Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8860

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
24-002855-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bedreiging en mishandeling van medewerker van justitiƫle jeugdinrichting. Verdachte heeft spijt betuigd en gaat - in het kader van de PIJ-maatregel - binnenkort met proefverlof. De in de eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf zou positieve ontwikkeling kunnen belemmeren. Het hof legt een werkstraf op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002855-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-606720-08

Arrest van 22 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van

9 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in JPC De Sprengen te Zutphen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake de het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 05 augustus 2008, te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans een maal, (tegen haar lichaam) heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 05 augustus 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, bestaande hierin, dat verdachte toen aldaar, zich bevindende op enige/korte afstand van die [slachtoffer], opzettelijk een (vlees)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of een computerscherm in de richting van die [slachtoffer] heeft gegooid.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 5 augustus 2008, te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer], meermalen tegen haar lichaam heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 5 augustus 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, bestaande hierin, dat verdachte toen aldaar, zich bevindende op korte afstand van die [slachtoffer], opzettelijk een vleesmes en een computerscherm in de richting van die [slachtoffer] heeft gegooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1: Mishandeling;

onder 2: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Op 5 augustus 2008 verbleef verdachte in justitiƫle jeugdinrichting Het Poortje. Verdachte heeft, nadat hij door een medewerkster van die inrichting werd aangesproken op zijn gedrag, deze persoon mishandeld en bedreigd. Door zijn handelen heeft verdachte bij aangeefster een gevoel van angst en onveiligheid op de werkvloer teweeg gebracht. Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen pijn bij aangeefster veroorzaakt en haar lichamelijke integriteit aangetast.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 13 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen is veroordeeld ter zake van - soortgelijke - strafbare feiten.

Het hof heeft daarnaast in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze door hem ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Verdachte verblijft op dit moment, op basis van de PIJ-maatregel, in JPC De Sprengen te Zutphen. Verdachte heeft aangegeven binnen twee maanden met proefverlof te gaan. Verdachte heeft voorts naar voren gebracht spijt te hebben van zijn handelen en erg gemotiveerd te zijn thans iets van zijn leven te maken.

Het hiervoor overwogene geeft het hof - met de advocaat-generaal - aanleiding af te zien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de bovenvermelde persoonlijke omstandigheden acht het hof in plaats van de door de rechtbank opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf een werkstraf passend en geboden, zodat de positieve wending in het leven van verdachte niet wordt doorkruist.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.