Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0381

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-04-2011
Datum publicatie
06-04-2011
Zaaknummer
24-002374-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte voor het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002374-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-753052-10

Arrest van 5 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 29 juni 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

postadres: [postadres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 22 maart 2011.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de eerste rechter. Daarom zal het vonnis worden vernietigd en opnieuw recht worden gedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 25 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straat]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2868 gram (van een materiaal bevattende) hennep en/of ongeveer 80, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 25 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [straat], een hoeveelheid van 2868 gram

hennep en 80 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 25 juni 2009 te [plaats] 2868 gram aan henneptoppen en 80 hennepplanten aanwezig gehad. De strafwaardigheid hiervan is gelegen in de bedreiging die het gebruik van dergelijke stoffen voor de volksgezondheid vormt en de met dit gebruik gepaard gaande criminaliteit.

Voorts is in aanmerking genomen het verdachte betreffend uittreksel justitiƫle documentatie d.d. 26 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Tevens heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover die uit het dossier naar voren zijn gekomen.

In eerste aanleg is een gevangenisstraf opgelegd en die strafmodaliteit is ook nu door de advocaat-generaal gevorderd. Door verdachte zijn geen argumenten aangevoerd op grond waarvan het hof tot een andere strafoplegging dient te komen. Gelet op de documentatie van verdachte, waar uit recidive ter zake van soortgelijke feiten volgt, acht het hof - onder deze omstandigheden - een vrijheidsstraf noodzakelijk. De na te noemen duur van de op te leggen gevangenisstraf acht het hof niet alleen passend, maar ook geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J. Dolfing, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse als griffier.