Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0766

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-03-2011
Datum publicatie
11-04-2011
Zaaknummer
24-002491-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002491-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-652956-09

Arrest van 25 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 11 oktober 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1987] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. E.J. de Mare, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op een vordering van een benadeelde partij en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de proeftijd van de bij vonnis van de meervoudige kamer Groningen d.d. 18 juni 2009 voorwaardelijk opgelegde straf zal worden verlengd met 1 jaar en dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 115,60, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot eenzelfde bedrag.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 29 juli 2009, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aan of nabij de [straat] staande motorfiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het hof leest de naam van [benadeelde] verbeterd in de zin van [benadeelde]. De verdediging is daardoor niet in zijn belang geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 29 juli 2009, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aan de [straat] staande motorfiets, geheel toebehorende aan [benadeelde].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, terwijl hij onder voorwaarden in vrijheid was gesteld, schuldig gemaakt aan diefstal van een motorfiets. Verdachte heeft aldus een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van [benadeelde].

Uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 15 februari 2011 blijkt onder meer dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van diefstal.

Het hof vindt in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding af te zien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven een vaste relatie te hebben en een opleiding te volgen. Het hof acht de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden, zodat de positieve wending in het leven van verdachte niet wordt doorkruist.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg deels wel en deels niet is toegewezen en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd.

De verdediging heeft de vordering niet weersproken. Het hof is van oordeel dat een deel van de gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het bewezen verklaarde feit, dat deze aan verdachte als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Dit deel betreft een bedrag van € 115,60 voor reparatie van het slot van de gestolen motor. Immers is het slot van de motorfiets door de diefstal beschadigd, zodat dit slot gerepareerd moest worden.

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Groningen d.d. 18 juni 2009, is veroordeelde veroordeeld tot (onder meer) een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Blijkens het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 3 juli 2009. De proeftijd is ingegaan op diezelfde datum. De officier van justitie vordert d.d. 1 december 2009 dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, om reden, dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het telastegelegde feit.

De proeftijd zal eindigen op 2 juli 2011. Nu gebleken is, dat voormelde proeftijd nog niet is verstreken en het hof, gelet op het verhandelde ter 's hofs terechtzitting en in aanmerking genomen hetgeen is overwogen bij de strafmotivering, onvoldoende grond aanwezig acht voormelde vordering van de officier van justitie toe te wijzen, zal het hof voormelde proeftijd verlengen met een termijn van 1 jaar.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14f, 14g, 22c, 22d, 36f en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van honderdvijftien euro en zestig cent;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdvijftien euro en zestig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Groningen van 18 juni 2009;

verlengt de bij dit vonnis gestelde proeftijd met één jaar.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. E. de Witt, in tegenwoordigheid van mr. D.J. de Vos als griffier.