Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3383

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-04-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
24-001018-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en het justitiële verleden van de verdachte, mede gezien het door dit hof gehanteerde oriëntatiepunt voor straftoemeting, uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door de verdachte begane strafbare feit de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen passend en noodzakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 24-001018-10

parketnummer eerste aanleg: 18-651872-09

Arrest van 29 april 2011 van het gerechtshof Leeuwarden, meervoudige strafkamer,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 15 april 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Skála, advocaat te Haren (Groningen).

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft beslissingen genomen met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd dat het hof de teruggave aan de verdachte zal gelasten van twee paar in beslag genomen manchetknopen, alsmede de teruggave aan [bedrijf 1] zal gelasten van drie gewone in beslag genomen knopen en dat het hof de in beslag genomen magneten en het Stanley-mes zal onttrekken aan het verkeer, subsidiair zal verbeurdverklaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 november 2009 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer knopen van Hugo Boss kleding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1]in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Het hof beschouwt de in de tenlastelegging opgenomen pleegdatum 13 november 2009

als een kennelijke misslag en leest dit als: 13 november 2008. De verdachte is hierdoor niet in zijn verdedigingsbelang geschaad.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de aan hem ten laste gelegde diefstal in vereniging. Meer in het bijzonder heeft de verdachte ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij destijds tezamen met de medeverdachte [medeverdachte] in het filiaal van [bedrijf 2] in [plaats] is geweest en dat hij toen knopen van het merk Hugo Boss in zijn jaszak aanwezig heeft gehad.

De verdachte heeft daaromtrent verklaard dat een knoop van het merk Hugo Boss afkomstig is van zijn eigen zwartkleurige jas en dat deze knoop op enig moment van zijn zwartkleurige jas is gevallen, doordat het draadje waarmee de knoop vast zit aan de jas losgegaan is. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij deze knoop in de jaszak van zijn bruinkleurige jas heeft opgeborgen. De verdachte heeft tevens verklaard dat aan deze knoop geen stukje stof zat.

Daarnaast heeft de verdachte erkend dat de onder hem in beslag genomen Stanley-messen zijn eigendom zijn en dat hij één van die Stanley-messen in zijn jaszak heeft gehad op het moment dat hij destijds tezamen met de medeverdachte [medeverdachte] in het filiaal van [bedrijf 2] in [plaats] is geweest. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij dit Stanley-mes toen niet uit zijn jaszak heeft gehaald.

Het hof acht deze lezing van de feiten van de verdachte niet geloofwaardig en grondt dit met name op hetgeen is verklaard door aangever [slachtoffer] in het proces-verbaal van aangifte van 17 november 2008 en de getuige [getuige] in het proces-verbaal van verhoor van 14 november 2008.

Uit de aangifte blijkt onder meer dat aangever heeft gezien dat twee mannen (het hof begrijpt: de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte]) zowel op 22 oktober 2008 als op 13 november 2008 in [bedrijf 2] in [plaats] zijn geweest en daar toen jassen van het merk Hugo Boss uit het rek hebben gepakt en bekeken en daarbij erg vaak om zich heen hebben gekeken. Op 13 november 2008 heeft aangever daarnaast gezien dat één van de beide mannen (het hof begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte]) een aantal Hugo Boss jassen heeft gepakt en dat de andere man (het hof begrijpt: de verdachte) vervolgens zijn rechterhand uit zijn jaszak heeft gehaald en telkens iets heeft gedaan bij een Hugo Boss jas.

Deze waarnemingen van aangever vinden bevestiging in de verklaring van de getuige [getuige], voor zover het betreft de gebeurtenissen op 13 november 2008.

Daarnaast heeft de getuige [getuige] op 13 november 2008 gezien dat er een geelkleurig voorwerp uit de rechterjaszak van de man in de bruinkleurige jas (het hof begrijpt: de verdachte) heeft gestoken.

Een aantal minuten na het bezoek aan de winkel van deze beide mannen op 22 oktober 2008 is door aangever geconstateerd dat alle knopen van een Hugo Boss jas waren verwijderd en is een zwart-geel-gekleurd Stanley-mes aangetroffen in de desbetreffende jas. Direct volgend op het bezoek aan de winkel van deze beide mannen op

13 november 2008 is door aangever geconstateerd dat van één Hugo Boss jas twee knopen zijn verdwenen en dat van een andere Hugo Boss jas één knoop is verwijderd.

Voorts blijkt uit het stam-proces-verbaal van 14 januari 2009 en het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte van 9 april 2009 - wiens aanhouding tezamen met genoemde [medeverdachte] kort na het bezoek aan de [bedrijf 2] plaatsvond - dat op 13 november 2008 onder de verdachte een Stanley-mes en drie knopen van het merk Hugo Boss in beslag zijn genomen. Uit de zich in het strafdossier bevindende foto-afdruk van één van de onder de verdachte in beslag genomen Hugo Boss knopen blijkt dat er een stukje stof aan die knoop vast zit. Uit de zich in het strafdossier bevindende foto-afdruk van het onder de verdachte in beslag genomen Stanley-mes blijkt dat dit mes aan de bovenkant, waar het mes vastgepakt dient te worden, geel gekleurd is.

Het hof heeft geen enkele aanwijzing bekomen op grond waarvan de verklaringen van aangever [slachtoffer] en de getuige [getuige] als niet accuraat, niet betrouwbaar, dan wel ongeloofwaardig kunnen worden bestempeld. Het hof gaat uit van de juistheid van hetgeen [slachtoffer] en [getuige] bij de politie hebben verklaard.

Het hof kent daarnaast betekenis toe aan de omstandigheid dat de verdachte ter terechtzitting van de politierechter van 15 april 2010 een geheel andere verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van drie knopen van het merk Hugo Boss in zijn jaszak dan hij ter terechtzitting van het hof heeft gedaan.

De omstandigheid dat de verdachte hierover aldus sterk wisselende verklaringen heeft afgelegd, maakt die verklaringen eveneens ongeloofwaardig.

Het hof kent tevens betekenis toe aan de omstandigheid dat het aantal Hugo Boss knopen dat op 13 november 2008 onder de verdachte is aangetroffen, exact hetzelfde aantal Hugo Boss knopen is dat op die dag is verwijderd van de Hugo Boss jassen in [bedrijf 2], welke vermissing van die knopen is geconstateerd direct volgend op het winkelbezoek van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte].

Het hof stelt op grond van het bovenstaande vast dat het door de getuige [getuige] op 13 november 2008 waargenomen geelkleurige voorwerp, dat zich in de rechterjaszak van de man in de bruinkleurige jas (het hof begrijpt: de verdachte) bevond, het nadien onder de verdachte in beslag genomen Stanley-mes is.

Het hof acht op grond van het bovenstaande, mede gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof, inhoudende dat hij rechtshandig is, bewezen dat, waar aangever [slachtoffer] en de getuige [getuige] hebben verklaard te hebben gezien dat de verdachte zijn rechterhand uit zijn jaszak heeft gehaald en telkens iets heeft gedaan bij de Hugo Boss jas, dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] op 13 november 2008 in [bedrijf 2] in [plaats] met behulp van een Stanley-mes drie knopen van twee Hugo Boss jassen hebben afgesneden en weggenomen.

Op grond van het bovenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aan hem ten laste gelegde, zoals hieronder nader aangegeven in de bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het aan hem ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 november 2008 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen knopen van Hugo Boss kleding, toebehorende aan [bedrijf 1]

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, samen met zijn mededader, schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een delict, dat hinder, schade en ergernis veroorzaakt voor de gedupeerde ondernemer. De werkwijze van de verdachte en de medeverdachte getuigt van een behoorlijke mate van raffinement en professionaliteit. Dit pleit niet in het voordeel van de verdachte. De werkwijze heeft daarnaast schade aan de betrokken kleding aangericht.

De verdachte heeft kennelijk enkel en alleen gehandeld vanuit het oogpunt van eigen bevoordeling en heeft er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Het hof hanteert met betrekking tot een dergelijk delict een landelijk oriëntatiepunt voor straftoemeting dat in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf impliceert.

Voorts blijkt uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 februari 2011 dat de verdachte reeds drie keer eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk strafbaar feit. De verdachte lijkt daarmee niet gevoelig te zijn voor bestraffing. Dit pleit evenmin in het voordeel van de verdachte.

Het hof heeft tevens rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Het hof is op grond van het bovenstaande van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en het justitiële verleden van de verdachte, mede gezien het door dit hof gehanteerde hierboven aangehaalde oriëntatiepunt, uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door de verdachte begane strafbare feit de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen passend en noodzakelijk is.

De raadsman van de verdachte heeft in het kader van het door hem gevoerde strafmaatverweer geen zodanig bijzondere of relevante feiten of omstandigheden aangevoerd dat het hof oplegging van een andere strafmodaliteit aangewezen acht.

Ook overigens is het hof daarvan niet gebleken.

In beslag genomen voorwerpen

Teruggave

Onder de verdachte zijn onder meer vier magneten in beslag genomen.

Het hof zal daarvan de teruggave aan de verdachte gelasten, nu er geen grond aanwezig is op grond waarvan deze voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, dan wel onttrekking aan het verkeer.

Onder de verdachte zijn tevens onder meer drie knopen van het merk Hugo Boss in beslag genomen. Het hof zal daarvan de teruggave aan de rechthebbende, te weten [bedrijf 1], gelasten.

Verbeurdverklaring

Met betrekking tot het in beslag genomen Stanley-mes is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat dit voorwerp toebehoort aan de verdachte en dat het een voorwerp betreft met behulp waarvan het bewezen verklaarde (strafbare) feit is begaan. Als zodanig is dit voorwerp vatbaar voor verbeurdverklaring.

Overige in beslag genomen voorwerpen

De advocaat-generaal heeft onder meer gevorderd dat het hof de teruggave aan de verdachte zal gelasten van twee paar in beslag genomen manchetknopen.

Nu bedoelde manchetknopen blijkens de daarop betrekking hebbende kennisgeving van inbeslagneming niet onder de verdachte, maar onder de medeverdachte [medeverdachte] in beslag zijn genomen, zal het hof niet in deze zaak beslissen over deze in beslag genomen voorwerpen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van vier magneten;

gelast de teruggave aan [bedrijf 1] van drie knopen;

verklaart verbeurd: een Stanleymes.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. J.H. Kuiper en mr. J. Dolfing, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier.