Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2583

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-04-2011
Datum publicatie
27-04-2011
Zaaknummer
24-002385-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte onder 1. en 2. telkens wegens belediging van een politieambtenaar, meermalen gepleegd tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002385-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-753119-10

Arrest van 21 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 7 juli 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

volgens opgave ter terechtzitting wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2009, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid een middelvinger (zogenoemd fuck-off gebaar) in de richting van voornoemde ambtena(a)r(en) heeft opgestoken, althans aan voornoemde ambtena(a)r(en) een middelvinger in opgeheven toestand heeft getoond;

2.

hij op of omstreeks 21 juni 2009, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 3], aspirant van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "dikke zwarte" en/of "zwarte mafkees", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 21 juni 2009, te [plaats 1] en/of [plaats 2], in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 2], opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 4], hoofdagent van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "(vuile) nazi zwijnen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Vrijspraak ter zake van het ten laste gelegde onder 3

Het hof zal verdachte vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde, nu er naast de aangifte van [verbalisant 4] onvoldoende ondersteunende bewijsmiddelen voorhanden zijn.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 21 juni 2009 te [plaats 1] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1] en

[verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid een middelvinger (zogenoemd fuck-off gebaar) in de richting van voornoemde ambtenaren heeft opgestoken.

2.

hij op 21 juni 2009 te [plaats 1] opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 3], aspirant van politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "dikke zwarte" en "zwarte mafkees".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

2.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Op 21 juni 2009 stak verdachte zijn middelvinger uit het raam van een taxi in de richting van een tegemoetkomend politievoertuig. Hiermee heeft hij de politieambtenaren in dit voertuig in hun eer en goede naam aangetast. Toen de verbalisanten hierop verdachte aanhielden en in de politieauto hadden gezet, heeft hij richting één van de verbalisanten de belediging "dikke zwarte" geuit. Verdachte heeft diezelfde verbalisant kort daarop in het politiebureau nogmaals beledigd door hem "zwarte mafkees" te noemen. Hiermee heeft verdachte ook deze politieambtenaar in zijn eer en goede naam aangetast.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 februari 2011, waaruit blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan belediging van een ambtenaar in functie. Deze onherroepelijke veroordeling heeft verdachte er echter niet van weerhouden opnieuw politieambtenaren te beledigen. Daarom komt een geldboete, waarom verdachte heeft verzocht, in deze zaak niet meer in aanmerking.

Het hof is van oordeel dat een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, een passende en noodzakelijke bestraffing is ter zake van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten en zal deze straf daarom aan verdachte opleggen. De vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde leidt dus niet tot een lichtere straf dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van S. van Krugten als griffier.