Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3629

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-05-2011
Datum publicatie
09-05-2011
Zaaknummer
24-001326-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van schuldheling veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, waarvan € 200,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Het hof is van oordeel dat de omstandigheden waaronder de koop van de auto met bijbehorende kentekenpapieren heeft plaatsgevonden, zodanig waren dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was. Nu verdachte de auto heeft verkocht zonder over te gaan tot nader onderzoek met betrekking tot de herkomst van die auto, heeft verdachte niet de nodige voorzichtigheid betracht en is hij in zijn onderzoeksplicht tekortgeschoten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001326-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-635114-09

Arrest van 3 mei 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 21 mei 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde (schuldheling) zal veroordelen tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, waarvan € 200,-, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode 17 augustus 2009 tot en met 24 augustus 2009, in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], in elk geval in Nederland, een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken]) en/of bij die auto behorende kentekenpapieren heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto en/of kentekenpapieren wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 17 augustus 2009, in de gemeente [gemeente 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken]) en/of bij die auto behorende kentekenpapieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2009 tot en met 24 augustus 2009, in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk kentekenpapieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggemaakt door genoemde kentekenpapieren te verkopen.

Bewijsoverweging

Namens verdachte is ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het primair ten laste gelegde feit. Hiertoe heeft de raadsman primair aangevoerd dat niet vaststaat dat de auto met bijbehorende kentekenpapieren van misdrijf afkomstig is - de raadsman acht het mogelijk dat verdachte deze goederen van de rechtmatige eigenaar, [benadeelde], heeft gekocht - en subsidiair dat verdachte, toen hij de auto kocht, niet wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze goederen van misdrijf afkomstig waren.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op 18 augustus 2009 om 09:45 uur heeft [vader benadeelde], namens zijn zoon [benadeelde], aangifte gedaan van diefstal van een personenauto (Volkswagen Polo) met kenteken [kenteken]. [benadeelde] heeft op 22 september 2009 tegenover de politie verklaard dat hij de gestolen auto 5 weken voorafgaand aan de diefstal voor € 1.600,- heeft gekocht.

[benadeelde] heeft voorts verklaard dat hij de autosleutel nog in zijn bezit heeft en dat de kentekenpapieren in de auto werden bewaard. Op 24 augustus 2009 is bij verdachte een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] aangetroffen.

Op basis van de aangifte van [vader benadeelde] en de nadere verklaring van [benadeelde] stelt het hof vast dat de auto die bij verdachte is aangetroffen, van diefstal afkomstig is. Het hof ziet geen enkele aanleiding om aan te nemen dat voornoemde aangifte van [vader benadeelde] en/of verklaring van [benadeelde] vals is. Het enkele feit dat verdachte gesteld heeft dat hij bij de koop van de auto een (duplicaat van de) sleutel gekregen heeft, is daartoe onvoldoende. Dat verdachte - zoals de raadsman van verdachte heeft gesteld - deze auto van [benadeelde] en/of [vader benadeelde] heeft gekocht blijkt niet uit de verklaringen die verdachte heeft afgelegd. In dit verband overweegt het hof dat de in de appelmemorie en ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman gegeven weergave van een nieuwe verklaring van verdachte niet als bewijsmiddel kan worden beschouwd.

Verdachte heeft verklaard dat hij de Volkswagen Polo die op 24 augustus 2009 bij hem is aangetroffen, op vrijdag 21 augustus 2009 omstreeks 23:00 uur van een voor hem onbekende persoon onder een viaduct in [plaats] voor € 600,- (contant) heeft gekocht. De naam van deze onbekende persoon wil verdachte niet noemen. Bij de overdracht van de auto heeft verdachte tevens de bij de auto behorende kentekenpapieren ontvangen. Gebleken is dat deze papieren [benadeelde] als eigenaar van de auto vermelden.

Het hof is van oordeel dat verdachte op basis van voornoemde omstandigheden, in het bijzonder het feit dat de identiteit van de verkopende partij (kennelijk) niet correspondeerde met de persoonsgegevens op de kentekenpapieren, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Volkswagen Polo van misdrijf afkomstig was. Nu verdachte deze auto met bijbehorende kentekenpapieren onder bovengenoemde omstandigheden heeft gekocht zonder over te gaan tot nader onderzoek met betrekking tot de herkomst van die goederen, heeft verdachte niet de nodige voorzichtigheid betracht en is hij in zijn onderzoeksplicht tekortgeschoten.

Gezien het hiervoor overwogene acht het hof de primair ten laste gelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 17 augustus 2009 tot en met 24 augustus 2009, in de gemeente [gemeente 1], een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken]) en bij die auto behorende kentekenpapieren heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van die auto en kentekenpapieren redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

schuldheling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van 17 augustus 2009 tot en met 21 augustus 2009 een auto met bijbehorende kentekenpapieren verworven en voorhanden gehad, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen. Door voornoemd handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in standhouden van een afzetmarkt voor gestolen auto's, met alle nadelen van dien voor de rechtmatige eigenaren.

Ten voordele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 maart 2011, niet eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk strafbaar feit.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof - overeenkomstig de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf - oplegging van een geldboete van € 500,-, waarvan € 200,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden. Het voorwaardelijke deel van deze straf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan een (soortgelijk) strafbaar feit.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg niet is toegewezen. De benadeelde partij heeft zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw gevoegd.

Nu het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte zich ten aanzien van een aan [benadeelde] toebehorende auto met bijbehorende kentekenpapieren schuldig heeft gemaakt aan schuldheling, en de vordering van [benadeelde] ziet op (andere) goederen die zich in zijn gestolen auto bevonden, is het hof reeds hierom van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij geen betrekking heeft op schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezen verklaarde feit.

Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Beslag

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat de inbeslaggenomen Volkswagen Polo aan verdachte zou moeten worden teruggegeven. De raadsman heeft het hof verzocht hieromtrent een beslissing te geven.

Het hof stelt vast dat het dossier geen beslaglijst bevat en dat er thans geen beslag (meer) rust op voornoemde personenauto. De Volkswagen Polo is aan [benadeelde] teruggegeven. Dit brengt mee dat het hof niet bevoegd is om op het verzoek te beslissen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

beveelt, dat van de geldboete een gedeelte van tweehonderd euro, subsidiair vier dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Dolfing, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. E. de Witt, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. E. de Witt buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.