk. Het hof zal de vordering derhalve in zoverre toewijzen, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het overige.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De veroordeling ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde heeft betrekking op het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, en betreft derhalve geweld tegen personen. Een rechtstreeks verband tussen de bewezenverklaarde gedraging en de gestelde schade aan een telefoon ontbreekt. De benadeelde partij kan daarom, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b Sv in het deel van haar vordering met betrekking tot de materiële schade tot EUR 65,00 niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 29]

Deze benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 13.552,23. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en duurt zodoende bij de behandeling in hoger beroep voort. De vordering heeft betrekking op - kort gezegd - schade aan de uitrusting van politiefunctionarissen.

Onvoldoende is gebleken dat de gestelde schade door het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De veroordeling ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde heeft betrekking op openlijk geweld tegen personen en goederen, maar dit betreft stewards van [voetbalclub]. De veroordeling ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde heeft betrekking op het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, en betreft derhalve geweld tegen personen. Een rechtstreeks verband tussen de bewezenverklaarde gedraging en de gestelde schade ontbreekt. De benadeelde partij kan daarom, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b Sv in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 77g, 77i, 77m, 77n, 77gg, 141 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 140 (honderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 70 (zeventig) dagen jeugddetentie.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 1] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 2] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 3] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 400,00 (vierhonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3], een bedrag te betalen van EUR 400,00 (vierhonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 4] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 5] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 150,00 (honderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5], een bedrag te betalen van EUR 150,00 (honderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 6] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 6], een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 7] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 7], een bedrag te betalen van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 8] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 8], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 9] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 9], een bedrag te betalen van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 10] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 10], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 11] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 11], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 12] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 12], een bedrag te betalen van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 13] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 13], een bedrag te betalen van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 14] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 14], een bedrag te betalen van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 15] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 15], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 16] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 16], een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 17] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 17], een bedrag te betalen van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 18] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 18], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 19] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 19], een bedrag te betalen van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 20] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 20], een bedrag te betalen van EUR 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 21]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 21] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 21], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 22] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 22], een bedrag te betalen van EUR 200,00 (tweehonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 23] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 23], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 24] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 24], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 25]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 25] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 25], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 26] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 26], een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 27]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 27] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 27], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 28]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 28] terzake van het en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 28], een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Verwijst de verdachte telkens in de door voormelde benadeelde partijen gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat, telkens indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee telkens zijn verplichting tot betaling aan de betreffende benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, telkens indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot de betreffende betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 29]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 29], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst deze benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. J.J. Beswerda, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 17 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. Wiarda is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

1 Algemeen relaas proces-verbaal met bijlagen, nummer [nummer], opgenomen in de ordner bij het zittingsdossier