Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3718

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-05-2011
Datum publicatie
09-05-2011
Zaaknummer
24-002900-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van winkeldiefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Het beroep op de zogenoemde 'Salduz-jurisprudentie' wordt door het hof verworpen, nu niet is gebleken dat er - wat de psychische toestand van verdachte betreft - sprake was van een zodanige bijzondere situatie, dat verdachte niet zonder aanwezigheid van een advocaat verhoord kon worden. Naar het oordeel van het hof is niet gehandeld in strijd met enige wettelijke bepaling, verdragsbepalingen of met beginselen van een goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002900-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-055508-10

Arrest van 3 mei 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 25 oktober 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in [verblijfplaats],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. E.A.C. Sandberg, advocaat te Vorden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze in hoger beroep gekomen. De verdachte is ontvankelijk in zijn beroep.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 8 oktober 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in of uit een winkel/pand (gelegen aan of bij de [adres], aldaar) heeft weggenomen (een) sok(ken) (merk Nike, kleur zwart) en/of (een) schoen(en) (kleur wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het (winkel)bedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Overweging ten aanzien van het bewijs

De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof een beroep gedaan op de zogenoemde 'Salduz-jurisprudentie'. De raadsman heeft in dit kader bepleit dat de verklaring die verdachte op 8 oktober 2009 bij de politie heeft afgelegd, uitgesloten dient te worden van het bewijs, nu er geen advocaat bij dit verhoor aanwezig is geweest. Aangezien het - gezien zijn psychische toestand - een 'kwetsbare verdachte' betreft, had de politie hem rechtsbijstand bij het verhoor niet mogen onthouden, aldus de raadsman.

Anders dan de raadsman, is het hof van oordeel dat de bekennende verklaring die verdachte op 8 oktober 2009 heeft afgelegd, wel voor het bewijs mag worden gebezigd. Hiertoe overweegt het hof dat vaststaat dat verdachte voorafgaand aan het verhoor overleg heeft gehad met een piketadvocaat, mr. A. Ilicic. Uit het dossier blijkt niet dat de politie mr. Ilicic heeft belet bij het verhoor aanwezig te laten zijn, terwijl evenmin blijkt dat de advocaat zich ervoor heeft ingezet het verhoor niet zonder rechtsbijstand te laten plaatsvinden of op andere wijze aandacht heeft gevraagd voor haar cliënt. Ook anderszins is niet gebleken dat er sprake was van een zodanige bijzondere situatie dat verdachte niet zonder bijstand van een advocaat verhoord kon worden. Het hof is dan ook van oordeel dat er niet is gehandeld in strijd met enige wettelijke bepaling, verdragsbepalingen of met beginselen van een goede procesorde, door verdachte zonder aanwezigheid van een advocaat te verhoren.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 oktober 2009 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in of uit een winkel gelegen aan de [adres]-64 heeft weggenomen sokken (merk Nike, kleur zwart) en schoenen (kleur wit), toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 8 oktober 2009 in het winkelbedrijf [bedrijf] schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Met zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van voornoemd winkelbedrijf.

Ten nadele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 maart 2011 in het verleden meermalen ter zake van soortgelijke vermogensdelicten is veroordeeld. De straffen die hem in dat kader zijn opgelegd, hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een dergelijk strafbaar feit te begaan. De onderhavige diefstal is zelfs binnen enkele uren nadat verdachte op 8 oktober 2009 's ochtends uit de penitentiaire inrichting '[naam]' te [plaats] was vrijgelaten, gepleegd.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof

- overeenkomstig de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf - oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken passend en geboden. Een mildere strafmodaliteit is, gezien het hiervoor overwogene, niet aan de orde. Met betrekking tot de stelling van de raadsman, inhoudende dat een dergelijke gevangenisstraf geen rechtens of maatschappelijk relevant doel dient, overweegt het hof dat deze strafoplegging mede vanuit het oogpunt van speciale preventie en vergelding plaatsvindt.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. E. de Witt en mr. J. Dolfing, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. E. de Witt buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.