Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8936

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
24-03-2011
Zaaknummer
24-000857-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt verweten dat hij een zorginstelling heeft bewogen tot het aangaan van een dienstverband, doordat hij ten onrechte heeft voorgewend te beschikken over de voor dat dienstverband vereiste bevoegdheid.

Zo het in de tenlastelegging omschreven handelen al zou (dienen te) vallen onder de delictsomschrijving van het beoogde artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, is het hof van oordeel van onvoldoende wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte niet zou beschikken over de vereiste kwalificaties. Reeds hierom dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000857-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-620670-08

Arrest van 23 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 23 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1977] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte daarvoor zal veroordelen tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 8 mei 2008 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Assen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [persoon 1] en/of zorggroep [bedrijf] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten een dienstverband als medewerker bij zorggroep [bedrijf], hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid in een of meer gesprekken [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3], althans een of meer directieleden en/of medewerkers van zorggroep [bedrijf], laten weten (doen geloven) over een zogenaamd VIG certificaat/VIG diploma te beschikken, waardoor werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven dienstverband, althans het aangaan van een schuld;

Vrijspraak

Verdachte wordt verweten dat hij een zorginstelling heeft bewogen tot het aangaan van een dienstverband, doordat hij ten onrechte heeft voorgewend te beschikken over de voor dat dienstverband vereiste bevoegdheid, te weten het diploma Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG).

Verdachte heeft evenwel van meet af aan verklaard het betreffende diploma in 1999 te hebben behaald, deels bij de Koninklijke Marine en deels bij het Friese Poort College. Volgens zijn eigen herinnering heeft verdachte (een kopie van) het certificaat destijds bij zijn sollicitatiegesprek overgelegd. Als gevolg van diverse verhuizingen is het originele diploma thans in het ongerede geraakt.

Zo het in de tenlastelegging omschreven handelen al zou (dienen te) vallen onder de delictsomschrijving van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, is het hof van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte niet zou beschikken over de vereiste kwalificaties. Reeds hierom dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.