Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2346

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-04-2011
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
24-000767-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt, met aanvulling van de strafmotivering, het vonnis van de rechtbank waarbij de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren wegens een drietal nachtelijke brandstichtingen in berging/portiek van bewoonde flatgebouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000767-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-880185-09

Arrest van 22 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 11 maart 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1966] te [geboorteplaats],

ingeschreven en verblijvende te [plaats], [adres],

in de PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. N. Hendriksen, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd onder 1, 2 en 3 en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van de bewezenverklaring, de kwalificatie, de strafbaarheid van de dader, de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij, alsmede de bij deze beslissingen gegeven motiveringen. Het hof ziet evenwel aanleiding de strafmotivering aan te vullen en zal het bestreden vonnis daarom met aanvulling van gronden bevestigen. Omwille van de leesbaarheid zal het hof de volledige strafmotivering in het arrest opnemen.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie gevallen van brandstichting in de/het berging/portiek van bewoonde flatgebouwen aan het begin van de nacht en heeft daarmee de levens van de in die gebouwen aanwezige bewoners ernstig in gevaar gebracht. De brandweer kon sommigen van hen alleen nog met een hoogwerker uit hun benarde positie bevrijden en daarmee voorkomen dat er slachtoffers zouden vallen. Daarnaast heeft verdachte grote materiële schade aangericht en een gevoel van onveiligheid in de betreffende buurt teweeg gebracht. De verdachte heeft de ernstige gevolgen van de eerste brandstichting vanaf zijn balkon waargenomen, maar dat heeft hem er niet van weerhouden nog diezelfde nacht een tweede en derde brand te stichten.

Voorts heeft verdachte ter terechtzitting van het hof erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan een tweetal onder parketnummer 17-880185-09 op de inleidende dagvaarding vermelde brandstichtingen met gevaar voor goederen, gepleegd op 13 augustus 2007 en op 1 januari 2009 te [plaats]. Deze ad informandum gevoegde strafbare feiten zullen door het hof in de straftoemeting worden meegenomen en zijn daarmee afgedaan.

Omtrent de persoon van verdachte is door psychiater J.H. Hoogeveen en psycholoog F. Luteijn gerapporteerd op 30 juni respectievelijk 1 juli 2009. Beide deskundigen hebben op 25 respectievelijk 30 november 2010 aanvullend gerapporteerd, nadat - door verdachtes weigering om mee te werken aan observatie gedurende zijn verblijf in het Pieter Baan Centrum (PBC) - door het PBC geen uitspraak kon worden gedaan onder meer over toerekeningsvatbaarheid en mogelijke gedragsinterventies. Hoogeveen en Luteijn hebben in hun rapporten geconcludeerd dat de feiten volledig aan verdachte kunnen worden toegerekend. Luteijn heeft deze conclusie ter terechtzitting van het hof herhaald en toegelicht. Het hof acht zich aldus voldoende voorgelicht omtrent de persoon van verdachte, temeer nu het optreden van verdachte ter zitting van het hof past bij hetgeen de deskundigen hebben beschreven. Een nieuwe opname in het PBC, zoals door de raadsman ter zitting is voorgesteld, acht het hof dan ook niet noodzakelijk. Het hof neemt de conclusies van de genoemde deskundigen over en maakt die tot de zijne.

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur - zoals ook door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd - passend en noodzakelijk.

Het hof onderschrijft de conclusie van de deskundigen Hoogeveen en Luteijn dat verdachte een langdurige (klinische) behandeling zal moeten ondergaan, onder meer om de kans op recidive te verkleinen. Anders dan door de Reclassering in haar rapport d.d. 24 augustus 2010 is voorgesteld en door en namens verdachte ter zitting is aangevoerd, staat de hoogte van de gevangenisstraf die het hof geboden acht, er aan in de weg dat een dergelijk behandeling in het kader van een voorwaardelijke gevangenisstraf kan plaatsvinden, nu een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

bevestigt, met aanvulling van gronden, het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter als griffier.