Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2752

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-04-2011
Datum publicatie
27-04-2011
Zaaknummer
24-002664-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van een drietal woninginbraken alsmede een poging daartoe. Het hof zal verdachte niet de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde zes maanden onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen. De inmiddels 18-jarige verdachte dient - na langdurige civielrechtelijke maatregelen - een kans te krijgen een plaats te vinden in de maatschappij. Genoemde vrijheidsstraf zal dan ook voorwaardelijk worden opgelegd met reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde en daarnaast een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002664-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-640249-10

Arrest van 22 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 1 november 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.J.E. van Haarst, advocaat te Winschoten.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot straffen en een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij en daarbij een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen en verdachte derhalve voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 100,-, met oplegging van de schade- vergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 05 januari 2010 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een perceel aan de [straat] heeft weggenomen een flatscreen en/of een Ipod, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 4 januari 2010 tot en met 6 januari 2010 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een perceel aan de [straat] heeft weggenomen een ketting, drie armbanden, een hanger, een videocamera en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 05 januari 2010 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto heeft weggenomen (een) navigatiesyste(e)m(en) (Tomtom en/of van het merk Cartrek), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] t.a.v. de Tomtom en/of [slachtoffer 3] t.a.v. het systeem van het merk Cartrek, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

4.

hij op of omstreeks 18 januari 2010 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] weg te nemen (onder meer) een plasma TV-scherm en/of afstandsbedieningen en/of een laptop en/of een digitale videocamera en/of een laptop en/of sieraden en/of een horloge, toebehorende aan [slachtoffer 4], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met zijn mededader, een raampje heeft vernield en vervolgens naar binnen is geklommen en het hele huis doorzocht heeft en verschillende goederen klaar heeft gezet om mee te nemen, dan wel in een rugzak heeft gestopt om mee te nemen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Overweging omtrent het bewijs van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde Verdachte ontkent het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde te hebben begaan. Het hof stelt vast dat voor de betrokkenheid van verdachte bij deze feiten wettig bewijs voorhanden is, te weten de respectieve aangiften van de benadeelden alsmede de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verklaringen van genoemde medeverdachten niet betrouwbaar zijn, nu zij destijds 21 respectievelijk 19 jaar oud waren en reden hadden om belastend te verklaren over het aandeel van de nog slechts 17-jarige verdachte. Een veroordeling zou hem, als minderjarige, immers minder zwaar treffen dan henzelf. Wellicht hadden de medeverdachten daarnaast redenen om een (andere) derde persoon uit de wind te houden. Voorts zijn geen van de aangiften te herleiden tot enige betrokkenheid van deze verdachte. Evenmin zijn er bij hem gestolen goederen aangetroffen, die afkomstig waren van de betreffende diefstallen. Aldus de raadsman.

Voor zover dit verweer kan worden aangemerkt als nadrukkelijk onderbouwd, ziet het hof in hetgeen door de raadsman is aangevoerd noch ambtshalve aanleiding om de betrouwbaarheid van de door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen in twijfel te trekken. Evenals de rechtbank acht het hof acht deze verklaringen betrouwbaar, nu zij gedetailleerd zijn, ook henzelf

belasten en op onderdelen, niet alleen in relatie tot elkaar maar ook in relatie tot bijzonderheden in de aangiften, op elkaar aansluiten.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte (ook) het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 05 januari 2010 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een perceel aan de [straat] heeft weggenomen een flatscreen en een Ipod, toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.

hij in de periode van 4 januari 2010 tot en met 6 januari 2010 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een perceel aan de [straat] heeft weggenomen een ketting, drie armbanden, een hanger, een videocamera en geld, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

3.

hij op 05 januari 2010 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto heeft weggenomen navigatiesystemen, Tomtom en van het merk Cartrek, toebehorende aan [bedrijf] t.a.v. de Tomtom en [benadeelde] t.a.v. het systeem van het merk Cartrek;

4.

hij op 18 januari 2010 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres] weg te nemen een plasma TV-scherm en afstandsbedieningen en een laptop en een digitale videocamera en een laptop en sieraden en een horloge, toebehorende aan [slachtoffer 4], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader een raampje heeft vernield en vervolgens naar binnen is geklommen en het hele huis doorzocht heeft en verschillende goederen klaar heeft gezet om mee te nemen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Het hof heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

diefstal door twee of meer verenigde personen;

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereikt heeft gebracht door middel van braak;

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen;

4.

poging tot diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, tezamen met anderen, schuldig gemaakt aan een viertal gekwalificeerde diefstallen. In alle gevallen ging het om diefstallen uit woningen, al dan niet door middel van braak, waar elektronica met een zekere waarde, sieraden en geld werden buitgemaakt of, zoals onder 4 bewezen is verklaard, dit werd gepoogd. Daargelaten het feit dat dergelijke misdrijven schade en overlast veroorzaken, heeft verdachte eigendomsrechten van de benadeelden geschonden. Daarnaast tasten woninginbraken de privacy van de getroffen bewoners aan en ondermijnen zij - soms voor langere tijd - de gevoelens van veiligheid die men in de eigen woning bij uitstek dient te hebben.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 16 februari 2011, waaruit naar voren komt dat verdachte meermalen met justitie en politie in aanraking is geweest, zowel voor vermogensdelicten als voor brandstichting en strafbare feiten met een geweldsaspect.

Uit de rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming van 25 maart 2010 en

26 mei 2010 alsmede uit de briefrapporten van 30 juli 2010 en 11 oktober 2010 van het Bureau Jeugdzorg komt de (zeer) belaste voorgeschiedenis van verdachte naar voren. Er is sprake geweest van tal van trainingen, trajecten en al dan niet intramurale opnames en behandelingen. Uit genoemde stukken valt af te leiden dat bij verdachte reeds lange tijd sprake is van - onder meer - agressie- en autoriteitsproblematiek, een behoefte aan spanning, een geringe gewetensontwikkeling en impulsiviteit.

In eerste aanleg is aan verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd voor de duur van zes maanden. Doorslaggevend daarvoor was het gegeven dat verdachte, kort voor de (tweede) zitting van de rechtbank, was weggelopen uit de jeugdinrichting Harreveld en te kennen gaf niet te willen deelnemen aan het geplande traject ITB Harde Kern.

Het hof stelt vast dat verdachte op 2 december 2010 achttien jaar oud is geworden, een leeftijd waarnaar hij vanwege de hem langdurig en niet zonder reden opgelegde civielrechtelijke maatregelen heeft uitgekeken. Verdachte lijkt zich langzaamaan te realiseren dat zijn meerderjarigheid hem weliswaar nieuwe vrijheden geeft, maar hem ook verplichtingen oplegt. Verdachte dient thans zelf initiatieven te nemen waar het gaat om huisvesting, inkomen en een dagbesteding.

Het hof deelt de opvatting van de advocaat-generaal dat de huidige situatie van verdachte, waar het gaat om voornoemde levensgebieden, zonder meer zorgelijk is. Niettemin acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet in het belang van de - zij het thans meerderjarige - jeugdige. Verdachte dient vooralsnog de kans te krijgen een plaats te vinden in de maatschappij. De door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde jeugddetentie zal het hof dan ook voorwaardelijk opleggen. Naast de algemene voorwaarde dat verdachte aan de daaraan te verbinden proeftijd van twee jaren geen strafbare feiten zal plegen, legt het hof aan verdachte tevens een verplicht reclasseringscontact op. Nu verdachte inmiddels meerderjarig is geworden zal het verlenen van hulp en steun - conform het bepaalde in artikel 77aa, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht - worden opgedragen aan een reclasseringsinstelling, niet zijnde een instelling voor jeugdreclassering. Het hof hecht eraan verdachte daarbij mee te geven dat hij dit reclasseringscontact niet alleen zal aanwenden voor het regelen - al dan niet door anderen dan hemzelf - van praktische zaken, maar evenzeer voor het leren nemen en dragen van verantwoordelijkheid, het nakomen van afspraken en het creëren van toekomstperspectief.

Daarnaast zal het hof aan verdachte uit het oogpunt van vergelding een werkstraf opleggen van na te melden duur.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij

[benadeelde], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 100,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Verdachte heeft ontkend het onder 3 ten laste gelegde feit, op welk feit de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft, te hebben begaan. Van de zijde van verdachte is niet op andere wijze bestreden, dat de gestelde schade daadwerkelijk aan de benadeelde partij is toegebracht. Nu het hof dit feit bewezen acht, staat deze schade derhalve vast, met dien verstande dat het hof bij de toewijzing van het gevorderde bedrag rekening zal houden met de aanschafwaarde op 26 juni 2008 van € 99,95 en een afschrijvingspercentage van 20% per jaar. Het schadebedrag zal daarom worden vastgesteld op € 72,-, met afwijzing van het meer of anders gevorderde en met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding, die door de benadeelde partij zijn gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog worden gemaakt.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof zal voormeld bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedings-maatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 63, 77a, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van

zes maanden;

bepaalt, dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:

stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich onder toezicht zal stellen van de reclassering en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt voornoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, dat wil zeggen: het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van honderdtachtig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door negentig dagen jeugddetentie;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de hiervoor vermelde taakstraf bestaande uit werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid geheel in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren onbetaalde arbeid per dag in verzekering doorgebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweeënzeventig euro;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeënzeventig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. P. Greve en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.