Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3359

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-04-2011
Datum publicatie
03-05-2011
Zaaknummer
24-002289-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Noodweer. Geslaagd beroep op noodweer door verdachte.

Ontslag van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002289-10

Uitspraak d.d.: 22 april 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 16 september 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1971],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 april 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 ten laste gelegde tot een geldboete van € 150,00, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van een jaar. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, met inachtneming van de wijziging die door de eerste rechter is toegelaten, ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met zijn vuist heeft geslagen en/of een klap op het rechteroog heeft gegeven en/of met zijn hoofd tegen de grond heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], met zijn vuist heeft geslagen, waardoor deze letsel en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat hij zich op 24 augustus 2009 heeft verdedigd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanval van aangever [slachtoffer]. Het hof zal vorenstaande opvatten als een beroep op noodweer.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof de volgende feitelijke gang van zaken vast en overweegt het als volgt.

In de vroege ochtend van 24 augustus 2009 staat verdachte bij de toegangsdeur van café [horecagelegenheid] aan de[straat] in [plaats]. Verdachte is door de eigenaar van genoemd café gevraagd om de deur van het café dicht te houden in verband met de drukte. Aangever [slachtoffer] staat op dat moment voor de deur van genoemd café en wil naar binnen. Verdachte weigert hem de toegang.

Uit het dossier en de verklaringen die verdachte en getuige [getuige] hebben afgelegd ter terechtzitting van het hof blijkt dat aangever zich provocerend opstelt en verdachte uitjouwt. Uit die verklaringen blijkt, in tegenstelling tot hetgeen aangever hieromtrent heeft verklaard, voorts dat aangever op enig moment op verdachte afvliegt, slaande bewegingen in de richting van verdachte maakt en verdachte beetpakt. Als reactie hierop pakt verdachte aangever bij zijn nek en slaat hem twee keer met zijn vuist en raakt aangever daarbij ondermeer op zijn voorhoofd. Verdachte laat aangever vervolgens meteen los.

Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor beschreven gang van zaken blijkt van een aantasting van het lijf van verdachte en dat hij zich tegen deze ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding mocht verdedigen.

De slagen gaan naar het oordeel van het hof gezien de genoemde omstandigheden de grenzen van subsidiariteit en proportionaliteit niet te buiten. Nu het bewezenverklaarde handelen van de verdachte wordt gerechtvaardigd door voornoemde omstandigheden, komt de strafbaarheid van het delict te vervallen. Het Hof zal de verdachte dan ook ontslaan van alle rechtsvervolging.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Aldus gewezen door:

mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen, griffier,

en op 22 april 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. Wiarda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.