Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8840

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
24-001866-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van valsheid in geschrift veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001866-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-006161-10

Arrest van 22 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 19 mei 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 13 mei 2009 tot en met 24 juni 2009 te [plaats] een formulier Aangifte Adresverandering van de Gemeente [plaats] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op voornoemd formulier ingevuld - zakelijk weergegeven -

- dat de dochter van verdachte, te weten [dochter], per 14-05-2009 verhuisd zou zijn en/of

- dat het nieuwe woonadres van die [dochter] zou zijn [adres] [woonplaats], zijnde tevens het woonadres van verdachte en/of

- voornoemd ingevuld formulier ondertekend als ware die gegevens juist en volledig en/of

- (vervolgens) voornoemd formulier ingeleverd bij een medewerker van de balie Burgerzaken van de Gemeente [plaats], gelegen aan de [adres],

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 13 mei 2009 tot en met 24 juni 2009 te [plaats] een formulier Aangifte Adresverandering van de Gemeente [plaats] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk op voornoemd formulier ingevuld - zakelijk weergegeven -

- dat de dochter van verdachte, te weten [dochter], per 14-05-2009 verhuisd zou zijn en

- dat het nieuwe woonadres van die [dochter] zou zijn [adres] [woonplaats], zijnde tevens het woonadres van verdachte en

- voornoemd ingevuld formulier ondertekend als waren die gegevens juist en volledig en

- vervolgens voornoemd formulier ingeleverd bij een medewerker van de balie Burgerzaken van de Gemeente [plaats], gelegen aan de [adres],

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

valsheid in geschrift.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 14 mei 2009 in strijd met de waarheid op een formulier 'aangifte adresverandering' ingevuld dat zijn toen 8 jarige dochter, [dochter], per 14 mei 2009 verhuisd was naar zijn, verdachtes, woonadres. Hij heeft dit valselijk opgemaakte formulier ondertekend en ingeleverd bij de gemeente. Verdachte is volledig buiten medeweten en instemming van zijn ex-vrouw, bij wie de dochter stond ingeschreven en woonde, tot deze actie overgegaan. Verdachte beoogde daarmee een fiscaal voordeel te genereren.

De ex-vrouw van verdachte, [naam], heeft op 11 oktober 2010 een brief aan het hof gezonden waarin zij wijst op een aanzienlijke vooruitgang in het gedrag van verdachte met betrekking tot de omgang met hun kinderen. Zij acht veroordeling van verdachte daarom niet meer wenselijk. Hoewel het hof begrip heeft voor het standpunt van

mw. [naam] en de door haar geschetste vooruitgang op zichzelf positief wil duiden, is daarmee de kwalijkheid van het feit niet opgeheven. Het handelen van verdachte heeft immers niet alleen nadelige gevolgen voor mw. [naam] gehad, met zijn handelen is ook het vertrouwen dat instanties in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften moeten kunnen stellen, geschonden. Gelet daarop is het hof van oordeel dat de door de politierechter opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit.

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 10 februari 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof

- overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - een onvoorwaardelijke werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. G.J. Niezink buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.