Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5024

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-05-2011
Datum publicatie
18-05-2011
Zaaknummer
24-003239-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongeregeldheden na voetbalwedstrijd Cambuur-Roda JC op 3 juni 2009. Verdachte heeft zich in het stadion schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen personen. Volgt veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Benadeelde partij is niet-ontvankelijk, want schade geen rechtstreeks gevolg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-003239-09

Uitspraak d.d.: 17 mei 2011

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 1 december 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren, subsidiair zestig dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

verdachte op of omstreeks 3 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten stadion van [voetbalclub], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of (een) goed(eren), welk geweld bestond uit

- het rukken en/of trekken aan en/of schoppen/trappen tegen (een) (stalen) (drang)hek(ken) en/of

- het maken van (een) schoppende/trappende beweging(en) tegen en/of in de richting van die aldaar aanwezige perso(o)n(en) (steward(s)).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

verdachte op 3 juni 2009 te [plaats], met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het stadion van [voetbalclub], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, welk geweld bestond uit het rukken en/of trekken aan en schoppen/trappen tegen een stalen dranghek.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft, nadat een voetbalwedstrijd met een voor hem teleurstellende uitslag was afgelopen, in het stadion deelgenomen aan een massale openlijke geweldpleging. De menigte waar verdachte deel van uitmaakte richtte zich aanvankelijk massaal tegen een aantal stewards. Deze stewards trachtten te voorkomen dat het publiek van de thuisclub

- waartoe verdachte behoorde - in contact zou komen met het publiek van de bezoekende club. Blijkens de stukken in het dossier en de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte, samen met een grote groep medeverdachten, enige tijd luidkeels en dreigend geschreeuwd naar en tegen genoemde stewards. De stewards gebruikten dranghekken om de dreigende menigte tegen te houden. Op enig moment ging de groep

- waar verdachte deel van uitmaakte - ertoe over om aan deze dranghekken te rukken en trekken. Ook schopte en trapte men tegen die hekken. Deze gehele gang van zaken is voor de stewards erg dreigend en intimiderend geweest. Daar komt bij dat dit soort van geweld een groot gevoel van onveiligheid in de maatschappij in z'n algemeen en ook in de maatschappelijke beleving rond een sportief evenement als een voetbalwedstrijd teweeg brengt.

Het hof rekent het verdachte niet alleen aan dat hij aan de vorenomschreven handelingen heeft deelgenomen. Het hof verwijt verdachte ook dat hij ter terechtzitting in eerste aanleg nauwelijks blijk heeft gegeven van enig inzicht in de ernst van zijn eigen gedragingen. Verdachte stelt daar, blijkens het proces-verbaal van die zitting, dat het enige wat hij in feite heeft gedaan het tegen het hek schoppen en aan het hek trekken is. Hij gaat er daarmee echter geheel aan voorbij dat hij door zijn gedrag, onder de gegeven omstandigheden, een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan een geweldsuitbarsting door een grote groep losgeslagen mensen.

Anders dan de advocaat-generaal, ziet het hof in het tijdsverloop in de onderhavige zaak geen aanleiding om de op te leggen straf te matigen. Het feit heeft zich afgespeeld op 3 juni 2009. De uitspraak in hoger beroep op 17 mei 2011 is binnen twee jaar na de pleegdatum van het feit gegeven. Van onredelijke vertraging is derhalve geen sprake.

Het hof heeft acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 15 maart 2011. Hieruit vloeit voort dat verdachte reeds verschillende keren is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Gelet op al het voorgaande acht het hof oplegging de na te melden straffen passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 1.844,07. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Onvoldoende is gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. Dit handelen ziet immers op het plegen van geweld tegen goederen. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enig in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. H.J. Deuring, voorzitter,

mr. J.J. Beswerda en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 17 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. Wiarda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.