Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2735

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-04-2011
Datum publicatie
27-04-2011
Zaaknummer
24-001693-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van medeplegen van afpersing, het opzettelijk aanwezig hebben van methadon en afpersing veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld toezicht door de reclassering, ook kunnen inhouden een meldingsgebod, een behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een drugs- of alcoholverbod. De vordering van de benadeelde partij wordt geheel toegewezen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. De tenuitvoerlegging van

4 maanden gevangenisstraf wordt gelast.

Het beroep op partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding in verband met de door de rechtbank toegelaten wijziging van een van de ten laste gelegde feiten (een primaire/subsidiaire tenlastelegging is gewijzigd in een "en/of"-tenlastelegging) wordt verworpen.

Een nadere bewijsoverweging wordt gegeven met betrekking tot de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen van een getuige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001693-10

Parketnummer eerste aanleg: 19-830054-10 en 19-810297-08 (tul)

Arrest van 22 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 6 juli 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verbloijfplaats hier te lande,

preventief gedetineerd in [verblijfplaats],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.B. Pieters,

advocaat te Hoogeveen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis, voor zover vatbaar voor hoger beroep, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering van de benadeelde partij en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep d.d. 11 april 2011, alsmede op het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 en 4 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 (gekwalificeerde afpersing), 3 en 5 primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld toezicht door de reclassering, ook kunnen inhoudende een meldingsgebod, een behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een drugs- of alcoholverbod, en de vordering van de benadeelde partij ad € 955,= geheel zal toewijzen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd de tenuitvoerlegging te gelasten van 4 maanden gevangenisstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Assen d.d. 24 maart 2009.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover daarvoor vatbaar, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

In het dossier bevindt zich een ongedateerde vordering wijziging tenlastelegging van de officier van justitie. Deze vordering houdt in dat in het onder 1 ten laste gelegde de zinsnede "althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat" dient te worden gewijzigd in de woorden "en/of". De vordering vermeldt dat deze is gedaan ter zitting van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Assen op 22 juni 2010. Uit het proces-verbaal terechtzitting in eerste aanleg d.d. 22 juni 2010 blijkt niet dat de officier van justitie deze vordering heeft gedaan en dat de rechtbank die vordering heeft toegelaten. Nu de tenlastelegging, waarop de rechtbank recht heeft gedaan, in het vonnis is opgenomen en die tenlastelegging overeenkomstig voormelde vordering is gewijzigd, gaat het hof ervan uit, dat de rechtbank op vordering van de officier van justitie de vordering wijziging tenlastelegging heeft toegelaten.

Gelet op het vorenstaande en de omstandigheid dat de verdachte en diens raadsvrouw, die beiden ter voormelde terechtzitting van 22 juni 2010 aanwezig waren, in hoger beroep niet hebben aangevoerd dat zij in eerste aanleg bezwaar hebben gemaakt tegen toelating van de vordering wijziging tenlastelegging, doet het hof recht op die gewijzigde tenlastelegging.

Na de door de rechtbank toegelaten wijziging en voor zover voor dit hoger beroep van belang, is aan verdachte ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 07 maart 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van eur 100,--), een laptop en/of een beeldscherm, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 2] of aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] (vaak/langdurig) hebben/heeft geschopt en/of gestompt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd hebben/heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] met een krukje, althans een zwaar en/of hard voorwerp, hebben/heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje (in het gezicht) hebben/heeft gegeven en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen, althans in de directe nabijheid van, een oog/het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezet/gehouden en/of dat vuurwapen/voorwerp op die [slachtoffer 1] hebben/heeft gericht en/of

- nadat die [slachtoffer 1] bij die [slachtoffer 2] een geldbedrag had besteld, dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Het is wel makkelijk zo'n vriend, anders had je al in het ziekenhuis aan het infuus gelegen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- toen die [slachtoffer 2] dat geldbedrag bij die [slachtoffer 1] had gebracht/bezorgd, dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Je houdt je mond, je houdt je mond", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd dat deze niet naar de politie mocht gaan omdat zij/hij die [slachtoffer 1] anders af zou(den) maken/zou(den) schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 07 maart 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (van eur 100,--), een laptop

en/of een beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] (vaak/langdurig) hebben/heeft geschopt en/of gestompt en/of

geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op/tegen het hoofd hebben/heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] met een krukje, althans een zwaar en/of hard voorwerp,

hebben/heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje (in het gezicht) hebben/heeft gegeven en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen,

althans in de directe nabijheid van, een oog/het hoofd van die [slachtoffer 1]

hebben/heeft gezet/gehouden en/of dat vuurwapen/voorwerp opdie [slachtoffer 1]

hebben/heeft gericht en/of

- nadat die [slachtoffer 1] bij die [slachtoffer 2] een geldbedrag had besteld, dreigend

tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Het is wel makkelijk zo'n vriend,

anders had je al in het ziekenhuis aan het infuus gelegen", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- toen die [slachtoffer 2] dat geldbedrag bij die [slachtoffer 1] had gebracht/bezorgd,

dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Je houdt je mond, je houdt

je mond", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd dat deze niet

naar de politie mocht gaan omdat zij/hij die [slachtoffer 1] anders af zou(den)

maken/zou(den) schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 15 maart 2010 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon, zijnde methadon een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 12 maart 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de zich in die videotheek bevindende [benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan videotheek "[bedrijf 1]" en/of [bedrijf 2], of aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die videotheek waarin die [benadeelde] zich bevond zijn/is binnengegaan, terwijl hun/zijn hoofd (gedeeltelijk) waren/was bedekt met een capuchon en/of een pet en/of een "grote" bril en/of

- die [benadeelde] dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft gericht op die [benadeelde], althans dat vuurwapen/voorwerp zichtbaar voor die [benadeelde] hebben/heeft vastgehouden/getoond en/of

- die [benadeelde] dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Uit de kassa", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die [benadeelde] geld aan hen/hem had(den) afgegeven, dreigend tegen die [benadeelde] hebben/heeft gezegd dat zij/hij ook het kleingeld wilden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 12 maart 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan videotheek [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de zich in die videotheek bevindende [benadeelde], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededaders

- die videotheek waarin die [benadeelde] zich bevond zijn/is binnengegaan, terwijl hun/zijn hoofd (gedeeltelijk) waren/was bedekt met een capuchon en/of een pet en/of een "grote" bril en/of

- die [benadeelde] dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft gericht op die [benadeelde], althans dat vuurwapen/voorwerp zichtbaar voor die [benadeelde] hebben/heeft vastgehouden/getoond en/of

- die [benadeelde] dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Uit de kassa", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die [benadeelde] geld aan hen/hem had(den) afgegeven, dreigend tegen die [benadeelde] hebben/heeft gezegd dat zij/hij ook het kleingeld wilden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Beroep op partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding

Ter zitting van het hof heeft de raadsvrouw met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde een beroep gedaan op nietigheid van de inleidende dagvaarding. Dit beroep komt er op neer, dat het onder 1 ten laste gelegde door de door de rechtbank toegelaten wijziging onduidelijk en tegenstrijdig is geworden, aangezien het ten laste gelegde feit ná "en/of" hetzelfde feitencomplex betreft als het ten laste gelegde feit vóór "en/of".

Nu de wijziging van het onder 1 ten laste gelegde slechts ziet op de wijze waarop een mogelijke bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feitencomplex of delen daarvan moet worden gekwalificeerd, is het hof van onduidelijkheid en tegenstrijdigheid zoals betoogd door de raadsvrouw niet gebleken en voldoet het onder 1 ten laste gelegde aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Daar komt bij dat uit het onderzoek ter zitting van het hof niet is gebleken, dat bij verdachte enige onduidelijkheid omtrent de hem verweten gedragingen zoals omschreven in de gewijzigde tenlastelegging heeft bestaan noch dat verdachte zich daartegen niet naar behoren heeft kunnen verdedigen.

Het hof verwerpt het beroep op partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding.

Bewijsoverweging ter zake van het onder 5 ten laste gelegde

De raadsvrouw heeft de betrouwbaarheid van de door [getuige 1] afgelegde verklaringen betwist, voor zover deze als bezwarend voor de verdachte kunnen gelden. Dit verweer slaagt niet. Het hof acht deze verklaringen voor zover betrekking hebbende op de vorm, omvang en de verpakking van de buit, het gebruik van een vuurwapen en de kleding en bril die verdachte op zijn hoofd droeg, zijnde daderinformatie, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs, nu deze verklaringen op genoemde onderdelen steun vinden in de verklaring van aangeefster [benadeelde]. Daarnaast vinden de verklaringen van [getuige 1] voor zover betrekking hebbende op haar aanwezigheid in de omgeving van de videotheek ten tijde van de overal op die videotheek steun in de verklaringen van de getuige [getuige 2], die [getuige 1] van een simultane fotoconfrontatie heeft herkend als de vrouw die ten tijde van de overval op de videotheek zich in de omgeving van die videotheek bevond.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 07 maart 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van eur 100,--), toebehorende aan [slachtoffer 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] hebben geschopt en gestompt of geslagen en

- die [slachtoffer 1] met een krukje hebben geslagen en

- nadat die [slachtoffer 1] bij die [slachtoffer 2] een geldbedrag had besteld, dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Het is wel makkelijk zo'n vriend, anders had je al in het ziekenhuis aan het infuus gelegen" en

- toen die [slachtoffer 2] dat geldbedrag bij die [slachtoffer 1] had gebracht, dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Je houdt je mond, je houdt je mond";

3.

hij op 15 maart 2010 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon, zijnde methadon een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

5 primair:

hij op 12 maart 2010 te [plaats] met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld de zich in die videotheek bevindende

[benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan videotheek "[bedrijf 1]" of [bedrijf 2], welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- die videotheek waarin die [benadeelde] zich bevond is binnengegaan, terwijl zijn hoofd was bedekt met een capuchon en een pet en een bril en

- die [benadeelde] dreigend heeft toegevoegd: "Geld" en

- dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op die [benadeelde] en

- die [benadeelde] dreigend heeft toegevoegd: "Uit de kassa" en

- nadat die [benadeelde] geld aan hem had afgegeven, dreigend tegen die [benadeelde] heeft gezegd dat hij ook het kleingeld wilde.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3 en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

onder 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

onder 5 primair:

afpersing.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft op 7 maart 2010 samen met een of meer anderen [slachtoffer 1] gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 100,=. Zij hebben [slachtoffer 1] geschopt en gestompt of geslagen, hebben hem met een krukje geslagen en hebben hem bedreigd met geweld. [slachtoffer 1] werd daardoor gedwongen dat geld (te regelen en) af te geven.

Vijf dagen later heeft verdachte [benadeelde], mede eigenaresse van een videotheek, haar in haar videotheek gedwongen tot de afgifte van geldbedragen van in totaal € 205,=. Hij is die videotheek binnen gegaan, terwijl hij zijn hoofd onherkenbaar had bedekt met een capuchon, een pet en een bril. Aldaar heeft hij [benadeelde] bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. [benadeelde] werd daardoor gedwongen dat geld af te geven.

Door het plegen van deze feiten heeft verdachte - al dan niet samen met zijn mededader(s) - voor [slachtoffer 1] en [benadeelde] uiterst bedreigende situaties geschapen. Dergelijke afpersingen versterken de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving bij hen die hiervan kennis nemen. Slachtoffers van dergelijke delicten ondervinden hiervan (langdurig) psychische nadelige gevolgen. De verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op het geestelijk welzijn van de slachtoffers [slachtoffer 1] en [benadeelde].

Daarnaast heeft verdachte op 15 maart 2010 hoeveelheden van een voor de volksgezondheid bedreigende stof, te weten 33 tabletten methadon, aanwezig gehad.

Uit het verdachte betreffende (17 pagina's tellend) Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 maart 2011 blijkt, dat verdachte vele malen wegens het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten en drugsdelicten, tot forse (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraffen is veroordeeld. Deze straffen hebben hem er niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te begaan. Voorts is gebleken dat verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd in een nog lopende proeftijd.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel, dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend en geboden is.

Omtrent verdachte is door het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering op 10 juni 2010 een reclasseringsadvies uitgebracht. Dat advies houdt onder meer het volgende in. Verdachtes leven wordt gekenmerkt door overmatig drugsmisbruik. Verdachte scoort hoog op recidiverisico als het gaat om inkomen en drugsgebruik. Dit zijn twee belangrijke factoren waarop ingezet moet worden om het recidiverisico terug te dringen. Verdachte geeft zelf aan bereidheid te hebben tot verandering. Hierbij heeft hij echter hulp en externe motivatie nodig. Geadviseerd wordt verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld reclasseringstoezicht, met de verplichting van een meldingsgebod, een behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een drugs- of alcoholverbod.

De verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard, dat hij binnenkort een intakegesprek heeft met ontwenningscentrum De Wending te Ugchelen, dat hij dat zelf heeft aangevraagd, dat hij al geruime tijd geen drugs meer gebruikt en dat een deels voorwaardelijke straf goed voor hem zou zijn, omdat hij een stok achter de deur nodig heeft.

Op grond van al het vorenstaande, in samenhang beschouwd, acht het hof de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van

32 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met daaraan gekoppeld toezicht door de reclassering, ook indien die inhouden een meldingsgebod, een behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een drugs- of alcoholverbod, noodzakelijk.

Nu het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf van langere duur is dan de reeds door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, zal het hof het verzoek van de raadsvrouw om het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen, afwijzen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Gebleken is dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door het onder 5 primair bewezen verklaarde feit de benadeelde partij schade heeft geleden, waarvoor verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij enkel bestreden, stellend, dat hij het onder 5 ten laste gelegde feit niet heeft (mede-)gepleegd. Het hof passeert dit verweer, nu het dat feit bewezen acht. De vordering van de benadeelde partij ad € 955,= is dan ook toewijsbaar. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

De gevorderde wettelijke rente is eveneens voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de rechtbank Assen d.d. 24 maart 2009 is verdachte veroordeeld tot onder meer gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Gebleken is dat voormeld vonnis op

8 april 2009 onherroepelijk is geworden en dat op diezelfde dag de proeftijd is ingegaan.

De officier van justitie heeft bij zijn op 4 juni 2010 ingediende vordering gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer 19-830054-10 (de thans bewezen verklaarde feiten).

Nu gebleken is dat verdachte de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van voormelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden ten

uitvoer gelegd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 en 4 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, voor zover voor hoger beroep vatbaar, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 3 en 5 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3 en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering of een andere daartoe bevoegde reclasseringsinstelling en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook indien die inhouden een meldingsgebod, behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een drugs- of alcoholverbod;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van negenhonderdvijfenvijftig euro, vermeerderd met het bedrag van de wettelijke rente te rekenen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negenhonderdvijfenvijftig euro, vermeerderd met het bedrag van de wettelijke rente te rekenen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van negentien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de rechtbank Assen van 24 maart 2009 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Lahuis, voorzitter, mr. Meijer-Campfens en mr. Dolfing, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier.