Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0227

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
06-04-2011
Zaaknummer
24-002034-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van mishandeling begaan tegen zijn levensgezel veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Een vordering tot tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf wordt toegewezen en een vordering tot tenuitvoerlegging van een werkstraf afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002034-09

Parketnummers eerste aanleg: 19-606265-08, 19-830030-08 (tul) en 19-830134-07 (tul)

Arrest van 31 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van

5 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op vorderingen tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand en dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf zal toewijzen en de vordering tot tenuitvoerlegging van een werkstraf voor de duur van 42 uren zal afwijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 20 september 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn levensgezel [slachtoffer] (meermalen) heeft gestompt en/of geslagen en/of aan haar haren heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 september 2008 te [plaats] opzettelijk mishandelend zijn levensgezel

[slachtoffer] meermalen heeft geslagen en aan haar haren heeft getrokken, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 20 september 2008 zijn partner [slachtoffer] meermalen geslagen en haar aan haar haren getrokken. Door aldus te handelen heeft verdachte pijn bij [slachtoffer] veroorzaakt en inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 26 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden meermalen ter zake van (gewelds)misdrijven onherroepelijk tot (deels) voorwaardelijke en onvoorwaardelijke werkstraffen en vrijheidsstraffen is veroordeeld. Ten nadele van verdachte spreekt dat de voorwaardelijke straffen met daaraan verbonden proeftijden, noch de onvoorwaardelijke straffen hem ervan hebben weerhouden opnieuw een strafbaar feit te begaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof

- overeenkomstig de beslissing van de politierechter en de vordering van de advocaat-generaal - een gevangenisstraf van na te melden duur passend en noodzakelijk. Een andere, mildere strafmodaliteit is - gezien het hiervoor overwogene - niet aan de orde.

Tenuitvoerlegging (19-830134-07)

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 5 september 2007 (19-830134-07) is verdachte onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 20 september 2007, op welke datum tevens de proeftijd is ingegaan. De officier van justitie heeft op 25 maart 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig zou hebben gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan vóór het einde van de proeftijd, zal het hof de vordering toewijzen en de tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf gelasten.

Tenuitvoerlegging (19-830030-08)

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 23 juli 2008 (19-830030-08) is verdachte onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 42 uren, subsidiair 21 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 7 augustus 2008, op welke datum tevens de proeftijd is ingegaan. De officier van justitie heeft op 10 november 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde werkstraf omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig zou hebben gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Hoewel gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan vóór het einde van de proeftijd, zal het hof de vordering - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Assen van 5 september 2007 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van drie maanden ;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Assen van 23 juli 2008 voorwaardelijk opgelegde werkstraf.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. Koolschijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.