Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ4278

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-05-2011
Datum publicatie
12-05-2011
Zaaknummer
24-002368-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Verdachte wordt ter zake de subsidiair ten laste gelegde mishandeling veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het beroep op noodweer wordt verworpen. Het hof is van oordeel dat er geen sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf, eerbaarheid of goed door aangever. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002368-09

Uitspraak d.d.: 12 mei 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 7 september 2009 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-654551-08 en 18-650889-09, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld voor zover dit betreft feit 1 van de zaak met parketnummer 18-650889-09 in eerste aanleg.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 november 2010 en 28 april 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 220,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het overige deel van de vordering dient te worden afgewezen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.S. Wachters, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover aan hoger beroep onderworpen - tenlastegelegd dat:

feit 1 primair:

hij op of omstreeks 30 januari 2009, in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten horecagelegenheid "[horecabedrijf]" en/of in een steeg gelegen naast "[horecabedrijf]", openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] en/of [slachtoffer], welk geweld bestond uit het stompen, slaan en/of hardhandig beetpakken door middel van een nekklem en/of duwen van die [benadeelde] en/of die [slachtoffer] en/of het geven van een kopstoot en/of het geven van een of meer knietjes in het gezicht van die [benadeelde];

feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 30 januari 2009, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een of meer perso(o)n(en) (te weten [benadeelde] en/of [slachtoffer]) heeft gestompt en/of geslagen en/of hardhandig heeft beetgepakt door middel van een nekklem en/of heeft geduwd en/of een kopstoot en/of een of meer knietjes heeft gegeven in het gezicht van die [benadeelde], waardoor voornoemde [benadeelde] en/of [slachtoffer] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1 subsidiair:

hij op 30 januari 2009, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [benadeelde], een kopstoot in het gezicht en knietjes heeft gegeven, waardoor voornoemde [benadeelde] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer. Verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de raadsvrouw.

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

Op 30 januari 2009 was verdachte werkzaam als portier in - onder meer - horecagelegenheid "[horecabedrijf]" te [plaats]. Op een gegeven moment werd door zijn collega, [collega van verdachte], via de portofoon om assistentie gevraagd. Die [collega van verdachte] was bezig met het uitzetten van twee jongens, te weten: aangever [benadeelde] en zijn vriend [slachtoffer]. Deze jongens hadden in de buurt van de draaibar gestaan toen [collega van verdachte] op weg was naar een 'code rood' elders in "[horecabedrijf]". Zij stonden (toevallig) in de weg. [slachtoffer] werd door [collega van verdachte] aan zijn arm vastgepakt en richting de nooduitgang getrokken. Aangever [benadeelde] volgde zijn vriend. Zij kwamen in een steeg - gelegen buiten, naast de horecagelegenheid - terecht. Op dat moment was er verder niemand in de steeg. Omdat de jongens niet begrepen waarom zij werden meegenomen werkten zij niet mee. De jongens wilden terug naar binnen. In de steeg is [collega van verdachte] naar zijn legitimatiebewijs gevraagd, maar die weigerde deze te tonen. Toen verdachte erbij kwam, heeft hij geprobeerd om bij aangever achtereenvolgens een armklem en een nekklem aan te leggen. Dit mislukte. Vervolgens heeft verdachte een kopstoot tegen het hoofd van aangever gegeven, waarna aangever hardhandig de steeg werd uitgeduwd en meerdere knietjes tegen zijn lichaam kreeg.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is het hof op grond van de hiervoor geschetste gang van zaken van oordeel dat er geen sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf, eerbaarheid of goed door aangever. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat geweld is gebruikt door aangever (of zijn vriend).

Het verweer wordt verworpen.

Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 30 januari 2009 schuldig gemaakt aan mishandeling. Hij heeft aangever een kopstoot en meerdere knietjes gegeven, waardoor aangever letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Door aldus te handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Hoewel het hof zich realiseert dat aan het werk van een portier meer risico's zijn verbonden, mag van een geschoolde beveiliger verlangd worden dat hij op een beheerste manier omgaat met geweld. Het hof is van oordeel dat verdachte niet heeft gehandeld binnen de maatschappelijk aanvaardbare grenzen van zijn taakuitoefening als portier.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 25 februari 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande acht het hof de in eerste aanleg opgelegde - en door de advocaat-generaal gevorderde - werkstraf van 50 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk, passend. De voorwaardelijke straf is mede bedoeld om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 420,00, bestaande uit EUR 400,00 immateriële en EUR 20,00 materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 220,00, bestaande uit EUR 200,00 immateriële en EUR 20,00 materiële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

Gelet op het vorenstaande dient de verdachte, als in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde] terzake van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 220,00 (tweehonderdtwintig euro) bestaande uit EUR 20,00 (twintig euro) materiële schade en EUR 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 220,00 (tweehonderdtwintig euro) bestaande uit EUR 20,00 (twintig euro) materiële schade en EUR 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter,

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. E. de Witt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 12 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. Van den Bergh en mr. Van der Wiel-Rammeloo, voornoemd, zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.