Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8838

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
24-001153-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Agressie op het voetbalveld.

Verdachte heeft een tegenspeler mishandeld tijdens een voetbalwedstrijd, door hem in het gezicht te stompen. Het slachtoffer loopt een neusfractuur op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001153-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-651759-09

Arrest van 22 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 22 april 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. S. El Hami, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 7 maart 2009, in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), op/tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (neusfractuur), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Overweging ten aanzien van het bewijs

Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij op 7 maart 2009 tijdens een voetbalwedstrijd [slachtoffer] heeft mishandeld door hem in het gezicht te stompen.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat het overtuigend bewijs ontbreekt. De verdediging heeft hiertoe het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd.

Het slachtoffer en getuige [getuige 1] hebben een omschrijving gegeven van de persoon die [slachtoffer] tijdens het duel een vuistslag zou hebben gegeven. Deze feitelijke omschrijving van het uiterlijk van de dader toont gelijkenis met het uiterlijk van meerdere spelers uit het team van verdachte. Alleen de feitelijke omschrijving van de persoon die gestompt zou hebben en het feit dat er tijdens het duel een gele kaart is uitgedeeld aan verdachte levert geen sluitend bewijs op dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld, aldus de raadsman. Er kan sprake zijn van persoonsverwisseling

Dit verweer wordt verworpen.

De getuige [getuige 1] heeft gezien dat de persoon die [slachtoffer] sloeg een gele kaart kreeg. De getuige [getuige 2] weet zeker dat verdachte een gele kaart heeft gehad. Op het wedstrijdformulier is vermeld dat de speler met nummer [nummer] een gele kaart heeft gehad. Uit de aangifte blijkt dat dit nummer het zogeheten relatienummer van verdachte is. Uit deze bewijsketen volgt maar één conclusie, te weten dat het verdachte is geweest die zich aan mishandeling van [slachtoffer] heeft schuldig gemaakt en niet een ander.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 7 maart 2009, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], tegen het gezicht heeft gestompt, tengevolge waarvan deze letsel, neusfractuur, heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 7 maart 2009 zijn tegenspeler [slachtoffer] op het voetbalveld mishandeld door hem in diens gezicht te stompen. Als gevolg van dit handelen heeft [slachtoffer] een neusfractuur opgelopen en pijn ondervonden. Door het plegen van dit feit is de lichamelijk integriteit van [slachtoffer] geschonden.

Het gebeurde heeft plaatsgevonden tijdens een voetbalwedstrijd, een situatie waarin verwacht mag worden dat men zich op sportieve wijze gedraagt. Verdachte heeft zich aan deze factoren niets gelegen laten liggen. Hij heeft zich in een situatie waarin het spel elders op het veld werd gespeeld laten gaan door een andere speler te mishandelen. Met zijn agressieve gedrag heeft hij toch al bestaande gevoelens van onveiligheid voor deelnemers en publiek versterkt.

Bij de straftoemeting is in het voordeel van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister

d.d. 13 januari 2011 - niet eerder is veroordeeld terzake van strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijftien uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.