Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8899

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
24-03-2011
Zaaknummer
24-000583-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Strafmaatappel. Verdachte wilde een andere strafmodaliteit dan de hem in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf. Verdachte tot tweemaal toe niet ter terechtzitting van het hof verschenen om een en ander nader toe te lichten. Oplegging van drie weken gevangenisstraf voor twee winkeldiefstallen, rekening houdend met recidive en conform vonnis eerste aanleg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000583-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-654295-08

Arrest van 23 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 9 februari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte, mr. A. Allersma, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 20 april 2010 en 9 maart 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ter terechtzitting van het hof van 10 april 2010 heeft verdachte zijn raadsman uitdrukkelijk gemachtigd om hem ter terechtzitting te verdedigen, welke machtiging zich evenwel niet uitstrekt tot de terechtzitting van 9 maart 2011.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 9 februari 2009 zal bevestigen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 10 september 2008 tot en met 11 september 2008, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer flessen shampoo, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij op of omstreeks 17 september 2008, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer flessen shampoo, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij in de periode van 10 september 2008 tot en met 11 september 2008, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente], meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen flessen shampoo, toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf];

2.

hij op 17 september 2008, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen flessen shampoo, toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, tezamen met een ander, schuldig gemaakt aan een drietal winkeldiefstallen. Dergelijke feiten veroorzaken hinder en schade bij de middenstand. Verdachte heeft erkend het ten laste gelegde te hebben begaan. Hij heeft hoger beroep ingesteld, omdat hij - zoals door zijn gemachtigd raadsman naar voren is gebracht ter terechtzitting van het hof van 20 april 2010 - zich niet kon verenigen met de hem in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf.

Het hof heeft op genoemde datum het onderzoek geschorst om verdachte in de gelegenheid te stellen op een nader te bepalen terechtzitting in persoon te verschijnen, opdat het hof zich een beeld kon vormen van de persoon van verdachte en alle voor de straftoemeting relevante omstandigheden. Verdachte is echter op de terechtzitting van 9 maart 2011 (opnieuw) niet verschenen. Hij heeft evenmin zijn raadsman gemachtigd om namens hem het woord te voeren.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 februari 2011, waaruit blijkt dat verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke en andere vermogensdelicten.

Het hof heeft daarnaast kennis genomen van de diverse over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapportages, kort gezegd inhoudende dat verdachte, behalve een justitieel verleden, een langdurige verslavingsgeschiedenis heeft, waaraan hij zich met wisselend resultaat tracht te ontworstelen. Nu door de afwezigheid van verdachte geen nadere gegevens beschikbaar zijn over zijn huidige persoonlijke omstandigheden, ziet het hof geen aanleiding om af te wijken van de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf. Aan verdachte zal daarom een gevangenisstraf worden opgelegd van gelijke duur.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 310 en 311, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.