Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0612

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-03-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
107.002.671/01 herstelarrest
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herstelarrest. Eiswijziging niet aangegeven op H-formulier in strijd met Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 29 maart 2011

Zaaknummer 107.002.671/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest ingevolge artikel 32 Rv van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak die bij het Gerechtshof Leeuwarden aanhangig is geweest tussen:

[B.V. van appellant],

gevestigd te [plaats],

appellante in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. A.C. Winter, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal en appellant in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. P.R. van den Elst, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Bij arrest van 22 februari 2011 heeft het hof in de procedure tussen de hiervoor genoemde partijen een eindarrest gewezen. Bij brief d.d. 24 februari 2011 heeft mr. Pruim namens [geïntimeerde] het hof verzocht dat arrest in die zin aan te vullen dat [appellant] ook tot betaling van wettelijke rente wordt veroordeeld. Voorts is verzocht uitspraak te doen over de kosten van deskundige [de deskundige]. De reactie van de zijde van [appellant] in de fax van mr. Winter d.d. 25 februari 2011 strekt tot afwijzing van deze verzoeken. Mr. Pruim heeft vervolgens in een fax van 25 februari 2011 op deze laatste fax gereageerd.

De beoordeling

1. Artikel 32 Rv geeft de rechter de bevoegdheid tot aanvulling van een arrest op verzoek van een partij indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde of verzochte. Het hof oordeelt verder als volgt.

De gevorderde rente

2. Bij memorie van grieven in het incidenteel appel is kort gezegd veroordeling van [appellant] gevorderd tot betaling van € 56.584,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat [appellant] in verzuim is. Terecht wordt aangevoerd dat het hof heeft verzuimd op deze vordering te beslissen voor zover het de wettelijke rente betreft.

3. Het hof overweegt dat in eerste aanleg door [geïntimeerde] geen rente is gevorderd. Naar het oordeel van het hof is in hoger beroep op voor [appellant] onvoldoende kenbare wijze wettelijke rente gevorderd. Noch in de kop van de Memorie van Grieven in het incidenteel appel, noch in het lichaam van die memorie wordt aangegeven dat de eis wordt vermeerderd. In de correspondentie aangaande het verzoek tot aanvulling is voorts onweersproken door de raadsman van [appellant] gesteld dat ook in het H-formulier in strijd met het LLR (thans artikel 2.9, destijds artikel 2.6) niet is aangegeven dat de eis wordt gewijzigd. Het hof ontvangt [geïntimeerde] dan ook niet in de gewijzigde eis.

De kosten van de deskundige

4. [geïntimeerde] heeft geen veroordeling gevorderd tot voldoening van kosten van de deskundige [de deskundige]. Deze is ook niet door het hof als zodanig benoemd. Een beslissing over de door [de deskundige] gemaakte kosten ligt dan ook niet voor. Op dit onderdeel wordt het verzoek om die reden afgewezen. Dat neemt overigens niet weg dat de afspraken die partijen daarover hebben gemaakt duidelijk zijn.

De beslissing

Het gerechtshof:

Verstaat dat het dictum van het arrest van 22 februari 2011 als volgt wordt aangevuld:

verklaart [geïntimeerde] niet-ontvankelijk in zijn rentevordering;

draagt de griffier op om deze aanvulling te vermelden op de minuut van het arrest van 22 februari 2011;

wijst af het verzoek van [geïntimeerde] met betrekking tot de kosten van deskundigen [de deskundige].

Aldus gewezen door mrs. L. Janse, voorzitter, M.W. Zandbergen en G. Van Rijssen, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 29 maart 2011 in bijzijn van de griffier.